Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 23

Verzet

De geur van kraamzalf, vers gewassen katoen, beschuit met muisjes en zoete melk hangt in de kamers en mengt zich met het nieuwe leven dat hen in de nacht wakker houdt. Philein voelt hoe haar lichaam zich traag herstelt, hoe haar borsten zwaar worden en melk druppelt door haar shirt, terwijl Harold trots foto’s laat zien van Idise in zijn armen.


‘Jullie zijn mijn alles,’ zegt hij, en in die eerste dagen gelooft ze hem. Ze laat zich dragen door zijn woorden alsof ze de grond onder haar voeten vormen.

Maar de nachten worden langer en zwaarder. In het duister van de slaapkamer zit ze rechtop in bed. Haar rug brandt van vermoeidheid. Haar ogen voelen dik en droog van het waken. Met Idise tegen zich aangedrukt, kleurt de hemel buiten langzaam van zwart naar grauw. Naast haar strekt zich een leeg stuk matras uit. Koel en onberoerd. Soms hoort ze, pas diep in de nacht, het metaal van een sleutel in het slot, het kraken van de vloer onder zijn stappen, en voelt ze een vluchtige kus op haar voorhoofd.  

‘Werk, Phi. Je begrijpt het toch,’ fluistert hij, en ze knikt, alsof instemming genoeg is om haar leegte te vullen.


Maar ongeduld sluipt steeds vaker als een koude tocht door de kieren van zijn toon. Philein klampt zich vast aan de momenten dat hij Idise optilt, haar neus kust en haar wiegt alsof hij werkelijk alles voor hen overheeft. Dan slaat hij zijn arm om Philein, verklaart haar zijn liefde en kijkt haar aan met dezelfde kracht waarmee hij haar ooit veroverde. Maar altijd komt daarna de leegte, de stilte waarin zijn blik vluchtig wordt en zijn stem scherp en dwingend. Het is alsof hij haar laat spartelen tussen warmte en kou, en zij, gevangen in die wisselingen, telkens opnieuw verlangt naar het moment van zijn liefde. 



Ze sleept de kinderwagen mee naar kantoor, langs de lege balie waar Meryl al maanden niet meer zit. Ze zet Idise naast zich neer in de draagbak en wiegt haar zacht met haar voet tegen het onderstel, terwijl ze probeert haar mails te beantwoorden. Maar zodra het toetsenbord begint te tikken, klinkt het zachte kreunen van haar dochter, dat langzaam uitgroeit tot huilen. Ze tilt haar op, voert haar, legt haar neer, probeert opnieuw, maar de uren die ze nodig heeft om zich te concentreren, verbrokkelen tot flarden van vijf minuten. Het netwerk dat haar voor de zwangerschap omhulde, waar ze zich in bewoog als vanzelf, rafelt uit elkaar tot losse draden die niemand meer aan elkaar knoopt. Langzaam geeft Philein zich over. Eerst door één dag thuis te blijven, dan twee. Uiteindelijk gaan de dagen in elkaar over en blijft het kantoor steeds vaker dicht. 



Sporadisch komt er een berichtje binnen van Marijn, zonder oordeel of verwijt. Alleen zijn stem, gevangen in letters, die haar even optilt uit de sleur van voedingen en huilbuien. Ze antwoordt zelden uitgebreid, meestal een paar woorden of een emoji. Maar de wetenschap dat hij er nog is, ergens aan de rand van haar leven, geeft haar een gevoel van bedding dat Harold haar al lang niet meer biedt.


Heel af en toe kruisen hun wegen echt. Op straat, de supermarkt of bij de bakker, wanneer zij met de kinderwagen voorbij schuifelt en hij net de deur uitkomt met een brood onder zijn arm. Zijn ogen glijden naar Idise en met een warme, tedere blik kijkt hij naar haar.  


‘Alles goed?’ vraagt hij zacht.


Snel knikt ze terug en voor ze het weet, is hij alweer verdwenen. Weggelopen in de richting van zijn eigen leven. Voor Philein voelt het telkens als een herinnering aan een ander leven. Eén waarin liefde niet vermengd zou zijn geweest met spanning, waarin woorden niet als tests of beschuldigingen zouden zijn gebracht, maar als vragen uit oprechte zorg. De vraag hoe het zou zijn geweest als ze bij hem was gebleven, flitst door haar gedachten, maar wordt al snel verdrongen door zorgen, plannen, wachten op de volgende huilbui en hopen op een uurtje slaap. De vrouw die ooit haar eigen keuzes maakte, eigen lijnen trok en eigen wegen uitstippelde, is verdwenen.

De dagen rekken zich uit, weken vloeien over in maanden en onmerkbaar schuift de tijd voorbij, terwijl ze voelt hoe haar eigen wezen langzaam wordt uitgehold. Alsof er niets meer overblijft van wie ze ooit was, alsof elke dag een laagje van haar vroegere zelf afbrokkelt. Het sprookje dat haar voor de bevalling heeft overspoeld, is uiteengespat en de liefdevolle blik waarmee Harold haar eerst had bewonderd, is vervangen door minachting. Zijn stem klinkt anders, de klank harder, de woorden korter. Ze dwingt zichzelf te geloven dat dit nog steeds liefde is, dat de woorden die hij ooit in haar hals fluisterde nog altijd waar zijn. Maar diep vanbinnen, in de ruimte waar ze ’s nachts haar tranen inslikt en haar dochter wiegt, voelt ze dat er iets verschuift. Onzichtbaar, maar onafwendbaar.

Soms ontsnapt ze. Ze tilt de kinderwagen in de kofferbak, gooit een tas met luiers en een dekentje op de achterbank en rijdt naar Ravensduin. Daar, in het kleine strandhuisje dat ruikt naar zout en hout, vindt ze adem. De wind rukt aan haar haren en het zand slaat tegen haar enkels. Idise kraait van plezier als Philein haar neerzet in het natte zand en ze met haar snel bewegende beentjes een spoor trekt van kleine voetstapjes in de richting van de branding. Ze verzamelt de schelpen alsof het schatten zijn, en telkens weer heft ze haar vondsten trots omhoog. Daar, met de zee die alles overstemt en de horizon die zich eindeloos uitstrekt, lijkt de wereld kortstondig lichter, alsof het leven even niet zo klein, benauwd en eenzaam is.

Zo kabbelt de tijd voort tot ze op een warme avond in juli de gebaksschoteltjes met roze glazuurresten in de vaatwasser zet. Buiten speelt Idise met haar speelgoedauto die ze vanmorgen voor haar derde verjaardag kreeg. Philein tilt haar hoofd even op en vangt een glimp van het bruine staartje in de avondzon. Moeizaam laat ze haar schouders zakken. Er ligt een warmte over de tuin die alles zacht maakt, maar in haar borst blijft het strak gespannen. Harold was er niet. Vannacht niet, vanmorgen niet. Niet bij de kaarsjes, niet bij het zingen, niet bij de blije ogen van hun dochter die haar handen tegen elkaar sloeg toen de vlammetjes dansten op de taart.

Ze veegt een servet van tafel, de hoekjes nog plakkerig van limonade, en gooit het in de vuilnisbak. Ze sluit de vaatwasserdeur en blijft met haar hand op het koude metaal rusten. Idise speelt onbekommerd met haar auto alsof ze het verdriet om haar afwezige vader alweer vergeten is. Maar binnenin Philein is er iets veranderd. Voor het eerst in drie jaar tijd voelt ze de vonk van verzet. Dat Harold haar behandelt alsof ze niets waard is, kan ze nog wegslikken. Dat hij zijn dochter vergeet op haar verjaardag, dat is de druppel. Ze weet dat ze dit niet langer wil of kan verdragen.

De gedachte gloeit in haar borst, maar nog voor ze hem kan vasthouden, wordt hij overstemd door het metaal van een sleutel in het slot. Vlug veegt ze met vlakke handen haar jurk glad, terwijl zijn voetstappen dichterbij komen.

‘Daar ben ik dan,’ klinkt zijn stem opgewekt. Zijn stropdas hangt half los en zijn gezicht glanst van de warmte.

Idise kijkt op en rent via de schuifpui de woonkamer in.

‘Papa?’ roept ze luid en ze stort zich in zijn armen.

Met een sierlijke zwaai tilt hij haar op, drukt zijn mond op haar wang en lacht luid.

‘Hoe is het met mijn jarige meisje?’ vraagt hij.

Phileins hart zakt door de vanzelfsprekendheid in zijn stem. Geen uitleg, geen spijt, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat hij er niet was en zij zich maar heeft te schikken. Over Idises schouder heen glijdt Harolds blik naar haar.

‘Je hebt er toch wel een mooie dag van gemaakt?’ Zijn stem klinkt kil.

De oude reflex schiet in haar omhoog. Ze wil knikken, glimlachen en bevestigen dat ze het goed heeft gedaan. Maar onder die laag knettert nog steeds de gedachte van daarnet.

Ze neemt een diepe teug lucht. Ze voelt haar longen branden, en dan laat ze de woorden ontsnappen, scherper dan ze zelf had verwacht.

‘Waar was je, Harold?’

Deel je gedachtes

met de groep

Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.

👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?

Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!

Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.