Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 18

Verstrengeld

‘Met alle liefde,’ zegt Harold terwijl zijn hand op Phileins knie rust. De druk van zijn vingers brandt in haar huid. Zijn duim beweegt nauwelijks, maar ze voelt elk millimeter verschuiving.
‘Wil je erover praten? Je hoeft mij niets te vertellen, Phi, als je dat niet wilt,’ voegt hij eraan toe.
‘Ik ben haar kwijt,’ fluistert ze. ‘Ik heb Meryl alles verteld. Dat jij… de vader bent. De kus.’
Het voelt onwerkelijk dat ze het hardop heeft uitgesproken dat niet Marijn, maar Harold de vader ís van het kind. Nu Meryl het weet, kan ze niet meer terug. Ze zal Marijn op de hoogte moeten brengen, de familie, iedereen. Vanavond heeft ze haar hele bestaan uit zijn voegen getrokken en ze heeft geen idee wat de consequenties zullen zijn.
‘Ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen,’ snikt ze. Ze slaat haar handen voor haar gezicht en kromt haar rug alsof ze zichzelf wil beschermen tegen de gevolgen.
Hij zwijgt even. Dan schuift hij zijn hand van haar knie naar haar rug en legt zijn palm tussen haar schouderbladen. Zijn vingers spreiden zich, drukken zacht maar stevig door de stof van haar jas. Zachtjes wrijft hij over haar rug en haar lijf wiegt mee onder zijn hand.
‘Dat snap ik,’ zegt hij rustig. ‘Maar Phi, je hoeft het niet nu te weten.’
Haar handen zakken van haar gezicht. Met brandende ogen staart ze naar het donker buiten de voorruit.
‘Ik weet gewoon niet hoe ik Marijn onder ogen moet komen.’  
Harold knikt, alsof hij haar gedachten al kende. Zijn hand glijdt van haar rug. Hij schakelt de binnenverlichting uit en legt zijn handen op het stuur.  
‘Je hoeft hem alleen maar in de ogen te kijken en dit moment door te komen. De rest… komt later. Jij bepaalt het tempo. Niet hij. Niet Meryl.’
Langzaam trekt hij op over de verlaten weg die zich als een donker lint tussen de weilanden uitstrekt.
‘Je klinkt alsof het zo eenvoudig is,’ zegt ze zacht, starend door de voorruit, naar de witte strepen asfalt die in het schijnsel van de koplampen opdoemen en weer verdwijnen.
‘Omdat het dat ook is,’ antwoordt hij kalm. Hij schuift één hand van het stuur en legt die losjes op de versnellingspook. ‘Je hoeft alleen maar te voelen wat er klopt. De rest mag wachten.’
Zijn woorden glijden als warme olie over de scherpe randen van haar angst. De knoop in haar borst wordt losser en de druk op haar ribben wijkt.
Voorzichtig draait ze haar hoofd naar links. Het licht van het dashboard werpt een blauwachtige gloed over zijn gezicht, zijn ogen strak gericht op de weg. In dat kunstmatige licht lijkt zijn profiel vreemd, alsof ze hem niet eerder heeft gezien. En toch gaat er iets vertrouwds van hem uit dat dieper in haar resoneert dan ze ooit bij iemand heeft gevoeld. Ze wil in hem verdwijnen, haar hoofd tegen zijn borst leggen en zich voor altijd laten opsluiten in zijn armen.
Misschien was dit vanaf het begin voorbestemd geweest. Dat zij samen zouden zijn. Dat dit kind, hun kind, nooit een vergissing was maar een teken. Met het doorbreken van de leugen bij Meryl, had ze niet alleen iets kapot gemaakt. Er was ook iets rechtgezet. Een scheefstand die al maanden wrikte. Hoe had ze ooit kunnen denken dat het met Marijn zou lukken? Een gezin gebouwd op een leugen zou nooit stevig hebben gestaan.
Ze sluit haar ogen en zakt dieper weg in de bijrijdersstoel. Dan voelt ze hoe Harolds hand langzaam over de hare glijdt. Zijn vingertoppen strijken vluchtig langs haar huid, aftastend, alsof hij wacht op toestemming. Iedere millimeter die hij dichterbij komt, vertraagt de tijd. Dit is geen vuurwerk zoals die ene middag in oktober, toen hij haar overrompelde. Dit is anders. Dieper. Zachter. Als een ontmoeting op vele lagen.
Voorzichtig opent ze haar hand. Eerst een kleine kier, dan meer, tot haar vingers één voor één in de zijne glijden en hun handen zich verstrengelen. De warmte van zijn huid trekt tintelend door haar heen, langs haar arm, tot in alle uithoeken van haar lijf.
Ze houdt haar adem in en heel licht drukt ze haar duim tegen de binnenkant van zijn handpalm. Hij antwoordt door zijn duim traag over haar duimknokkel te laten glijden. Heen en weer. Het ritme van zijn aanraking sluit zich aan bij haar hartslag, die eerst gejaagd is, maar langzaam laat ze zich vangen, dragen en geleiden. Haar adem wordt dieper, trager, alsof hij met elke beweging meer leiding neemt over haar lichaam.
Wat als ze zichzelf verliest', flitst het door haar heen. Ze durft hem niet aan te kijken, bang dat ze verdrinkt in zijn ogen. In plaats daarvan klampt ze zich steviger vast, haar vingers strakker verstrengeld met de zijne.
Hij reageert onmiddellijk. Zijn vingers sluiten zich krachtiger om de hare. Haar buik trekt samen, niet alleen van de baby die zachtjes beweegt, maar van het verlangen dat zich dieper en dieper in haar nestelt. Elke zenuw in haar lijf lijkt wakker te worden.
Een zucht ontsnapt haar keel. In deze stilte, gevuld met het monotone zoeven van de banden over het asfalt, geeft ze zich over. Aan hem.

Wanneer ze de oprit van Phileins huis naderen, vertraagt Harold de snelheid van de auto. Net voor het hek zet Harold de auto stil.
‘Jij kan dit, Philein,’ zegt hij, terwijl hij haar een kort kneepje geeft in haar bovenbeen. ‘Ik pak je fiets.’
Hij stapt uit. Het portier valt dicht met een doffe klap. Het geluid van zijn stappen op het grind mengt zich met het zachte kraken van metaal wanneer hij de achterklep opent.
Philein blijft een moment zitten, haar vingers om de deurgreep geklemd voor ze hem opent. Dronken van de intimiteit van zojuist, voelt ze hoe de kou haar lijf binnendringt zodra ze uitstapt. De lucht slaat hard tegen haar wangen en trekt langs haar keel, alsof de nacht haar terughaalt in een werkelijkheid die ze niet wil betreden.
Harold tilt haar fiets uit de achterbak. Het voorwiel bungelt even in de lucht, wiebelend, voordat het neerkomt op de grond.
‘Ga maar, Phi,’ zegt hij. ‘Ik zie je snel.’
Ze slikt en legt haar hand om het stuur. Met zijn ogen prikkend in haar rug hoort ze Harold weer achter het stuur plaatsnemen. Het geluid van de motor zwelt op. De koplampen strijken als een laatste aanraking over haar rug, voor ze oplossen in de nacht.
Haar benen voelen als lood en haar schoenen zakken weg in het grind als ze de oprit oploopt. Donker en massief rijst het huis voor haar op alsof het al weet wat er gaat komen.
Ze zet haar fiets op de standaard en nog voor ze haar bos sleutels kan grijpen, gaat de deur open. Marijns silhouet vult de deuropening.
‘Waar wás je, Phi?’ Zijn stem is schor, maar ze hoort de angst die eronder trilt. ‘Ik heb je zo vaak gebeld, ik… ik dacht dat er iets gebeurd was.’
‘Het spijt me,’ zegt ze zacht. ‘Ik moest… ik moest met Meryl praten.’
Marijn schudt zijn hoofd. Zijn haar staat in warre plukken overeind. Zijn ogen zijn rood van vermoeidheid. Rusteloos scannen ze haar gezicht, elke lijn, elke trek, alsof hij daar een antwoord kan vinden. De zachte vanzelfsprekendheid die aan het begin van de avond nog tussen hen had gehangen, is volledig verdwenen.
‘Zo laat? Met de fiets? Midden in de nacht? Phi, je bent zwanger. Je kunt toch niet zo…’ Hij haalt diep adem. Onrustig gaat zijn borst op en neer.
Een golf van liefde voor Marijn overspoelt haar plots. Zijn zorg om haar is zo groot en oprecht. Ze stapt over de drempel en trekt de deur achter zicht dicht. Doet ze hier wel goed aan? Eén woord, één zin en ze kan alles weer laten lijken alsof het nooit gebeurd is. Maar nu Meryl het weet, is er geen weg meer terug. De waarheid duwt van binnenuit tegen haar keel. Hoe pijnlijk ook, ze kan dit niet langer verbergen.
‘Marijn…’ Haar stem is nauwelijks hoorbaar. Ze tilt haar kin op en dwingt zichzelf hem aan te kijken. ‘Kom even mee. Er is iets wat ik je moet vertellen.’
‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij bezorgd.
Ze hangt haar jas aan de haak in de hal. Met een ruk schuift ze haar schoenen uit en zet ze netjes naast de mat om de boodschap langer uit te kunnen stellen.
De warmte van de vloerverwarming kruipt langs haar benen omhoog en de vloer kraakt licht onder haar sokken als ze de woonkamer instapt.
Aan de rand van de bank blijft ze staan. Haar keel is droog, haar lippen geperst op woorden die ze nog niet durft te vormen.
‘Phi,’ zegt Marijn zacht achter haar. ‘Je maakt me gek. Wat is er?’
Alles in haar wil wegduiken, verdwijnen in stilte, zodat de boodschap nooit hoeft te worden gebracht.
‘Kom zitten,’ zegt ze.
Ze ademt diep in en ziet zijn ogen, terwijl hij haar blik vasthoudt als hij langs haar loopt en op de bank plaatsneemt.
‘Het gaat om Harold,’ fluistert ze eindelijk.
Marijns voorhoofd trekt samen en zijn ogen vernauwen zich. Een mix van angst en verwarring trekt als een schaduw over zijn gezicht. Snel schuift ze naast hem en richt haar blik op het tapijt.
‘Ik kwam hem tegen… een paar weken geleden. Op de markt. We raakten aan de praat en sindsdien… hebben we contact.’
Haar wangen gloeien van schaamte en schuld. Een twijfel borrelt op vanuit haar onderbuik en ze legt haar handen op haar buik.
‘Hij weet van de baby.’
Marijns hoofd schiet naar achteren alsof iemand hem een klap heeft gegeven.
‘Wat?’
‘Ik heb hem verteld dat… dat hij de vader is.’
Het is alsof de tijd stilstaat. Zijn ogen sperren zich open, de kleur trekt weg uit zijn gezicht. Zijn lippen bewegen, maar er komt geen geluid. Dan grijpt hij met beide handen naar zijn gezicht en wild wrijft hij eroverheen.
‘Phi… nee. Nee. Wat wil hij van jou? Van jullie?’ Zijn stem schiet omhoog. Hij buigt iets naar voren. ‘We zouden… we zouden zeggen dat het van mij was. Dat was ons besluit. Van jou en mij.’
‘Ik weet het,’ fluistert ze. ‘En het spijt me.’ Haar stem kraakt. ‘Maar ik kon het niet meer voor me houden. Niet bij hem. Hij is de échte vader, Marijn. Hij heeft het recht om het te weten. En de baby heeft recht om haar vader te leren kennen.’
Zijn ademhaling wordt zwaar. Zijn borst gaat op en neer alsof hij lucht zoekt die er niet is. Een paar tellen zegt hij niets.
Phileins vingers klemmen zich steviger om haar buik. Het voelt alsof de grond onder haar wegzakt. Alsof ze ieder moment kan verdwijnen in een bodemloze diepte.
‘Hij… hij is hier geweest. Vanavond.’
Marijns ogen schieten naar haar toe. Vol van ongeloof en onrust.
‘Wat zeg je?’ Zijn stem trilt, maar is scherp als geslepen glas. ‘Hier? In ons huis?’
Als een mokerslag slaan de woorden door haar heen en ze voelt hoe de lucht uit haar longen geperst wordt. Ze weet dat ze alles stukmaakt met wat ze nu zegt, maar er is geen weg meer terug. Marijn verdient de waarheid.
‘Hij heeft me gekust.’

Deel je gedachtes

met de groep

Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.

👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?

Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!

Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.