Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 19

Schuld

Met de knuffelbeer tegen zich aangeklemd opent Philein de laatste deur op de overloop.
‘Idise?’ Haar stem klinkt beheerst. Een dunne sliert muffe lucht glijdt langs haar heen terwijl de kier groter wordt. ‘Ben je hier?’
Het maanlampje boven het peuterbed staat uit. Het bed is opgemaakt, het kussen ligt strak en onaangeroerd tegen het hoofdeinde. Het crèmekleurige dekbedovertrek met sterretjes is gladgestreken en de knuffeldieren liggen in een keurige rij naast elkaar.
Ze schuift één voet naar voren, maar haar lichaam weigert mee te bewegen. Alsof er een onzichtbare grens over de drempel ligt die haar tegenhoudt.
Haar blik dwaalt door de lege kamer. De rij girafjes op het behang, het kastje naast haar bedje waar de prentenboeken strak tegen elkaar gedrukt staan, de schommelstoel in de hoek waar Idises warme lijfje zo vaak tegen haar borst had gelegen, haar hoofdje in het kuiltje van haar nek. De geur van melk, het kleine handje dat soms verstrakte als ze haar blouse greep, haar kin of een lok haar, dan weer slap werd in de overgave van de slaap. Wiegend, neuriend, voorlezend. De beelden flitsen door haar heen. Ze ziet hoe ze haar voorzichtig optilde, haar adem inhield bij elke piep die Idise maakte in haar halfslaap, en haar daarna teruglegde. Eerst in de wieg, daarna in het ledikant en een jaar geleden lag ze voor het eerst in dit peuterbed. De sprong naar groter, zelfstandiger. Een sprong die Philein nog niet had willen maken, maar die onvermijdelijk kwam, omdat Idise uit haar bedje klom.
Ze wil naar binnen stappen, het raam openzetten en de frisse novemberlucht door het kamertje laten waaien om de muffe stilte te verdrijven. Maar haar voeten lijken vastgeklonken aan de vloer. Haar handen verkrampen om de knuffelbeer die ze nog altijd tegen haar borst gedrukt houdt.
Ze slikt moeizaam. Alles in deze kamer herinnert haar aan Idise. Is dit haar schuld? De vraag bonst door haar hoofd. Had Idise veilig kunnen zijn, als Philein haar mond had gehouden? Als ze de drang om zich uit te spreken in zich had begraven? Elk detail in deze kamer lijkt haar iets te verwijten. Weken is ze hier niet geweest. Weken waarin ze zich met Idise had opgesloten in het strandhuis. Ze had zichzelf voorgehouden dat er vanzelf een morgen zou komen dat ze konden terugkeren naar dit huis en alles weer normaal zou zijn.
Een steek van verdriet schiet door haar buik. Ze bijt op de binnenkant van haar wang om de paniek niet te laten uitbreken, maar het brandt door alles heen.
Ze klemt de knuffelbeer harder tegen zich aan. Het zachte pluche is vochtig van tranen die ze niet had voelen komen en nauwelijks merkbaar schokken haar schouders.
Ze schuift één voet naar voren. De rand van de drempel schuurt onder haar zool, maar haar andere voet weigert te volgen. Haar hele lijf voelt verankerd, alsof de kamer zelf haar terugdringt met een onzichtbare hand.
En dan schiet de gedachte als een dolk door haar heen. Wat als Harold Idise iets heeft aangedaan? Zou hij daartoe in staat zijn? Het beeld is zo tastbaar dat haar keel zich samenknijpt, alsof er een vuist in haar keelgat draait. Zijn ogen, zijn woorden, zijn macht over de situatie. Hij had er alles voor over om haar kapot te maken. Wat als hij Idise iets onomkeerbaars had aangedaan? De haren in haar nek schieten overeind.
Met een klap trekt Philein de deur van Idises kamer dicht. Ze moet haar vinden. Gehaast draait ze zich om en stormt naar de trap. Waar zou hij haar verstoppen? Met twee treden tegelijk daalt ze de trap naar beneden af. Haar hand glijdt langs de leuning. Door de woonkamer naar de hal, naar de deur die naar haar kantoor leidt.
Ze duwt de deur open naar de lege ontvangstruimte. Het licht dat door de hoge ramen valt, vangt het dunne laagje stof dat als een sluier de balie bedekt. Daar waar ooit Meryl zat, altijd achter haar scherm, de telefoon aan haar oor, omringd door ordners en haar mok thee.
Ze opent de deur naar haar eigen werkruimte. De stoelen staan strak aangeschoven tegen het bureau. Het grijze stof is onaangeroerd en bedekt, zonder onderbrekingen, alle oppervlaktes. Er is hier in tijden niemand meer geweest.
Ze draait zich om, terug naar de gang, en opent de deur naar de garage. De geur van rubber, olie en metaal komt haar tegemoet. Haar ogen glijden langs de glimmende frames van Harolds wielrenfiets, de modderige mountainbike, de sobere herenfiets, het roze fietsje met zijwieltjes van Idise en het houten loopfietsje met het bloemetjespatroon. In de hoek staat de grote plastic auto waar Idise altijd schaterlachend instapte om door de tuin te rijden. Het staat er alsof ze elk moment binnen zou kunnen komen rennen om haar fiets te pakken.
Ze draait zich om en rent terug naar de woonkamer. Haar handen slaan tegen de schuifpui. Het glas trilt mee onder de klap en met een ruk schuift ze hem open. Dikke druppels die zich hebben verzameld onderaan de rand van de dakgoot vallen door de trilling op haar haren en schouders als ze naar buiten stapt. Ze laten donkere vlekken achter op de stof.
Met grote passen rent ze het terras op. Haar zolen glibberen over de dunne film van groene aanslag die de tegels verraderlijk glad maakt. Ze grijpt kort naar de rand van de tafel om niet onderuit te gaan, hervindt haar balans en schuifelt verder, langs de rand van het afgedekte zwembad, naar het houten tuinhuis.
De deur geeft mee met een klagende piep. Ze stoot hem open en een golf van vochtige lucht kruipt haar neus in. Met bonzend hart opent ze de deur naar de douche, daarna die van de sauna. Haar blik schiet onrustig langs het schepnet dat tegen de muur leunt, de half leeggelopen opblaasflamingo waar Idise vorige zomer nog gierend in rondspartelde. Het plastic ligt er slap en verkreukeld bij. In de hoek torent een wankele stapel tuinkussens omhoog, de randen beschimmeld van vocht. Ze werpt de stapel omver. Stof dwarrelt op en prikt in haar neus als ze door de kussens heen naar de kale vloerplanken grijpt.
Alles is leeg.
Ze loopt terug de tuin in. Het gras in de hoeken is hoog opgeschoten, groezelig en drassig van de regen. Onder de trampoline hangen spinnenwebben vol druppels die langs haar haren glijden als ze eronder kijkt. Achter de schuur, tussen de struiken die haar broek nat vegen, zoekt ze koortsachtig verder naar onregelmatigheden. Overal speurt ze, luistert ze nauwkeurig, maar het enige wat ze hoort is haar eigen opgejaagde adem.
Als ze achter het schuurtje vandaan komt, blijft ze plots stokstijf stil staan. Haar maag draait zich om. Haar ademhaling schiet omhoog bij het aanzicht van het afgedekt zwembad en de gedachte aan wat eronder zou kunnen liggen. Alles in haar zegt dat ze moet wegkijken, maar als ze wegloopt, zal ze het nooit zeker weten. Ze moet nu sterk zijn, zegt ze tegen zichzelf en ze buigt zich voorover om de rand te grijpen van het plastic zeil dat is strakgetrokken langs het zwembad.
Langzaam tilt Philein een hoek op. Het water stroomt naar het laagste punt en verzamelt zich in het midden. De scherpe geur van stilstaand water en rottende bladeren slaat haar tegemoet als ze onder het doek kijkt. Ze houdt haar adem in. Haar knieën knikken van angst als ze naar het donkere, glanzende vlak staart dat zonder het onderwaterlicht bodemloos lijkt. Een oneindige zwarte, angstaanjagende diepte.
Ze slikt. Met de hoek in haar trillende handen loopt ze al trekkend naar de andere zijde tot het hele zwembad, tot aan de bodem, zichtbaar is in het daglicht.
Geen kind.
Met een klets laat ze het doek terugvallen. Het water spat op en druipt langs haar spijkerbroek naar beneden. Ze wankelt achteruit en een huivering trekt door haar heen. Wat als ze zich vergist? Wat als Idise niet door Harold is meegenomen, maar als ze wel zelf, op haar laarsjes, in de vroege morgen het strandhuis uit is gewandeld? Wat als het wel Phileins schuld is?
Het trillen heeft zich verspreid door haar hele lichaam. Ze hapt naar adem en haar hand vliegt naar haar keel. Nauwelijks krijgt ze adem.
Het is haar schuld. Het is allemaal haar schuld.
Met bonzende hoofdpijn strompelt ze terug naar binnen, rechtstreeks naar de drankkast. Ze trekt het deurtje open en grijpt naar de fles wodka. Met de fles in haar hand sleept ze zichzelf naar de bank. Het kan haar niets schelen dat haar kleren nog nat zijn van de regen en plakken van het zand. Ze laat zich languit in de dure designbank vallen en ze landt met haar heup op iets hards.
“…waar op het strand en in de duinen van Ravensduin wordt gezocht naar de vermiste peuter,’ klinkt plots het stemgeluid van een nieuwslezer dat vanuit de grote televisie aan de muur door de kamer schalt.

Deel je gedachtes

met de groep

Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.

👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?

Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!

Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.