sinds 2017 op Bol.com
lezers ontvangen de nieuwsbrief
lazen haar boeken

Verschrikt richt Philein haar blik op de grote televisie aan de wand. Ze ziet reddingswerkers in felgekleurde jassen over het strand lopen. Hun laarzen zakken diep weg in het natte zand. Honden met de neuzen laag bij de grond trekken ongeduldig aan hun lijnen. Blauwe en rode zwaailichten van politieauto’s flitsen ritmisch in de miezerregen. Een helikopter hangt laag boven de kustlijn.
‘Inmiddels zijn er honderden mensen op de been: politie, brandweer en vrijwilligers,' gaat de nieuwslezer verder. 'Ook speurhonden en droneteams worden ingezet. Duikers doorzoeken de poelen bij de strandopgang en in de duinen.’
Phileins ogen zijn vastgenageld aan het scherm. Elk beeld boort zich diep haar lijf in, als scherpe splinters die niet meer weg te trekken zijn. Ze klemt de fles wodka tegen haar borst. Dit is geen nachtmerrie, geen gedachte die ze nog kan wegduwen of schuld die ze kan afschuiven. Dit gebeurt echt. Harold heeft Idise niet meegenomen. Zij was het zelf die vannacht laveloos op de bank lag en haar belangrijkste taak verzaakte. Ze heeft Idise in de steek gelaten.
Het beeld gaat over naar een verslaggever met een microfoon in zijn hand. Zijn regenjas kleeft donker en zwaar aan zijn armen en schouders. Het water druipt van zijn capuchon.
‘U ziet het achter mij...,’ en hij wijst naar de duinen achter zich. Een lange rij mensen trekt door helmgras en struiken, gebogen tegen de wind, zij aan zij, alsof ze samen een net vormen dat niets mag laten ontsnappen. ‘...hulpdiensten, buurtbewoners en andere vrijwilligers die dit gebied meter voor meter uitkammen.' Zijn woorden worden half weggedrukt door de wind die door zijn microfoon giert. 'De omstandigheden zijn zwaar door de storm, maar de zoektocht gaat onverminderd door. De politie benadrukt dat iedere minuut telt om de driejarige te vinden.’
Phileins keel trekt dicht en ze grijpt de afstandsbediening. Snel klikt ze de beelden weg, maar de woorden van de verslaggever echoën in haar hoofd: iedere minuut telt. Met trillende vingers draait ze de dop van de fles. De geur van alcohol prikt in haar neus wanneer ze de hals naar haar lippen brengt. Maar nog voor ze een slok kan nemen, knalt de voordeur open. Het geluid weerkaatst door de hal en Philein schiet overeind.
Hard hollend stormt Harold de woonkamer binnen. Zijn ogen staan vol vuur, zijn bewegingen zijn groot en uitbundig.
‘Philein…’ zegt hij. Zijn stem klinkt dreigend. Achter hem schuift rechercheur Silva binnen. Haar jas is nat en haar schoenen zitten onder het zand.
‘Ben je nou helemaal gek geworden!' gaat Harold verder. 'Waar ben je mee bezig?’
Het is alsof alle lucht uit de kamer wordt gezogen. Phileins hartslag explodeert in haar borst.
‘Wat denk je zelf?' schreeuwt ze. 'Ik kan het niet aan, Harold. Ik trek het niet meer. Het is mijn schuld dat ze weg is.’ Haar woorden breken los in een stroom die ze niet meer kan tegenhouden. Ze voelt hoe ze vanbinnen openscheurt, hoe de waarheid zich naar buiten dringt zonder dat ze nog enig grip heeft op de façade die haar overeind hield. ‘Snap je dat niet?’ Ze komt overeind en kijkt hem recht aan, hoewel haar benen trillen. ‘Ik heb gefaald, Harold. Ik had haar moeten beschermen, en in plaats daarvan…. Als ik iets eerder had… als ik gewoon…’ Haar stem breekt.
Ze balt haar vrije hand tot een vuist, zo strak dat haar nagels in haar huid prikken. Alsof ze zichzelf fysiek overeind moet houden, tegen de drang om in elkaar te zakken. ‘Dus vraag me niet waar ik mee bezig ben. Ik probeer niet te stikken in mijn eigen schuld.’
Harold staat voor haar. Zijn aanwezigheid vult de hele kamer. Zijn borst gaat zwaar op en neer. Zijn neusvleugels trillen. Ze voelt de angst gieren door haar hele lijf, maar dit keer blijft ze staan. Ze recht haar rug en houdt zijn blik strak vast.
De stilte is drukkend, geladen als onweer. Rechercheur Silva staat aan de rand van de kamer, gevangen in de spanning. Haar ogen schieten heen en weer tussen hen. Haar mond gaat even open, alsof ze wil ingrijpen, maar ze zegt niets.
Harold knikt, traag, alsof hij Phileins woorden inslikt. Zijn oogleden vernauwen zich.
‘Hou op met jezelf het slachtoffer te maken,’ bijt hij haar toe. Zijn stem is scherp en koud. ‘Dit gaat niet om jou.’
De toon in zijn stem raakt haar als een klap. Het legt haar lam. Zoals altijd weet Harold precies te mikken op het donkerste deel van haar wezen. Het schudt haar inwendig door elkaar tot ze niets meer zeker weet, behalve dat het haar falen ís, haar lafheid.
‘Maar het ís mijn schuld,’ zegt ze hees. Haar stem slaat over. ‘Ik had haar moeten beschermen. En nu is ze weg.’
Harolds gezicht verstrakt. Zijn ogen flitsen. Zijn kaakspieren spannen zich als kabels.
‘Ja, het ís jouw schuld. Maar dit helpt niemand,’ snauwt Harold terug en hij knikt naar de fles. ‘Je verzuipen in alcohol en weglopen voor je verantwoordelijkheden. Jij denkt alleen maar aan hoe jíj je voelt. Altijd weer jíj.’
Philein verstijft. Zijn woorden zijn als zware stenen die op haar worden gestapeld, één voor één, tot ze vermorzeld wordt en amper nog adem krijgt. Maar ergens diep vanbinnen, waar ze dacht dat alles al kapot was, komt er iets in beweging. Iets dat weigert nog verder begraven te worden.
‘Nee,’ zegt ze, eerst zacht. Ze voelt hoe haar stem groeit en in kracht toeneemt. ‘Nee, dat is niet waar. Het is mijn schuld, maar ik ben wel degene die dag en nacht voor haar zorgt. Jij komt alleen opdagen om te breken wat nog overeind staat.’
Zijn lippen trekken zich samen in een dunne lijn. Ze zet een stap dichter naar hem toe en ruikt de geur van zijn natte jas, zijn adem. Ze heft haar kin en voelt de kracht opborrelen door de angst heen.
‘Je hebt geen idee wat je zegt,’ sneert Harold. Zijn stem zit vol ingehouden woede. ‘Zonder mij stort je in elkaar. Jij bent niets zonder mij, Phi. Niets.’
‘Dan ben ik maar niets,’ fluistert ze, terwijl haar ogen zich in de zijne boren. ‘Maar liever niets… dan nog één dag jouw schaduw.’
Zijn hand schiet uit, zijn vingers gespreid, klaar om haar vast te grijpen. Maar Philein duwt met een kracht waarvan ze niet wist dat ze die bezat tegen zijn hand voor hij haar raakt.
In een reflex slingert ze de fles wodka met een doffe dreun op de grond. De vloeistof kolkt uit de hals het tapijt in. De dop rolt rinkelend over de vloer.
Het voelt alsof de grond onder haar voeten kantelt, alsof alles in haar roept dat ze hier niet mag blijven. Ze kan zijn aanwezigheid en zijn verwijten niet meer verdragen.
Met een waas voor haar ogen schiet Philein langs hem heen.
‘Staan blijven!’ roept rechercheur Silva.
Maar Philein hoort het nauwelijks. Ze stormt de woonkamer uit, de hal door. Met een ruk trekt ze de voordeur open. Dwars door de regen graait ze met bevende vingers naar de sleutelbos van Harold in haar broekzak.
Ze rent naar zijn auto. Haar schoenen soppen door de plassen op het grind, steentjes vliegen op tegen haar enkels. Met brute kracht rukt ze het portier open, ploft op de bestuurdersstoel en ramt de sleutel in het contact.
De motor brult op. Haar hand klampt de versnellingspook vast en ze trekt hem hard naar achteren. Met haar voet trapt ze het gaspedaal tot de bodem in. Grind spuit weg onder de banden en een wolk van steentjes en modder spat tegen de gevel, terwijl de auto achteruit schiet.
‘Philein!’ Harolds stem snijdt door de buitenlucht. Hij rent de voordeur uit en slaat met zijn vlakke hand tegen de motorkap. De klap dreunt door haar lijf, maar weerhoudt haar niet.
Ze grijpt het stuur steviger vast, terwijl ze achteruit de weg opschiet. Door de voorruit ziet ze Harold en rechercheur Silva tegelijk bewegen. Ze duiken in de politieauto.
Snel gooit Philein haar stuur om en ramt de versnellingspook in zijn vooruit. De banden gillen, het regenwater striemt over de voorruit en ze schiet de bocht in, de landweg op. Weg van Harold.
Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.
👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?
Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!
Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.