Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 21

Opgejaagd

Het natte asfalt glanst als een spiegel in de regen. De regen striemt tegen de voorruit en de ruitenwissers jagen heen en weer. Philein scheurt de bocht om. Haar banden gieren, de achterkant breekt bijna uit. Haar handen klemmen het stuur zo hard vast dat haar knokkels wit wegtrekken.
Achter haar lichten de koplampen van de politieauto fel op. Blauwe en rode flitsen weerkaatsen in haar spiegels en de sirene loeit op.
Philein trapt het gaspedaal dieper in. Iedere plas op de weg spat als een bom uiteen onder de banden. Links en rechts strekken de weilanden zich uit. Nergens is beschutting. Er is geen enkele mogelijkheid om aan het zicht van Harold en rechercheur Silva te ontsnappen. Opgejaagd als een prooi in een open veld. Waar kan ze in hemelsnaam naartoe? Zolang Harold zich bemoeit met het onderzoek, zal niemand haar geloven. Ook rechercheur Silva niet. Zoals ze daar net stond in de woonkamer. Ze stak geen hand uit om haar te helpen. Geen woord dat haar verdedigde. Ze staat aan zijn kant, net als iedereen.
Philein klemt haar handen strakker om het stuur. Hoe had ze zich ooit laten meesleuren? Ze was zo blind geweest. Zo bereid om alles wat zij was aan hem over te dragen. Hoe heeft ze het zover laten komen dat hij nu de macht heeft over ieder woord, ieder beeld, zelfs over wie zij is in de ogen van de buitenwereld? De onverantwoordelijke moeder die drinkt. De hysterische, de zwakke, de gek.
Nee, denkt ze, en ze schudt haar hoofd. Ze is niet gek. Niet zoals hij haar wil laten geloven. Hij had haar leven herschreven, zin voor zin, tot ze zelf begon te geloven dat zijn verhaal het hare was. Hij had het zo vaak gezegd, zo overtuigend, dat ze was gaan twijfelen aan haar eigen herinneringen. Was ze werkelijk zo instabiel? Had ze echt gefaald? Of was dat alleen zijn stem die zich in haar gedachten had vastgezet als een refrein waar ze nooit vanaf kwam?
Ze voelt hoe haar ogen prikken, maar ze knippert de tranen weg. Niet meer huilen. Elke snik, elke uitbarsting, elk moment waarop ze brak, werd door hem vastgepakt, uitvergroot en terug in haar gezicht gesmeten.
De manier waarop hij elk woord zo koos dat het haar onderuit haalde. De manier waarop hij anderen meesleepte en zijn waarheid liet klinken als de enige waarheid. Hij creëerde het toneel, gaf zichzelf de rol van redder en plaatste haar keer op keer als de zieke, de zwakke, degene die beschermd of gecontroleerd moest worden.
De adrenaline jaagt door haar lijf terwijl ze de auto stevig in haar greep houdt. Het stuur kleeft vochtig onder haar bezweten handen.
Zij had het geslikt. Omdat het makkelijker was te buigen dan telkens opnieuw te breken. Omdat zijn blik in het begin vuur had gebracht in haar donkerste momenten en ze dat gevoel niet wilde kwijtraken. Ze had gedacht dat het liefde was. Maar liefde die je jezelf afneemt, die je stem smoort, die je machteloos maakt, is geen liefde.
‘Niet meer,’ fluistert ze. ‘Ik ben niet gek.’
In de spiegels dansen de lichten van de politieauto. De regen geselt de voorruit, maar haar blik blijft strak vooruit. De auto slingert licht naar links en ze grijpt schokkend terug naar het midden van de weg. Ze mag niet gepakt worden. Ze kan niet worden vastgezet. Zeker niet nu Idise daarbuiten is. Idise heeft haar nodig, en zij Idise. Als ze zich laat pakken, is ze haar voorgoed kwijt. Iedereen zal geloven dat zij de vrouw was die haar kind verwaarloosde, die wegvluchtte in de drank en haar kind daardoor in levensgevaar bracht.
Als ze ontsnapt… misschien, héél misschien… kan ze er nog iets aan doen. Dan heeft ze nog een kans om terug te vechten zodra Idise gevonden wordt. Ze bijt op haar lip tot ze bloed proeft en voelt hoe haar besluit zich vastklikt, onomkeerbaar.   

Eindelijk doemen in de verte de eerste huizen op van de bebouwde kom. Bij het kruispunt smijt Philein haar stuur naar rechts. Water spuit hoog op, maar ze corrigeert en dwingt de auto terug in het spoor.

In volle vaart rijdt ze de wijk in. Rijtjeshuizen sluiten zich links en rechts om haar heen, met natte bakstenen gevels en glinsterende ramen waarin de zwaailichten achter haar kort opflitsen. Voor het eerst voelt ze dat ze een kans maakt.
Ze rukt het stuur naar links. De auto scheert rakelings langs een geparkeerde bestelwagen. De spiegel tikt kort tegen de plastic huls met een doffe klap, maar ze remt niet af. Haar handen klampen het stuur vast alsof loslaten gelijkstaat aan verzuipen en dat is geen optie. De smalle straten zijn een doolhof. Hier kan ze verdwijnen. Weg uit zijn zicht. Weg uit zijn greep. Terug naar Idise.
In de achteruitkijkspiegel ziet ze de politieauto de hoek om schieten. Het blauw-rode licht flitst door de regen. De sirene loeit door merg en been, galmt tussen de huizen en lijkt haar van alle kanten tegelijk te omsingelen. Regenwater gutst langs de stoepranden en kolkt rond de putdeksels. Een fiets ligt scheef tegen een heg, een vuilnisbak rolt midden op straat. De wind jaagt de inhoud over straat. Plastic zakken, een krant, een lege pizzadoos rollen langs haar bumper. Ze raast er dwars overheen.
Nog een bocht naar rechts. De auto helt gevaarlijk. Haar schouders verkrampen, haar armen branden van de spanning. Ze hapt naar adem, terwijl haar borstkas voelt alsof het wordt omklemd met een ijzeren band. Het gekraak van de ruitenwissers, het gesuis van regen op het dak, het schreeuwende gehuil van de sirene, alles mengt zich tot één ondraaglijk lawaai met daar dwars doorheen de echo van Harolds stem in haar hoofd: Jij bent niets zonder mij.
‘Niet meer,’ sist ze met opeengeklemde kaken.
De wijk draait in haar hoofd als een carrousel. Rode bakstenen, natte stoepen, geparkeerde auto’s vliegen voorbij. Elke hoek voelt als een keuze tussen leven en ondergang. Ze durft niet te stoppen of om te kijken en ze jaagt een 30-km-zone in. Een kind-icoontje, krijtwit op het wegdek, glimt als een waarschuwing in de regen. Ze slikt en voelt de schok van schuld door haar borst schieten als ze haar voet steviger op het gaspedaal drukt. Ze móét verdwijnen uit het zicht. Achter haar huilt de sirene, iets verder weg dan net. Of verbeeldt ze zich dat?
Ze vliegt langs een school, nog een bocht. Met hoge snelheid dendert ze over een snelheidsdrempel. De auto stuitert, het hele chassis slaat met een klap terug op het asfalt. De wielen verliezen grip en een dof, scheurend geluid van rubber over natte klinkers scheurt door haar oren. Ze hoort zichzelf een schorre, half gesmoorde kreet slaken die meteen wordt opgeslokt door het gehuil van de motor. Instinctief trapt ze op de rem, maar de Mercedes slipt zijwaarts alsof het loskomt van de weg en met een daverende klap knalt ze tegen een geparkeerde auto. Metaal schuurt over metaal. Glas breekt. De botsing slingert haar naar voren, de gordel grijpt haar vast als een vuist die haar borstkas samenknijpt. Een felle pijn schiet door haar heup, haar schouder knalt tegen het portier. Haar hoofd botst tegen de hoofdsteun.
De motor geeft een laatste grom en valt tikkend stil. Alleen de ruitenwissers bewegen nog, krassend over het gebarsten glas.

Deel je gedachtes

met de groep

Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.

👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?

Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!

Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.