Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 17

Oordeel

‘Doe voorzichtig,’ zegt Meryl vlak als Philein ruim een uur later met haar jas aan de nacht instapt. Haar adem dampt in wolkjes voor haar gezicht.  
Het gesprek met Meryl echoot na in haar hoofd: de verwijten, de afstand, de kilte die tussen hen in is komen te staan. Ze wil iets zeggen dat alles goedmaakt, iets dat de scheuren lijmt, maar er komt niets. Waarom begrijpt Meryl haar niet? Waarom ziet ze niet in dat haar relatie met Marijn haar niet gelukkig maakt? Dat deze verliefdheid niet zomaar iets is wat voorbijgaat. Harold is de vader van haar kind. En wat weet Meryl nou eigenlijk van Harold? Niets. Hoe kan ze zeggen dat hij niet goed voor haar is?
Achter haar rug valt de deur dicht met een doffe klap. Met een zwaai trekt Philein haar fiets van het hek. Haar zadel kraakt onder haar gewicht als ze opstapt en de slapende straat inrijdt. Iedere pedaalslag trekt de knoop in haar maag strakker aan. Ze schudt haar hoofd om Meryls stem uit haar oren te verjagen. Ze kan de leegte die ze voelt als ze met Marijn is niet langer ontkennen. Maar Meryl ziet dat niet. Ze is idolaat van Marijn en ze is boos. En die boosheid kleeft nu aan Harold, alsof hij de schuld is van alles wat scheefgegroeid is tussen Meryl en haar de afgelopen maanden.
Phileins adem zit hoog. Ze fietst de woonwijk uit, de bocht om naar de smalle weg omsloten tussen sloten met rijen knotwilgen. De kou van de nacht heeft een deken gelegd over de weilanden. Het kruipt onder haar jas, slaat tegen haar gezicht en trekt in haar vingers waarmee ze het stuur vasthoudt.
In één ding heeft Meryl wel gelijk. Philein hééft haar buitengesloten sinds die ene middag in oktober. Vanaf dat moment deelde ze niet meer elke gedachte, elk verlangen en elk geheim met haar. Maar niet zonder reden. Deze avond had dat pijnlijk duidelijk gemaakt.
Haar buik is hard. Alles in haar voelt gespannen, alsof ze ieder moment kan breken. Bij Marijn voelt ze zich opgesloten. Meryl keert zich van haar af. Niemand ziet wie ze echt is, niemand hoort wat er in haar leeft.
Behalve Harold. Alleen hij. Zijn woorden braken door alles heen. Hij ziet haar zonder oordeel.
Ze remt af bij een bushokje, zet haar voeten op de stoep en laat haar hoofd zakken. Met trillende vingers glijdt ze met haar hand in haar jaszak en ze tilt haar telefoon eruit. Zeven gemiste oproepen van Marijn en ongeruste appjes met de vraag waar ze is. Ze staart naar het scherm en ze voelt hoe schuld en verlangen door elkaar kolken. Haar hart bonst zo luid dat het in haar oren hamert. Ze opent contacten. Haar duim aarzelt, hapert, en glijdt dan resoluut over zijn naam.
De wektoon klinkt twee keer.
‘Phi?’ Zijn stem klinkt warm en laag.
Ze ademt schokkerig in.
‘Sorry. Bel ik je wakker?’ zegt ze verontschuldigend.
‘Jij mag mij altijd bellen. Ook midden in de nacht. Wat is er? Je klinkt onrustig.’
‘Het is alsof ik stik, Harold,’ snikt ze. De woorden komen eruit in korte, onregelmatige stoten. ‘Ik… ik voel mij zo alleen.’ Onbeteugeld sluipen de tranen door haar wimpers. ‘Ik weet niet meer waar ik heen moet met mijzelf. Het voelt alsof ik gek word.’
‘Phi, luister,’ zegt hij en zijn stem zakt dieper, alsof hij elk woord zorgvuldig wil laten landen. ‘Je bent niet alleen. Ik ben er. Je hoeft dit niet alleen te doen.’
Ze sluit haar ogen. Voor een moment is er niets dan zijn stem, het kloppen van haar hart tegen haar ribben en de baby in haar buik die zacht beweegt. De tranen beginnen te stromen. Het is alsof ze ze die hele avond, weken of eigenlijk al maanden, met zich heeft meegedragen en ze in één keer naar buiten breken.
Een auto rijdt de bocht om en zet haar kort vol in het licht.
‘Ben je buiten?’ vraagt Harold.
‘Ja, ik sta aan de kant van de weg.’
‘Met de auto?’
‘Nee, de fiets.’
Ze kijkt om zich heen in het halfduister. De achterlichten van de passerende auto verdwijnen in de verte. De knotwilgen staan als donkere schimmen langs de sloot. Misschien was het inderdaad een slechte keuze geweest om nu te fietsen. Haar handen tintelen van de kou.
‘Ik was bij Meryl,’ zegt ze. ‘Ik wilde haar vertellen over jou. Maar ze werd boos. Ze wil dat ik alles aan Marijn opbiecht en dat ik het contact met jou verbreek.’
‘Deel je locatie, dan kom ik je halen,’ zegt Harold kort.
Met vingers nat van de tranen drukt ze op ‘deel locatie’ en ziet de blauwe stip op het scherm verschijnen, precies daar waar ze staat, bij de busstop naast de greppel en de weg. Ze verstuurt de pin. De verzendbevestiging verschijnt en ze voelt hoe de opluchting een warmte verspreidt door haar lijf. Haar buik ontspant.
‘En Phi?’ Zijn stem klinkt zachter. ‘Je bent niet gek. Je bent niet verkeerd. Jij voelt dit, omdat het echt is. Tussen ons. Laat niemand je ooit anders doen geloven.’
Ze kan geen antwoord geven. De brok in haar keel blokkeert ieder geluid. Haar lippen trillen en haar hand klemt om de telefoon alsof dat dunne stukje glas en metaal het enige is dat haar overeind houdt.
‘Ik kom er zo aan,’ zegt hij beslist. ‘Wacht daar. Blijf waar je bent en probeer warm te blijven.’
Dan verbreekt hij het gesprek. Het klikje van de verbinding snijdt de draad door tussen hem en haar. De warme bubbel van Harolds aanwezigheid spat uiteen en laat haar achter in de kille weidsheid van de graslanden om haar heen.

Na een kwartier verschijnt in de verte een paar felle koplampen, klievend door de duisternis. Phileins hartslag versnelt. Elke seconde dat de lichten dichterbij komen, voelt alsof ze dieper wordt meegezogen in iets waar geen weg terug meer uit bestaat. De banden knerpen zacht op het natte grind van de berm als de Mercedes vertraagt en stilhoudt voor het bushokje.
De ruit van de passagierskant schuift omlaag. Harolds gezicht verschijnt, deels in schaduw, deels verlicht door het dashboard. Zijn ogen glanzen in het kunstmatige licht en ze voelt hoe haar knieën week worden.
‘Stap in, Phi,’ zegt hij zacht. ‘Ik zal je fiets pakken.’  
Ze opent het portier, de warme lucht van de auto stroomt haar tegemoet. Het mengsel van leer, benzine en zijn kruidige aftershave omhult haar zodra ze instapt. Met bevende handen trekt ze de deur dicht. Buiten hoort ze hoe Harold haar fiets optilt en half in de achterbak schuift. Het wiel dat niet past, zet hij vast met een spankabel.
Dan stapt hij in en het geluid van de buitenwereld wordt afgesneden.
‘Je bent koud,’ merkt Harold op als hij achter het stuur plaatsneemt en zijn blik kort langs haar gezicht glijdt. Hij zet de verwarming hoger, reikt achteloos naar voren en legt zijn hand op haar knie. De aanraking schiet als een golf door haar heen en wekt het verlangen diep in haar lijf.
Ze haalt diep adem, maar haar stem klinkt nog steeds gebroken.
‘Dank je… voor het ophalen.’

Deel je gedachtes

met de groep

Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.

👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?

Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!

Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.