sinds 2017 op Bol.com
lezers ontvangen de nieuwsbrief
lazen haar boeken

‘Van Marijn,’ flapt Philein eruit voor ze er erg in heeft. Zodra zijn naam door de kamer trilt en ze Meryls ogen ziet verzachten, voelt ze hoe de leugen zich als onzichtbare draden om haar heen spant.
‘Zie je nou wel?’ zegt Meryl opgelucht. Ze glimlacht breed en triomfantelijk. ‘Het had gewoon tijd nodig. Dat zei ik je toch? Wat was zijn reactie?’
‘Hij weet het nog niet,’ hoort Philein zichzelf zeggen. De draden trekken zich strakker. Ze staart naar de echofoto in Meryls handen.
‘Weet je al hoe je het hem gaat vertellen? Wanneer ga je het hem zeggen? Of wacht je tot het weekend?’
Phileins keel voelt dichtgeschroefd. De benauwdheid kruipt als vloeibaar lood door haar aderen.
‘Je moet hem gewoon de echo laten zien, Phi,’ haar stem is geladen met enthousiasme. ‘Ik zie het al helemaal voor me. Zijn gezicht, zijn reactie. Alles valt op zijn plek.’
Philein opent haar mond, maar ze vindt geen stem om haar woorden terug te nemen.
‘Misschien kunnen jullie samen iets leuks plannen om het te vieren,’ gaat Meryl onverstoorbaar door. ‘Een etentje, of een weekend weg. Dit is jullie tweede kans. Dit kindje brengt jullie weer bij elkaar.
'
Het is alsof de muren naar haar toe kruipen. Philein stikt. Vlug rolt ze haar stoel naar achteren en komt overeind. Door de beweging schieten haar longen vol met lucht alsof ze pas nu weer kan ademen.
‘Verplaats de afspraak van vier uur,’ zegt ze kortaf. Ze reikt naar de foto en rukt hem uit Meryls handen. ‘Zet hem ergens volgende week. En neem zelf de rest van de dag vrij.’
‘Heb ik iets verkeerds gezegd?’ hoort ze Meryl verbaasd achter zich roepen, terwijl Philein de spreekkamer uitloopt.
Met vlugge passen loopt ze via de grote hal waar Meryls balie staat naar de binnendeur die het kantoor met het woonhuis verbindt.
‘Phi!’
Zonder zich om te draaien, sluit Philein de tussendeur. Het geluid weerkaatst hol tegen de gladde muren en klinkt harder dan ze bedoelde. Ze draait de deur op slot en blijft staan. Haar schouder tegen het hout gedrukt. Haar voorhoofd leunend tegen de deur. Waarom had ze Meryl niet gewoon de waarheid verteld? Waarom durfde ze het niet uit te spreken? De leugen ligt nog warm op haar tong, maar in haar buik voelt deze als een steen die niet meer te verplaatsen is.
Langzaam schuift ze haar voeten uit haar pumps. Haar tenen krullen tegen de warme houten vloer die glanst in het winterlicht dat door de enorme schuifpui naar binnen stroomt. Voor haar strekt de woonkamer zich uit in onberispelijke orde van strakke lijnen en scherpe hoeken. De glazen haard scheidt de zithoek van de eetruimte.
Ze laat zich zakken op de lichtgrijze designbank die precies in het midden van het vloerkleed staat.
Met een kort gebaar werpt ze de echofoto op de salontafel. Voorovergebogen vouwt ze haar handen ineen, haar ellebogen steunend op haar knieën. Ze sluit haar ogen en voelt de tranen branden achter haar ogen. Wat moet ze doen? Al bijna drie maanden draagt ze dit kind bij zich. Het idee slaat opnieuw tegen haar borst.
Kijk, je kindje zwaait naar je, had de verloskundige gezegd, wijzend naar het witte vlekje op het beeld dat heen en weer bewoog.
Het leefde. In haar. En het zou over zes maanden haar wereld op zijn kop zetten. Tenminste… als ze de baby zou houden. De verloskundige had ook geschetst hoe een abortus zou verlopen met deze termijn. Het zou ingrijpend zijn en onomkeerbaar. Haar lichaam zou na de ingreep leeg zijn en alles zou weer lijken zoals het was. Alsof dit kind nooit had bestaan. Maar hoeveel lichter haar buik ook zou voelen, des te zwaarder zou haar hart wegen. Hoe kan ze kiezen tussen twee mogelijkheden die ze allebei niet wil? Welke richting ze ook inslaat, teruggaan naar wie ze was, bestaat niet meer.
De gedachten cirkelen sneller en sneller tot haar slapen beginnen te bonzen. Een misselijkmakende golf trekt door haar buik. Nog één seconde langer op de bank en ze bezwijkt onder het gewicht in haar hoofd. Ze moet bewegen.
Met een ruk komt ze overeind. Ze schuift de glazen pui open en de koude winterlucht stroomt verlichtend langs haar heen naar binnen. Op haar blote voeten stapt ze op de koude antracieten tegels van het terras in de richting van het zacht dampende zwembad dat ademt in de ijle decemberlucht.
Haastig loopt ze door naar het tuinhuis en trekt in snelle bewegingen haar badpak aan. De stromingsinstallatie zet ze open tot de hoogste stand en het gebrul van de motor breekt de stilte in stukken.
Ze duikt het water in en schiet vooruit. Haar armen klieven door de stroming, haar benen slaan krachtig. Het water klotst tegen de randen en schuim spat in haar gezicht.
Haar hart bonst. Nog een slag. Nog één, om haar hoofd het zwijgen op te leggen.
Maar de gedachten laten zich niet wegspoelen. Philein drukt haar gezicht dieper in het water. Het water raast langs haar oren, monotoon en allesoverstemmend, behalve voor zíj́n stem. Laag en trefzeker klinkt hij in haar herinnering, terwijl hij over Meijberg sprak. Alsof dat nog de reden was dat hij daar stond, terwijl het al lang niet meer over het dossier ging.
Haar vingers grijpen het water alsof het de rand van het bureau is. Ze voelt opnieuw de gladheid van het glas waar ze zich toen aan vastklampte.
De stroming rukt haar los.
Ze rolt om en zwemt met krachtige slagen tegen de keer in. Haar spieren branden. Ze zoekt de cadans, maar zijn blik schuift ertussen. Die ogen die bij haar binnendrongen, haar aftastten en haar precies daar raakte waar ze het meest kwetsbaars was.
Haar longen smeken om lucht. Ze hapt boven het wateroppervlak uit, een korte, rauwe adem, en laat zichzelf meteen weer zakken.
Ze had geen weerstand geboden. Haar lichaam was meegegaan. Geen adviseur tegenover rechercheur, maar lijf tegenover lijf.
Ze hoort het schuren van stof. Het krassende geluid van een rits. Een schokkerige zucht die uit haar keel ontsnapte.
In haar borst klapt iets dicht, hetzelfde korte stilvallen als toen. Ze zwemt door het stroeve gevoel heen. Ze schiet vooruit, alsof snelheid haar gevoel kan overschreeuwen.
De pomp jaagt. Het water gromt. De stroming is sterker en haar slag wordt korter, onregelmatiger. Ze dwingt haar elleboog hoger, rekt de pas en hakt door het water.
Nog één. Nog één. Kom op, Philein. Doorgaan.
Maar haar armen weigeren. Haar spieren, verzadigd van melkzuur, schreeuwen om rust. Haar longen branden en een snik perst zich met geweld naar buiten. Haar borst schokt, haar buikspieren trekken zich ongecontroleerd samen.
Ze had het toegestaan. Ze wilde het zelf.
De slag valt weg en ze draait zich op haar rug, waar de stroming haar optilt en meesleurt tot ze tegen de zwembadwand wordt gedrukt. Haar tranen vermengen zich met het warme water, terwijl ze met schokkende schouders en hortende uithalen uitgeput haar arm om de koude rand klemt.