Top 10

sinds 2017 op Bol.com

91.000+

lezers ontvangen de nieuwsbrief

120.000+

lazen haar boeken

Hoofdstuk 8

Kind

Roerloos staat Philein voor de spiegel. De lichte bolling onder haar satijnen ochtendjas tekent zich met de dag scherper af. Ze trekt de ceintuur los. De panden van haar ochtendjas glijden open en ontbloten de welving vlak onder haar navel. De grootte van een kiwi, dat zou hij nu zijn volgens de zwangerschapsapp die ze een paar dagen geleden op haar telefoon heeft gedownload. Ze draait iets opzij en bekijkt haar profiel in de spiegel. Zacht laat ze haar vingers glijden over de ronding van haar buik waaronder haar kind groeit.
Ze veert op bij het geluid van de deurbel dat echoot door het huis. Snel slaat ze de stof om haar buik. Ze trekt het ceintuur strak om haar middel, maar de ronding laat zich niet wegdrukken, hoe stevig ze ook knoopt.
Op haar tenen loopt ze naar het raam en schuift het gordijn een paar centimeter opzij. Buiten is de wereld bedekt met een dunne, witte deken. Omringd door de sneeuw springt de rode auto van Marijn op de oprit fel in het oog.
Ze buigt zich naar voren. Haar adem beslaat het glas, terwijl ze probeert de voordeur te zien.
Daar staat Marijn, in zijn dikke winterjas, voorovergebogen bij de voordeur. Gehurkt spreekt hij door het klepje van de brievenbus.
‘Philein? Ik weet dat je er bent.’ De condens van zijn adem kringelt de winterlucht in en zijn stemgeluid draagt door de gang, de trap op, tot in haar slaapkamer.
Ze deinst terug en trekt het gordijn haastig weer dicht. Hoe moet ze hem ooit onder ogen komen? Ze schaamt zich dood. Voor haar buik. Voor de leugen die ze Meryl had gevoerd. Voor de wijze waarop dit kind is ontstaan. Wat moest ze zeggen?
Snel springt ze in bed, kruipt onder de deken en richt de afstandsbediening naar de televisie. Het blauwe licht vult de kamer.
‘Philein,’ klinkt zijn stem via de brievenbus door de gang.
Ze kruipt dieper onder het dekbed. Instinctief glijden haar handen naar haar buik. Alsof Marijn, zelfs op deze afstand, zou kunnen zien wat ze verborgen houdt. Misschien schaamt ze zich nog het meest om wat het met hem doet. Jarenlang had hij haar gesmeekt, voorzichtig eerst, later wanhopiger, om een kind van hen samen. Steeds had ze zich verzet, gevochten tegen zijn wens. En nu? Nu ligt ze hier met een buik die al rondt, met een kind dat ze nooit heeft gepland. Het valt niet meer te ontkennen: zij wordt moeder. En hij geen vader. Hoe zou ze ooit kunnen verwachten dat Marijn haar vergeeft?
Op haar nachtkastje licht het scherm van haar telefoon op. Marijn, ziet ze in één oogopslag. Ze durft niet te bewegen, alsof elke handeling haar aanwezigheid verraadt. Ze laat hem overgaan tot het licht weer dooft.
‘Doe open, Philein. Ik wil met je praten!’
Ze zet het geluid van de televisie harder en trekt het dekbed over haar hoofd. Ze krult zich op, drukt haar ene oor diep in het kussen en haar andere oor stevig tegen haar arm.

‘Phi?’ klinkt Marijns stem opeens vlakbij. Ze verstijft. Haar handen klemmen zich om de dekens over haar hoofd.
‘Je kunt me niet blijven ontwijken.’
Ze hoort het zachte kraken van de vloerplanken van de slaapkamer onder zijn sokken.
‘Ga weg!’ roept ze in het dons.
‘Nee, Phi. Ik maak mij zorgen. We maken ons allemaal zorgen.’ Zijn stem beweegt mee met zijn passen. Hij loopt om het bed heen, de plek waar ze tot een half jaar geleden nog elke nacht samen lagen.
‘Je kunt niet meer zomaar binnenkomen,’ zegt ze scherp.
‘Wel als jij je al twee weken niet laat zien. Meryl zegt dat je bedrijf al sinds 13 december dichtzit. En je moeder vertelde dat je het kerstdiner met de familie hebt overgeslagen. Dat is niets voor jou.’
Er schiet een steek door haar buik bij de herinnering aan de afzegging. Ze kon zichzelf daar niet laten zien, niet met haar buik en de vragen die onvermijdelijk zouden volgen.
‘Bemoei je er niet mee.’
‘Dat bepaal jij niet. Dit gaat mij ook aan.’
Haar maag draait zich om. Meryl heeft haar mond voorbijgepraat. Dit maakt alles nog veel erger.
Ze voelt hoe het matras naast haar inzakt en ze ruikt zijn vertrouwde geur die door het dons heen haar neus bereikt. Het geluid van de televisie wordt weggedraaid en zacht wordt er aan de deken getrokken die ze krampachtig vasthoudt over haar hoofd.
‘Je had het me moeten vertellen, Phi.’ Zijn stem trilt tussen verwijt en pijn. ‘Ik… ik weet gewoon niet wat ik moet voelen. Ik ben blij en boos tegelijk.’
Langzaam schuift ze de deken van haar gezicht. Het felle licht van de televisie snijdt in haar ogen, maar ze dwingt zichzelf te kijken. Daar zit hij. Naast haar. Zijn jas nog aan, zijn wangen rood van de kou en zijn blik gefixeerd op haar.
‘Ik begrijp gewoon niet waarom je niets hebt gezegd. Je weet als geen ander hoe graag ik dit wil.’
Ze wil antwoorden, maar de woorden blijven steken in haar keel.
‘Phi…’ Zijn stem wordt zachter. ‘We kunnen dit. Jij en ik. Samen.’
Ze wendt haar blik af, naar het flakkerende licht van de televisie. In haar buik klopt de waarheid, onmiskenbaar en onafwendbaar. Eindeloos had ze de afgelopen twee weken gewikt en gewogen of ze Marijn zou laten geloven dat hij de vader is. Het had een uitweg geleken. Maar telkens als ze die gedachte vasthield, voelde ze weer hoe de leugen haar omsloot. Vroeg of laat zou de waarheid uitkomen. En dan zou de klap alleen maar verwoestender zijn.  
‘Marijn…,’ Haar stem klinkt schor.
‘Wil je het houden?’
Philein knikt. In de afgelopen twee weken had ze er uitgebreid over nagedacht. Ze kon de zwangerschap niet af laten breken. Ze zou haar verantwoordelijkheid nemen dat voortkwam uit die ene onbedachtzame middag in oktober.
‘Waarom sluit je mij dan buiten, Phi? Dit is ook mijn kind.’
Hij buigt zich iets dichter naar haar toe, maar ze wijkt naar achteren.
‘Nee, Marijn.’ Ze houdt een kort moment haar adem in. ‘Je ziet het verkeerd.’
Hij fronst.
‘Hoe bedoel je?’
‘Het is niet van jou.’ De woorden zijn klein, maar zodra ze uitgesproken zijn, vullen ze de hele kamer.
Ze ziet hoe hij verstijft en het breekt haar hart.
‘Niet… van mij? Weet je het zeker?’
Zijn blik zoekt de hare, hongerig naar een ontkenning, een terugname van de woorden die ze net had uitgesproken.
Ze kijkt naar haar handen, verkrampt in het dekbed en knikt.
‘Ik weet het zeker,’ en ze denkt terug aan twee maanden geleden. Aan de avond waarop Marijn even iets op kwam halen en ze uiteindelijk toch weer met elkaar in bed belandden. Al wist ze het toen niet, dit kindje groeide al in haar buik. ‘Ik ben nu veertien weken zwanger.’
‘Oh..,’ zegt hij teleurgesteld, ‘al zo ver.’
‘Het spijt me. Ik had Meryl nooit…’
‘Maar van wie is het dan?’ vraagt hij.
De woorden komen sneller dan ze had verwacht en ze slaat haar ogen neer.
‘Van wie, Phi?’ Zijn stem snijdt door de kamer.
‘Het was… een… eenmalig iets.’ Ze dwingt de woorden naar buiten. Ze komen langzaam, met horten en stoten. ‘De vader speelt geen rol.’
‘Waarom heb je Meryl dan gezegd dat ik de vader ben?’
‘Ik… ik kon niets anders bedenken. Ze vroeg ernaar, en ik… ik wilde dat ze ophield.’
‘Ophield?’ Zijn stem slaat over.
Ze schudt haar hoofd, maar de woorden laten zich niet vormen. Hij kent haar te goed. Elke stilte verraadt haar.
‘Dus je dacht: ik zeg gewoon dat Marijn de vader is.’ Hij lacht kort. ‘Je weet hoe graag ik dit altijd heb gewild, mét jou. En nu gebruik je dat als…’ Hij breekt zijn zin af, zijn kaken verstrakken. ‘Het doet pijn, Phi. Weet je hoe blij ik was toen Meryl het vertelde?’
‘Sorry. Het voelde zo logisch. Jij en ik. Wat had ik dan moeten zeggen?’ Haar stem breekt. ‘Dat ik een fout heb gemaakt? Dat dit nooit de bedoeling was? Het verandert niets. Het is mijn schuld. Mijn verantwoordelijkheid.’
Marijn wrijft met zijn hand over zijn gezicht, alsof hij haar woorden van zich af wil vegen. Dan kijkt hij haar recht aan.
‘En nu? Wat is je plan?’
De toekomst is wat ze sinds twee weken het meeste vreest. Het niet-weten. Ze heeft geen idee wat haar te wachten staat en of ze zich eraan kan overgeven. Hoe ze deze onnoemelijk zware taak in haar eentje gaat volbrengen. Alleen de gedachte al brengt haar in een staat van totale paniek. De innerlijke onrust duwt de tranen die branden achter haar ogen naar buiten.  
‘Ik weet het niet,’ fluistert ze, terwijl de tranen over haar wangen rollen.
Marijn laat zijn schouders zakken. De felheid uit zijn stem ebt weg. Hij schuift een stukje dichter naar haar toe op het bed.
‘Phi…’ zegt hij zacht. Hij strekt zijn hand naar haar uit, aarzelt even en legt hem dan voorzichtig op haar arm boven het dekbed. ‘Ik hou van je. Dat weet je. Laat me er voor je zijn. Voor jou én voor dit kind.’