sinds 2017 op Bol.com
lezers ontvangen de nieuwsbrief
lazen haar boeken

Harolds ogen laten de hare niet los. Hij zucht zacht, bijna onhoorbaar, maar Philein vangt het op alsof haar hele lijf afgestemd is op hem. Ze drukt haar rug steviger tegen de deur. Ze wil zich verzetten, grenzen trekken, maar het enige wat ze kan doen is ademen. Te hoog en te snel.
Onder zijn vingers bolt haar buik op bij een plotselinge beweging van het kind. Een schop. Scherp en helder.
‘Hij weet het,’ zegt hij. ‘Hij voelt dat ik er ben.’
‘Ze,’ corrigeert ze hem met dunne stem. ‘Het is een meisje.’
‘Een meisje?’ herhaalt Harold en zijn ogen lichten op. Zijn blik zakt opnieuw naar haar buik, zijn hand blijft rusten, warm, vastbesloten, alsof hij via zijn vingertoppen contact zoekt met de baby. ‘Ze zal op jou lijken. Dat weet ik zeker. Die blik, die vastberadenheid en… die schoonheid.’ Hij zwijgt kort en zijn ogen keren terug naar de hare. ‘Ons meisje, Phi. Onze dochter.’
De woorden dringen diep in haar door, verder dan ze wil. Ze wil hem tegenspreken, zeggen dat dit Marijns dochter wordt, dat ze samen hun gezin vormen. Maar zijn stem vult de ruimte en nestelt zich in haar.
‘Wil je…,’ haar stem hapert en ze schraapt haar keel, ‘de babykamer zien?’
‘Ja,’ zegt Harold zonder aarzeling. ‘Niets liever.’
‘Mag ik je jas aannemen?’
Harold haalt zijn hand van haar buik en zet een stap naar achteren. Traag schuift hij zijn jas van zijn schouders. Zonder hem aan haar te geven, laat hij de stof soepel over de kapstok glijden. Zijn vingers blijven even rusten op de kraag en ze ziet hoe zijn ogen langzaam bewegen langs de kapstok, de schoenen op de mat, het kunstwerk van Matisse en het dressoir met een lijstje van haar en Marijn. Hij zegt niets, maar in de stilte voelt ze hoe hij alles in zich opneemt. Laag voor laag. Alsof hij haar leven leest aan de hand van de spullen die hier staan.
Voor hem uit loopt Philein de gang door, richting de woonkamer en de trap. Harold vertraagt zijn pas en laat zijn hand langs de rugleuning van de designbank gaan.
‘Je woont mooi,’ zegt hij, terwijl hij naar de enorme glazen pui loopt. ‘Zelfs een zwembad.’ Zijn hand sluit zich om de hendel.
Voor ze het beseft, heeft hij de schuifdeur al geopend. De koele avondlucht stroomt naar binnen. Kort verbreken zijn benen de cirkels licht die de terrasverlichting werpt op de antracietkleurige tegels als hij over het terras naar het zwembad loopt.
Bij de rand blijft hij staan. Met zijn handen in zijn zakken buigt Harold iets voorover en kijkt in de diepte. De onderwaterlampen verspreiden een diepblauwe gloed, het water rimpelt door de lichte wind en de golven kabbelen tegen de rand.
‘Rustgevend,’ zegt hij bedachtzaam en met een veelbetekenende blik kijkt hij haar aan
Om haar onzekerheid te verbergen, strijkt ze een lok achter haar oor.
‘Kom,’ zegt ze. ‘Ik wil je de babykamer laten zien.’
Aan het einde van de overloop op de eerste verdieping opent Philein de deur naar de babykamer. Het zachtroze licht van het maanlampje spreidt zich uit over het behang met de girafjes. Ze stapt de kamer in.
De kamer die ze de afgelopen weken met Marijn heeft voorbereid op de komst van de baby. Alles hier ademt Marijn. En toch staat Harold nu in diezelfde ruimte. Ze kan het bijna niet bevatten.
Ze wijkt een halve stap naar achteren, draait zich naar hem toe en leunt met haar heup tegen de rand van de commode, terwijl ze toekijkt hoe hij de kamer in zich opneemt. Zijn blik beweegt traag langs de girafjes op de muur, het hemeltje, de schommelstoel. Dan loopt hij naar het wiegje en legt zijn hand op de houten ronding.
‘Phi… ik wist toen al, die middag in oktober, dat dit groter was dan wij,’ fluistert hij. ‘Het was te intens om zomaar voorbij te gaan. Maar dit…’ Hij draait zich om en vangt haar blik. ‘Dit had ik nooit verwacht.’
De herinnering slaat onverbiddelijk in haar lijf. Het is geen gedachte maar een golf die haar overspoelt. Ze voelt opnieuw hoe zijn handen zich toen in haar huid vast groeven. Hoe zijn greep haar overeind hield en tegelijk volledig overnam. De rauwheid van dat moment, de honger die elke waarschuwing overstemde en de onweerstaanbare overgave die haar in dezelfde adem onderuithaalde. Het brandt nog steeds in haar na. Ze draait een kwartslag. Haar rug vindt de rand van de commode.
‘Ik mis je sinds die middag. Elke seconde. Jij niet?’
De vraag hangt zwaar tussen hen in. Haar lippen trillen. Alles in haar wil nee zeggen, krachtig en resoluut. Maar tegelijk welt er een ja op, onbeheersbaar en smachtend.
Zijn ogen blijven de hare vasthouden, stevig verankerd, alsof er geen beweging meer mogelijk is.
‘Ik weet het niet,’ hakkelt ze.
Zijn mondhoeken krullen licht en hij zet een stap naar haar toe.
‘Ik zie jou, Phi.’
Zijn stem blijft laag, maar elke zin dringt haar borst binnen en vindt zijn weg tot diep in haar hart.
‘Je doet zo je best om sterk te zijn,’ zegt hij zacht. ‘Iedereen ziet de lach, de rust, de controle. Maar ik zie wat er daaronder leeft.’
Philein wil haar blik afwenden, zodat hij niet ziet dat hij gelijk heeft, maar haar ogen blijven gevangen in de zijne. Zijn woorden raken iets wat ze zorgvuldig verborgen heeft gehouden.
‘Je voelt je onbegrepen,’ gaat hij verder. ‘Zelfs met mensen om je heen. Zelfs bij Marijn.’
Hij laat zijn hand van de rand van het wiegje afglijden en komt dichterbij. ‘En dat vertel je niemand, want je denkt dat je het moet dragen. Maar ik zie het. Ik zag het toen al…’
Haar keel trekt zich samen.
‘Je doet jezelf tekort bij hem,’ zegt hij teder. ‘Hij ziet niet de storm die in je leeft. Dat stuk van jou… dat verberg je voor hem. Ik zie je… helemaal.’
Hij heft zijn hand een stukje omhoog en zijn vingers raken vluchtig haar elleboog, nauwelijks voelbaar, maar haar hele lichaam reageert erop. ‘Alles wat je bent. Ook dat wat je wegstopt.’
Het is beangstigend hoe precies hij de leegte benoemt die ze zelf niet onder ogen durft te zien, hoe zijn woorden de plekken in haar raken waar ze nooit iemand heeft toegelaten.
‘Phi, ik wil je alleen vasthouden. Niets meer. Gewoon… vasthouden.’
Hij kijkt haar aan met een vanzelfsprekende intensiteit die haar tegelijk doet wankelen en doet hunkeren. Ze weet dat ze nee moet zeggen, dat één stap dichterbij haar hele wereld kan doen instorten.
‘Heel even dan,’ fluistert ze.
Zijn armen glijden om haar heen. Rustig en zeker, alsof hij dit al jaren doet. Langzaam legt ze haar hoofd tegen zijn schouder, haar zwangere buik drukt tegen de zijne. Het gewicht van het kind ligt als een belofte tussen hen in, alsof ze het samen dragen. Ze voelt hoe ze kleiner wordt. Ze smelt weg in de ruimte die hij haar biedt en even is ze gewichtloos. Geen zorgen, geen angst voor de toekomst, geen gedachtes. Opgelost in Harolds aanwezigheid.
Hij neemt haar hoofd in zijn handen en ze voelt haar hart bonzen in haar keel.
‘Harold…’ zucht ze.
‘Ik heb je nodig, Phi,’ fluistert hij. ‘Niet alleen dit kind. Jij. Alles van jou.’
Hij buigt naar haar toe. Zijn lippen raken de hare. Een aanraking zo licht dat ze zich afvraagt of het werkelijk gebeurt.
Een seconde. Twee.
Haar gedachten tuimelen, botsen tegen elkaar. Stop. Stop nu. Dit gaat je kapotmaken. Maar haar lichaam weigert te luisteren. Haar mond opent zich, haar tong zoekt de zijne. Het trekt haar mee in een draaikolk waaruit geen weg terug lijkt.
Zijn greep wordt steviger. De rand van de commode drukt tegen haar rug. Haar handen zoeken houvast en vinden zijn schouders. Warm, gespierd, vertrouwd en gevaarlijk tegelijk. Het is alsof er twee stemmen in haar klinken: de ene die haar vooruit duwt naar hem, de ander de fluistert om afstand te nemen.
Abrupt maakt ze zichzelf los.
‘Ik kan dit niet.’
Zijn blik blijft zacht. Geruststellend tilt hij een pluk haar van haar wang en strijkt hem achter haar oor, waar zijn vingers nog even rusten.
‘Je hoeft het niet te kunnen,’ zegt hij. ‘Je hoeft alleen maar te voelen wat er al is.’
Het leuke van een BlogThriller is dat je niet in je eentje leest, maar samen met een hele groep andere lezers. Iedereen ontvangt op dezelfde dag hetzelfde hoofdstuk en in onze besloten Facebookgroep praten we erover verder.
👉 Hoe vond jij dit hoofdstuk?
👉 Welke verdenkingen heb je?
👉 Of welke vragen spoken er door je hoofd?
Het is zo gezellig om te lezen hoe iedereen het verhaal beleeft. Soms zie je dingen die een ander helemaal gemist heeft, of denk je opeens: hé, daar zou wel eens iets achter kunnen zitten!
Ik zou het heel leuk vinden als je erbij komt en je gedachten deelt. Samen lezen maakt het verhaal nog spannender én gezelliger.