Hoofdstuk 3: Beslagen

Klokkend valt de wijn uit de fles als Axel twee wijnglazen vult.
‘Ik hoef niet,’ zegt ze.
‘Dit is je favoriete wijn. De arts zei dat het belangrijk was dat je geconfronteerd wordt met dingen uit je verleden.’
‘Hij zei niet dat ik wijn moet drinken.’
‘Niet per definitie wijn. Het gaat om de geur en de smaak­ervaring. Misschien komt er iets terug.’ Axel zet het wijnglas naast de medicatie op de tafelloper en loopt naar de keuken, waar hij met zijn rug naar Mya toe de ovenhandschoenen van het aanrechtblad pakt en om zijn handen schuift.
Weifelend zet Mya haar duim en wijsvinger tegen de steel van het wijnglas. Langzaam brengt ze het glas naar haar neus en ze sluit haar ogen. Diep inhaleert ze boven de opening. De wijnmoleculen hechten zich aan haar reukorgaan en vocht uit haar speekselklieren vloeit haar mond in. Ongeduldig wacht ze op een flard van een herinnering, een beeld, een flits, iets dat zich openbaart in het pikzwarte donker van haar brein. Er gebeurt niets.
Uit de keuken klinkt het geluid van metaal dat over elkaar heen schuift. Mya opent haar ogen en ziet Axel met gebogen rug de dampende schotel uit de oven halen. Ze zet haar lippen tegen het glas en de ronde smaak van de wijn rolt haar mond binnen. De warmte van de alcohol verspreidt zich als golven aangenaam door haar lichaam en ze neemt een tweede slok. En een derde. In haar hoofd blijft het donker en stil, terwijl ze haar spieren voelt ontspannen.
‘Sascha heeft ’m gemaakt,’ zegt Axel, terwijl hij de ovenschotel op de onderzetters op de eettafel zet. Met een opschep­lepel breekt hij door de laag gestolde kaas.
‘Wie is Sascha?’ vraagt ze.
‘Onze hulp,’ zegt hij en schept het eten op de borden. ‘Ze kwam hem brengen toen je sliep.’ Op de stoel tegenover Mya gaat hij zitten en hij prikt met zijn vork in een stuk dampende prei, dat hij vervolgens in zijn mond laat verdwijnen.
Mya neemt een nieuwe slok.
‘En?’ vraagt Axel.
‘Wat en?’
‘De wijn. Begin je je iets te herinneren?’
Ze gooit het laatste restje wijn achterover en schudt haar hoofd. Voor het eerst in drie maanden voelt Mya hoe de storm in haar onderbuik wordt getemd. De alcohol dwingt hem te gaan liggen. ‘Dat niet. Misschien bij een tweede glas,’ zegt ze en ze schuift haar glas naar Axel toe.

Wanneer Mya de volgende morgen haar ogen opent, ­penetreert een zware hoofdpijn zich als een ijspriem diep in haar hersenen. Door een kier in de verduisterende gordijnen schijnt een strook zonlicht op het vrijstaande bad. Mya spert haar ogen open. Er stond geen bad in de logeerkamer. Met een ruk draait ze zich om. Naast haar ligt Axel met gesloten ogen. Zijn neus raakt het randje van haar kussen. Een rilling trekt door haar lijf en ze voelt haar blote huid tegen het dekbed schuren. Wat is er gebeurd? Ze herinnert zich dat ze na het eten op de bank is gaan liggen, maar de rest van de avond is net zo afwezig als de herinneringen aan haar leven voor het ongeluk. Mya tilt het dekbed op dat haar naakte lichaam bedekt. Wat heeft Axel met haar gedaan?
Stilletjes glijdt ze uit bed en haast zich de kamer uit, de trap op. De deur van de badkamer in de logeerkamer draait ze op slot. Ze zet de douche aan en draait de mengkraan op zijn heetst. In een nisje van de douche vindt ze een volle fles douche-
gel tussen de andere doucheproducten. Ze pakt de scrubhandschoen die aan een koordje aan de mengkraan hangt, en schuift hem om haar hand. Met harde halen schrobt Mya de onzichtbare sporen van de nacht van zich af.
Waarom werd ze wakker in zijn bed? Hij wist dat ze dit niet wilde. Rood geboend laat ze zich na een tijdje zakken tegen de beslagen glazen douchewand, terwijl het hete water als een onuitputtelijke regenbui door blijft kletteren. Ze wil niet naar beneden. Ze wil Axel niet zien.

Verder lezen? Ontvang 25% korting op het e-book met de couponcode ZMN25%. Meer informatie, je vindt het hier.

.