Hoofdstuk 1: Taart

Wie is hij, vraagt Mya zich af. Vanuit haar ooghoeken kijkt ze naar hem. Zijn neus heeft een lichte glooiing, een karakteristieke kromming, die haar nu pas opvalt. Wat weet ze eigenlijk over hem? Kalm ligt zijn hand op het stuur van de Landrover. Hij draait de doodlopende straat in aan de rand van Deventer. Bij de grote vrijstaande huizen mindert hij vaart.
Met zijn hoofd geeft hij een knikje in de richting van het laatste huis. ‘En?’
Mya volgt zijn blik. In de voortuin van de kubistische villa van antraciete bakstenen en glas botst een automatische grasmaaier meerdere malen tegen een afgebroken tak.
‘Herken je het al?’ vraagt Axel.
Ze schudt haar hoofd en kijkt naar haar vingers, die de ring aan haar ringvinger ronddraaien. Ze weet hoe Axel naar dit moment heeft toegeleefd en de gedachten aan de uren die komen gaan, drukken Mya dieper in haar stoel.
Axel rijdt de Landrover de oprit op, schakelt de motor uit en blijft zitten zonder aanstalten te maken om uit te stappen. Ze hoort zijn ademhaling. Ze voelt zijn ogen branden op haar gezicht en ze schrikt van de hand die hij op haar boven­­been legt. Nauwelijks haalt ze adem, te bang voor zijn intenties. Door haar spijkerbroek heen voelt ze de minuscule samentrekkingen van zijn vingers, die zacht in haar been knijpen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voor hij eindelijk zijn hand terugtrekt, zijn portier opent en de koude januariwind toelaat.
Als het portier dichtvalt, vindt ze de controle over haar spieren terug en ze drukt de kraag van haar lange wollen jas dichter tegen haar hals. In de achteruitkijkspiegel ziet ze Axel de achterklep openen. Uit de kofferbak pakt hij de trolley met kleding die ze de afgelopen drie maanden in de revalidatiekliniek heeft gedragen. Met een klap gooit hij de achterklep dicht. Het geluid van de knarsende steentjes onder de wieltjes van de trolley nadert Mya’s portier en traag draait ze haar gezicht naar haar deur als Axel hem opentrekt.
‘Kom,’ zegt hij. Hij wringt zijn hand tussen de rugleuning en haar schouder.
Gelaten laat ze zich leiden.
‘Na jou,’ gebaart hij, als hij de voordeur van het slot haalt en opent.
Aarzelend stapt Mya over de drempel de imposante hal binnen. Ze legt haar hoofd in haar nek om het licht te volgen dat tien meter hoger door de grote koepel naar binnen valt. Als bevroren watervallen van beton dragen de hoge muren de grote glazen stolp, waaronder de drie verdiepingen van de villa als open lades met glazen balustrades zichtbaar zijn. Voet voor voet loopt Mya de hal door en de gang in. Aan het einde gaat ze de vijf treden naar beneden tot ze op de gietvloer van de woonkamer staat.
‘Ga zitten,’ zegt Axel, terwijl hij haar passeert.
Onwennig neemt ze plaats op de ruime hoekbank in het midden van de woonkamer en ze vouwt haar handen in haar schoot. Haar vingers zetten de repeterende beweging voort van het draaien van haar ring. Door de muur van glas staart ze naar de rij hoge coniferen aan het einde van de tuin.
‘Wil je een stukje taart?’ roept Axel vanuit de open keuken. Zijn hoofd verdwijnt achter de deur van de Amerikaanse koelkast en hij haalt er een doos van wit karton uit. Zijn zolen tikken op de gietvloer als hij met snelle passen langs de eettafel naar Mya loopt. Hij tilt de deksel omhoog en kantelt de doos een paar graden in haar richting. ‘Welkom thuis, lieve Mya!’ staat er in marsepeinen letters tussen het slagroom.
Ze wendt haar gezicht af naar de wuivende coniferen. ‘Waar is de logeerkamer?’ vraagt ze. ‘Ik ben moe.’
Met een ingehouden zucht sluit Axel de taartdoos. ‘Ik zal je onze slaapkamer laten zien.’
‘De logeerkamer,’ zegt Mya en ze staat op.
‘Ik heb je gemist,’ spreekt hij tegen haar rug, terwijl ze naar de treden van de verdiepte woonkamer loopt.
‘Geef me tijd, Axel,’ fluistert ze.
Axel perst zijn lippen op elkaar. ‘Goed,’ zegt hij beheerst, ‘als dat is wat je wilt, dan zal ik je de logeerkamer laten zien.’
Zodra Axel het logeervertrek op de bovenste etage van de villa heeft verlaten, drukken de tranen achter Mya’s ogen. Ze kijkt door het raam, langs de toppen van de coniferen, over de lege weilanden, naar de laaghangende winterzon. In niets is deze thuiskomst wat ze zich had voorgesteld. Ze is een volslagen vreemde in haar eigen huis. Ze stapt uit haar sneakers en loopt naar het bed. Langzaam legt ze haar hoofd neer. Ze trekt haar knieën naar zich toe en begraaft haar gezicht in het witte beddengoed. Opgekruld als een foetus huilt ze zichzelf in slaap.

Klik hier voor hoofdstuk 2.

Ontvang 25% korting op het e-book met de couponcode ZMN25%. Meer informatie, je vindt het hier.

.