IMG_6634.JPG

In 2014 stierf de partner van Sietske Scholten aan de gevolgen van de ziekte van Lyme. Na een gevecht van elf jaar kon Thérèse (zie foto) de strijd niet langer aan. De roman BEET baseerde Sietske op hun eigen verhaal en het boek staat sinds 2017 in de top 10 van ‘Bestbeoordeelde Nederlandstalige literaire romans’ op Bol.com. Deze nagenoeg autobiografisch roman kreeg veel media aandacht o.a. in Margriet, Vrouw Magazine en de Telegraaf.

Om de bewustwording voor het gevaar van teken te vergroten, plaatst Sietske tijdens de WEEK VAN DE TEEK iedere dag een deel van het werkelijke verhaal, foto's en leesfragmenten uit haar roman BEET.


DAG 5 WEEK VAN DE TEEK

Het is de vijfde dag van de week van de teek. De morfine zorgde ervoor dat Thérèse sterker werd en eindelijk aan de behandeling kon beginnen. Anderhalf jaar lang ging ze tweemaal per week van Deventer naar Amsterdam voor een intraveneuze antibioticakuur. Eindelijk, zeven jaar na de tekenbeet, werd de Lyme verdreven. Alleen de schade die de ziekte had aangebracht was onherstelbaar en de pijn bleef.

Bijna gaf ze de moed op en zag ze de dood als uitweg, maar met een hogere dosis morfine leek het leven weer leefbaar en vond ze kracht om door te gaan. Ze pakte haar werk weer op en ze werd opnieuw verliefd. Op mij. Wat waren we gelukkig met elkaar. Vanaf nu zou alles goed komen, dachten we.


BEET - fragment 5

‘Ik ben zo blij met jou, Marjolein. Het is lang geleden dat ik dit heb gevoeld. Mijn liefde voor jou is zo groot dat ik het niet kan beschrijven. Ik kan mij geen leven meer voorstellen zonder jou. Misschien is het te vroeg, maar het voelt zo goed.’
Elise laat zich van de bank afglijden en hurkt op haar knieën, terwijl ze mijn hand vasthoudt. Ik kijk haar niet-begrijpend aan, een diepe frons op mijn gezicht.
‘Zou je met mij willen trouwen, Marjolein?’
De golven van geluk overspoelen mij als ik mij realiseer wat ze mij vraagt. Bij Elise ben ik compleet. Als een onzichtbare verbinding. Een zielsverwantschap. Soms beginnen we tegelijkertijd aan dezelfde zin. Soms denkt zij wat ik zeg en andersom. Onze gespreksstof raakt nooit op. Ik wil niets liever dan mijn leven met Elise delen.
‘Ik hou van jou, Elise.’
Ze draait een ring van haar vinger en houdt hem voor zich tussen haar duim en wijsvinger.
‘Wil je met mij trouwen?’
Ik trek haar aan haar handen omhoog van de grond. Ze valt bovenop mij en ik sla mijn benen om haar benen.
‘Ja,’ zeg ik en ik kus haar hartstochtelijk.


We fantaseren over witte bruidsjurken, trouwauto’s, fotosessies, bruidstaarten en het uitspreken van onze liefde voor elkaar tegenover alle mensen die we liefhebben. Gelukzalig kijk ik haar aan. Maar de blik in Elises ogen wordt donker en haar lach vervaagt.
‘Ik moet je nog iets vertellen, Marjolein, maar ik durf het niet.’
‘Geen geheimen, Elise. Ik wil alles van je weten. Alles.’
En terwijl ik het uitspreek, weet ik wat ze gaat zeggen. Ik voel het. Mijn adem stokt. Ik zet me schrap en voel mijn tranen branden achter mijn ogen. Ze begint te vertellen. Woorden waarvan je niet wilt dat je geliefde ze uitspreekt en die kippenvel verspreiden over mijn hele lijf.
‘Ik heb een paar jaar geleden een zelfmoordpoging gedaan.’
De impact van de zin is onnoemelijk groot. Ik kan haar enkel aankijken. Elise praat verder. Over het revalidatiecentrum, haar laatste hoop op pijnreductie en de noodzaak om te stoppen met de morfine.
‘Ik had zo veel pijn. Ik had zo veel verloren. Ik had geen werk meer. Geen relatie. Ik zag geen toekomst meer. Ik wilde van de morfine af, van alle bijwerkingen, van de chemische hel bij het ontwaken, elke ochtend. Maar zonder morfine, en geloof me, ik heb het meerdere keren geprobeerd, was de pijn onleefbaar. Het was een duivels dilemma. Op een avond werd het mij te veel. Ik nam alle medicatie in die ik nog had en ben gaan slapen. De volgende morgen kwam iemand van de verpleging mij wekken. Ik werd niet wakker. Later werd gezegd dat ze geen vijf minuten later had moeten zijn. Ik heb een week in coma gelegen.’
Ze richt haar blik op de grond. Bang voor wat ik ga zeggen. Ik voel van alles. Gedachten schieten als vuurpijlen kriskras door mijn hoofd. Elise had dood kunnen zijn. Wat ben ik blij dat ze nog leeft. Hoe wanhopig moet je zijn om tot zo’n daad te komen? Wat verschrikkelijk dat ze dat heeft moeten doorstaan. Ik houd haar vast en spreek mijn gedachten uit, terwijl ik naar de teakhouten eettafel kijk die er vanochtend nog niet stond.
‘En nu?’
Ik durf de vraag nauwelijks te stellen. Ik laat haar los en kom overeind, zodat ik haar gezicht kan zien.
‘De morfineomzetting heeft alles veranderd. Ik leef weer! Jij bent in mijn leven gekomen! Alles is nu anders. Ik heb weer een toekomst. Ik zou het nu nooit meer doen. Echt niet. Vertrouw me.’ Haar ogen spreken de waarheid.
‘Ik vertrouw je,’ zeg ik, maar ergens in mijn lijf registreer ik een vleugje angst. Bijna onbewust. Mijn intuïtie spreekt. Elise is tot een suïcide in staat. Direct druk ik de gedachte weg. Ze is mijn geliefde. Mijn toekomstige vrouw.
Ik luister niet.


Morgen volgt deel 6

Deel dit verhaal ook gerust met anderen. Stuur deze link door of praat erover. Hoe meer mensen het gevaar van een tekenbeet inzien, hoe meer leed er voorkomen kan worden. Dan is Thérèse haar dood niet helemaal voor niets geweest.


Ontvang tijdens DE WEEK VAN DE TEEK de dagelijkse delen van Sietske in je mailbox. Meld je hier aan:


.

.

Tijdens DE WEEK VAN DE TEEK

ontvang je 20% korting op de roman BEET. Deze actie geldt zowel voor het e-book als voor de paperback. (Verzending boven de 20,- euro is GRATIS)


meer informatie over BEET
BEETpaperbackebook20%.png
sietske scholten foto telegraag enz....png