21a70145-692c-472c-afa0-d450bdd4453c.png


Dag 10: Vertelperspectief




Je hebt al veel keuzes gemaakt bij de voorbereidingen voor het schrijven van je verhaal, maar voordat je kunt beginnen met schrijven, is het belangrijk om nog één bepalende keuze te maken: namelijk het perspectief waarin je jouw verhaal gaat vertellen.

Als lezer kijk je als het ware mee door de ogen van de verteller. Je kunt die verteller dus ook beschouwen als een camera. Alleen datgene waar de camera op gericht is, kun je als lezer zien. De verteller of het vertelperspectief is dus bepalend voor de manier waarop de lezer informatie krijgt over de gebeurtenissen en personages in het verhaal. Maar ook voor de manier waarop er tegen de gebeurtenissen en personages wordt aangekeken, want daar kun je als schrijver heel leuk mee spelen. Je kunt iets suggereren (bijvoorbeeld een personage verdacht maken, maar aan het einde van het verhaal blijkt dat personage niet de dader te zijn).

Een schrijver heeft de keuze uit verschillende vertellers. Je kan te maken hebben met:

De alwetende verteller

Deze verteller neemt geen deel aan het verhaal, maar weet wel alles. De verteller staat als het ware boven het verhaal en registreert wat er gebeurt, maar kan ook in de hoofden kijken van de personages: in hun gedachten en motieven. Een alwetende verteller weet dus alles en kan de lezer dus ook alles vertellen. Een alwetende verteller onderscheidt zich van een personele verteller doordat hij meer weet dan de personages.

De ik-verteller

Deze verteller heeft twee varianten. Er is het vertellend ik, dat ingaat op iets dat al gebeurd is, en het belevend ik, dat vertelt terwijl die de gebeurtenissen meemaakt. Als lezer krijg je dan dus een soort live-verslag, maar zie je alleen wat de ik-verteller ook ziet. Je hebt dus geen compleet overzicht van alles, maar door het ik-perspectief voel je je als lezer vaak directer betrokken bij het verhaal. In mijn eerste drie boeken maakte ik gebruik van de ik-verteller en dan de belevende variant. (Met soms een heel klein uitstapje naar de andere variant.) Het was een prettige vertellersvorm om mee te starten. Toch vond ik, naarmate ik meer schrijfervaring kreeg, de ik-verteller uiteindelijk te beperkt. Na anderhalf jaar schrijven besloot ik mijn verhalen te gaan schrijven vanuit de personele verteller.

De hij/zij-verteller

Als er sprake is van een hij/zij-verteller zonder dat deze verteller alwetend is, dan noemen we dit een personele verteller. De verteller is niet zelf in het verhaal betrokken, maar volgt één personage. Deze vorm wordt het meest gebruikt door schrijvers, omdat de lezer zich op deze manier vrij makkelijk kan identificeren met het personage. Al mijn ShortThrills en mijn boeken vanaf 2017 zijn in dit perspectief, omdat ik daarmee meer mogelijkheden heb om de lezer te verrassen met onverwachte plotwendingen. De lezer zit niet in het hoofd van het personage, maar leeft wel met het personage mee. Daarmee kan ik als schrijver bepaalde informatie achterhouden. Ik geef de lezer een beeld van het personage dat ik wil dat de lezer op dat moment ziet. Maar dat is niet per se ook zoals het is.

In mijn voorbeeldplot van het huwelijksaanzoek op het dak van het hotel, kies ik voor de personele verteller. Zo kan ik Julia neerzetten als angstig en onderdanig. De lezer ziet haar als slachtoffer en leeft met haar mee. Max zet ik neer als dominant en agressief. Daarmee lijkt de strijd al gestreden. Julia kan dit nooit winnen van Max. Aangezien het zich afspeelt op het dak, zal de lezer bang zijn dat Julia het met de dood zal bekopen.

In werkelijkheid heb ik bedacht dat Julia een plan heeft. Zij heeft zelf voorgesteld naar het dak te gaan om niet met Max te hoeven trouwen en definitief van hem af te kunnen komen. Door gebruik te maken van het hij/zij-perspectief met de personele verteller, kan ik die informatie achterhouden tot en met de climax van het verhaal. Als ik zou kiezen voor de ik-verteller, zouden we precies weten wat Julia denkt en van plan is. Dan is het verrassingselement weg in mijn verhaal. De keuze voor het perspectief is dus afhankelijk van hoe je je verhaal wilt vertellen.



OPDRACHT 10:

Gisteren heb je het kader van je verhaal bepaald. Vandaag ga je beschrijven wat er gebeurt. Doe het snel en niet mooi. Het is belangrijk om hier niet te lang over na te denken. Je beschrijft slechts het verloop van je verhaal. Zelf noem ik het ‘schetsen’. Ik zet de lijnen uit van het verhaal. Hierbij als voorbeeld een stukje van mijn ‘schets’, zodat je een idee hebt:

Klik hier voor de voorbeeldschets




Heel veel plezier en een heel fijn weekend!

Tot maandag!

Lieve groet,

Sietske Scholten