ShortThrill Onmacht

Stevig knijpt Lisa in de kolf van het doorgeladen vuurwapen in haar hand. Sluipend nadert ze het tweepersoonsbed en in het weinige licht dat kiert door de gordijnen ziet ze hen liggen, slapend. Ritmisch en langzaam halen ze adem. Lisa slikt. Ze plaats haar wijsvinger op de trekker en strekt haar arm tot het koude metaal van de loop het voorhoofd van meneer Zuidema raakt. Van schrik schiet hij overeind en slaakt een ingehouden kreet, terwijl hij naar achteren schuift, tegen zijn vrouw aan, om zich van het vuurwapen te verwijderen. Mevrouw Zuidema ontwaakt en richt zich op. Zodra ze het pistool ziet dat wordt vastgehouden door de volledig in het zwart gehulde persoon met een bivakmuts op en een weekendtas in de hand, begint ze hard te gillen.
‘Kop houden!’ schreeuwt Lisa en ze richt het pistool op mevrouw Zuidema, die direct haar mond sluit. Bevroren door angst kijken ze haar beiden aan.
‘Opstaan, jij!’ knikt ze naar meneer Zuidema. ‘Open de kluis!’ En ze gooit de lege weekendtas naar hem.
‘Lisa?’ fluistert mevrouw Zuidema verbaasd. Een schok trekt door Lisa’s lijf bij het horen van haar naam. Ze klemt haar tanden op elkaar en herpakt zichzelf.
‘Nu,’ gebiedt ze.

Meneer Zuidema kruipt in zijn witte shirt en geruite pyjamabroek met de weekendtas over het bed naar het voeteneind waar hij zijn blote voeten op het tapijt zet en zich naar de hoge driedeurs kast in de kamer haast. Hij opent de meest linker deur en hurkt bij de kluis die zich op de bodem van de kast bevindt. Met trillende hand draait hij aan de schijf, terwijl de paniek zijn denken blokkeert. Hoe hard hij zich ook concentreert, de cijferreeks in zijn hoofd is bedolven onder de angst.
‘Schiet op!’ roept Lisa naar meneer Zuidema.
‘Waarom, Lisa? Waarom doe je dit?’ vraagt mevrouw Zuidema benepen vanaf het bed.
‘Hou je bek!’ gilt Lisa en ze zwaait het pistool van links naar rechts om hen beiden onder schot te houden. Lisa’s hart bonst in haar keel.
‘Het lukt me niet,’ zegt meneer Zuidema smekend. De onmacht in Lisa stuwt haar boosheid op. Met vier grote passen staat ze naast meneer Zuidema en drukt het pistool tegen zijn slaap.
‘Open die kluis! Verdomme!’
‘Ik ben het vergeten,’ huilt hij. Woest kijkt Lisa naar mevrouw Zuidema en wenkt haar met het pistool.
‘Hier komen!’ Mevrouw Zuidema zet paniekerig haar gezwachtelde benen op de grond en komt moeizaam overeind. Lisa kijkt naar het rekverband om de benen van mevrouw Zuidema dat Lisa vanochtend zelf bij haar heeft aangebracht.
‘Zo hoeft het niet te gaan, Lisa,’ zegt mevrouw Zuidema in haar nachtjapon, terwijl ze steun zoekt bij de vensterbank om naar de andere kant van de kamer te strompelen. ‘Heb je geld nodig? Is dat het? Laat ons je helpen. Net zoals jij ons de afgelopen maanden zo goed hebt geholpen. Een betere thuiszorghulp dan jij hebben we nog niet gehad. Toe, Lisa. Doe het pistool weg. Alsjeblieft?’ Lisa voelt haar tranen opwellen, onzichtbaar voor meneer en mevrouw Zuidema door de bivakmuts die haar gezicht bedekt. Maar de belofte van Joey is sterker en de tranen trekken zich terug.
‘Sneller!’ eist Lisa.
‘Je weet dat ik niet sneller ben, Lisa. Ik doe mijn best.’ Lisa voelt de tijd wegsijpelen, binnen tien minuten had Joey gezegd. De tijdsdruk ontketent Lisa’s woede en ze rent op mevrouw Zuidema af. Ze duwt haar tegen het gordijn, waarbij het hoofd van mevrouw Zuidema hard tegen het dubbelglas van het raam achter het gordijn knalt, terwijl tegelijkertijd het felle licht aanspringt. Aan de overzijde van de straat in de geparkeerde auto ziet Joey het silhouet achter het gordijn in het verlichte venster. Hoofdschuddend pakt hij zijn telefoon en drukt op verzenden.

Meneer Zuidema haalt zijn hand van de lichtknop en rent door de openstaande slaapkamerdeur de gang in.
‘Verdomme!’ gilt Lisa als ze zich met een ruk omdraait en holt achter hem aan, de gang in, langs de traplift de trap af, naar de woonkamer waar ze meneer Zuidema met de hoorn in zijn hand aantreft.
‘Overval. Help ons. Frederiklaan 14, Hilversum. Snel.’ Lisa’s ogen sperren zich. Alles escaleert. Ze verliest elke controle over de situatie. Voor ze zich ervan bewust is, houdt ze met twee handen het wapen voor zich uit. Het traanvocht legt een waas over haar ogen, haar handen trillen en ze spant haar spieren, klaar voor de terugslag als het pistool de kogel afvuurt.
‘Lisa? Neem dit,’ hoort Lisa boven het geluid van de zoemende traplift uit mevrouw Zuidema zeggen als ze de trekker overhaalt.

Meneer Zuidema zakt in elkaar na de oorverdovende knal, terwijl de rollende tranen uit Lisa’s ogen worden opgenomen door de stof van de bivakmuts. Lisa draait haar hoofd weg om de aanblik van meneer Zuidema niet te hoeven zien en loopt naar de trap waar ze de doodsbange mevrouw Zuidema op de tot stilstand gekomen stoel van de traplift ziet zitten. Op haar schoot staat de weekendtas.
‘Wat heb je gedaan?’ vraagt mevrouw Zuidema met een fragiele stem. Lisa klimt een paar treden omhoog en grist de weekendtas van haar schoot. Gevuld, voelt Lisa. Voor controle is geen tijd.
‘Het spijt me. Ik kon niet anders,’ fluistert Lisa. Dan daalt ze de trap af, duwt de opengebroken voordeur open en rent naar de geparkeerde auto aan de overzijde van de straat waar het raam van het portier naar beneden gaat.
‘Hier is het,’ zegt ze tegen Joey en ze overhandigt hem de weekendtas. ‘Nu wis je de video van mij.’ Joey opent de tas en graait door de gouden en zilveren sieraden en de tientallen stapels briefgeld.
‘Waar is de rest?’ vraagt hij en kijkt op naar Lisa. ‘Je zei dat er veel meer was. Wat is dit?’
‘Ik heb mij aan de afspraak gehouden. Wis mijn video, Joey, alsjeblieft.’
‘Te laat, Lisa. Je filmpje gaat al viral.’
‘Klootzak!’ brult Lisa en ze slaat met haar hand op het dak van de auto. ‘Je had het beloofd!’ Joey trekt zijn schouders op en trapt met zijn voet op het gaspedaal. Met piepende banden komt de auto in beweging en scheurt weg de straat uit, de hoek om waar hij uit het zicht verdwijnt. Lisa pakt haar telefoon en ziet dat haar sexting video in een paar minuten tijd al honderden keren gedeeld is. Hoe kan ze ooit nog iemand onder ogen komen? Wat heeft ze gedaan? Op haar netvlies dringt het beeld van de levenloze meneer Zuidema zich op. Onderin haar buik klontert het schuldgevoel, de schaamte en angst voor de toekomst zich samen, terwijl de sirenes aanzwellen. Ze trekt de bivakmuts van haar hoofd en zet het pistool tegen haar slaap. Als ze haar vinger kromt om de trekker, ziet Lisa nog net hoe meneer Zuidema met een bebloede schouder in de deuropening verschijnt. Dan wordt alles voorgoed zwart als de kogel zich een weg boort door Lisa’s schedel.