Hoofdstuk 8: Rust

Het requiem van Mozart schalt uit de luidsprekers in de volgepakte zaal van het uitvaartcentrum. Odins voeten knellen in zijn schoenen en zijn benen tintelen van het lange stilstaan. Hij staat met zijn rug tegen de muur van de achterwand en één voor één trekt hij zijn knieën een stukje op om zijn voet van de grond te halen en te draaien om de bloedstroom te stimuleren. Tussen de schouders van de mensen door heeft hij zicht op de kist, die omringd wordt door een zee van bloemen en het schilderij met de beeltenis van Jos. Eindelijk geeft de uitvaartbegeleider een teken en beginnen de eerste mensen te bewegen in de richting van de kist. Schuifelend verplaatst Odin zich mee met de massa en vanuit de rijen aan zijn beide zijden klinkt zacht gesnik. Langzaam bereikt hij de voorste rij waar de weduwe zit. Hij probeert zijn hoofd naar de kist gericht te houden, terwijl hij zijn ogen verdraait om haar heimelijk te kunnen bekijken. Aan het begin van de dienst heeft ze kort gesproken aan de katheder, maar de afstand was voor Odin te groot om haar gezicht goed in zich op te kunnen nemen. Tijdens de rest van de dienst had hij alleen kunnen kijken naar haar grijze boblijn en haar spaarzame hoofdbewegingen. Als een rechtvaardiging voor het grote verdriet waar hij haar en al deze rouwende mensen bijna een week geleden mee heeft opgezadeld, groeit zijn schuldgevoel bij elke stap. De afstand tot haar verkleint door de opschuivende stoet en Odin krijgt zicht op haar rug, waar een brede riem haar slanke taille benadrukt. Ze heeft haar hoofd iets gebogen. Hij passeert de rij waar ze zit en hij ziet haar gevouwen handen op haar schoot, waar de punt van een tissue tussen haar duimen uitsteekt. Achter de grijze lok die haar oor verbergt, verschijnt langzaam haar profiel als hij een nieuwe stap naar voren zet. Hij houdt zijn adem in als hij haar gesloten ogen en de pijnlijke frons op haar gezicht waarneemt. Zelfs met het leed dat haar krenkt, verbaast hij zich over haar uitzonderlijke schoonheid. Haar leeftijd lijkt vanaf hier weinig vat te hebben op haar verzorgde uiterlijk. Alsof ze zijn blik voelt, opent ze haar ogen en draait haar hoofd zijn kant op. Snel richt hij zijn blik op de twee mensen die tussen hem en de kist staan. Wat moet hij doen, vraagt hij zich af. Een hypocriet die vermomd als bezoeker afscheid komt nemen van de man die hier door zijn schuld ligt. Misschien kijkt ze naar hem. Hij voelt haar ogen branden in zijn rug en hij wordt overweldigd door spijt. Kon hij de tijd maar terugdraaien en het gaspedaal loslaten. Voor de eerste keer in zes dagen tijd vullen zijn ogen zich met traanvocht. Met heel zijn hart hoopt hij dat zijn aanwezigheid bij dit afscheid het afschuwelijke gevoel dat sinds het ongeluk in hem huist, zal kunnen uitvaren. Dat dit het sluitstuk is en hij vanaf nu zijn leven weer op kan pakken. De mensen voor hem stappen opzij. Vergeef me, denkt Odin en hij kijkt naar het schilderij, dat een impressionistische weergave is van de Jos die uitgeprint aan Odins muur hangt.
‘Nu heb je rust,’ fluistert hij tegen Jos, hoewel hij hoopt dat de woorden ook voor hemzelf zullen gelden. Als hij straks thuiskomt zal hij de papieren van de muur halen en door de versnipperaar halen, besluit hij. Hij stapt langs de kist naar rechts, in de richting van de uitvaartmedewerker. Die wijst hem met een gebaar naar de gang die naar de aula leidt.

Odin weet dat hij moet gaan. Hij zet zijn lege kopje koffie op een statafel. Als hij wil dat dit een afsluiting is, heeft hij hier niets meer te zoeken. Hij loopt naar de garderobe, maar zodra Jos’ weduwe in zijn kielzog verschijnt, verdwijnt zijn vastberadenheid. Ze wordt vastgehouden aan haar bovenarm door de man die ook aan de katheder heeft gesproken, maar van wie Odin de naam is vergeten. Hoewel subtiel, alarmeert zijn houding Odin. Het lijkt of ze verwikkeld zijn in een woordenwisseling. Zodra de man haar meetrekt achter een pilaar, denkt Odin niet langer na over zijn behoefte om zijn betrokkenheid met de Tebens te beëindigen. Hij loopt naar het dienblad met gevulde kopjes koffie, pakt een schoteltje beet en schuifelt onopvallend in de richting van de pilaar. Hij tilt het kopje op van het schoteltje en brengt het naar zijn lippen alsof hij ieder moment een slok kan nemen. Ondertussen spitst hij zijn oren om het gesprek af te luisteren dat zich voltrekt aan de andere kant van de pilaar.
‘Na de uitvaart had je gezegd,’ zegt de man met ingehouden woede.
‘Dat bedoelde ik niet letterlijk, Bodas,’ hoort Odin de weduwe zeggen en hij herinnert zich de naam van de man nu hij wordt uitgesproken.
‘De tijd is om. De Amerikanen zijn vanaf het begin duidelijk geweest. Deal or no deal. Ze vertrekken over een paar uur.’
‘Ik wil niet verkopen.’
‘Maar het is wat Jos wilde,’ zegt Bodas dwingend.
‘Daar weet ik niets van.’
‘Geloof me.’
‘Jos zou zijn aandelen nooit van de hand doen.’
‘Mondeling was alles al geregeld. Hij had al toegezegd.’
‘Wat Jos wilde doet sowieso niet meer ter zake. Nu hij dood is, zijn het mijn aandelen en bepaal ik.’
‘Zonder de Amerikanen gaat Teben ten onder. We raken alles kwijt, Jolande.’
‘Ik wil het niet. Dan moet er een andere constructie worden bedacht.’
Ze klinkt kordaat, maar ergens merkt Odin een verborgen wanhoop in haar stem die hem ervan weerhoudt om weg te lopen. Hij voelt dat hij een grens overgaat als hij haar aanspreekt, alsof hij de controle verliest over de situatie, maar de drang om het te doen is groot. Het staat niet in verhouding tot wat hij haar heeft aangedaan, maar als hij haar zou kunnen helpen, zou hij iets goed kunnen maken. Hij zou haar in de ogen kunnen kijken en haar onbewust kunnen laten ervaren dat hij gebukt gaat onder het schuldgevoel. Misschien dat het de situatie voor beiden draaglijker zou kunnen maken, al is het maar een fractie. Hij zet zijn kopje terug op zijn schoteltje, pakt het lepeltje en begint te roeren in de koffie.
‘Ik laat mij niet onder druk zetten,’ verdedigt ze zich.
Odin stapt om de pilaar heen.
‘Excuus dat ik u interrumpeer,’ zegt hij, terwijl hij blijft roeren in zijn koffie. ‘Ik ben jurist en toevallig ving ik uw gesprek op.’
Geërgerd draait Bodas zich een halve slag om te zien wie er tegen hen spreekt.
‘Ik zou u vriendelijk willen verzoeken om u niet met ons gesprek te bemoeien.’
‘Uiteraard,’ zegt Odin. De opmerking van de man raakt Odin en uit onzekerheid over zijn keuze om zich te mengen in de conversatie zet hij een stap naar achteren. ‘Nogmaals excuus.’
‘Wacht,’ zegt de weduwe. ‘Wat is uw vakgebied?’
‘Ondernemingsrecht, al bijna twintig jaar.’
Jolande passeert Bodas en legt haar hand tegen de elleboog van Odin om hem mee te nemen en afstand te creëren van Bodas. Verrast door haar toenadering laat hij zich meevoeren.
‘Waar kende u mijn man van? Ik wens geen belangenverstrengeling.’
‘Ik kende uw man niet,’ reageert hij snel.
Ze kijkt hem verbaasd aan en hij realiseert zich dat hij een fout heeft gemaakt.
‘Waarom bent u dan hier?’
Razendsnel probeert hij een reden te bedenken die zo dicht mogelijk bij de waarheid ligt en zijn aanwezigheid op de uitvaart verklaart.
‘Niemand van de directie was in de mogelijkheid te komen om ons bedrijf te vertegenwoordigen, dus bood ik mijzelf aan.’
‘Welk bedrijf?’
‘Corinth.’ De kans is groot, bedenkt hij snel, dat ze er niet achter zal komen dat hij er sinds een kleine week niet meer werkzaam is.
‘Aha. Bent u in de mogelijkheid om mij bij te staan? Meneer daar,’ en ze knikt naar Bodas, ‘verzoekt mij om direct mee gaan naar de zaak om deze kwestie te bespreken.’
‘Geen probleem.’ Hij ziet de strenge frons van haar gezicht glijden en voor haar masker terug op zijn plek valt, vangt hij kort een glimp op van een ongekende zachtheid die als een tinteling door zijn lichaam trekt.
‘In de auto zal ik u bijpraten. De financiële kant van uw ondersteuning spreken we later door.’
‘Prima.’
Ze pakt stevig zijn hand vast en schudt hem. Het koffiekopje rinkelt op het schoteltje dat hij in zijn linkerhand houdt.
‘Ik ben Jolande Teben.’
‘Odin Bos.’
‘Dank u wel, meneer Bos. U komt als geroepen,’ zegt ze met een gespannen glimlach.
‘Graag gedaan.’
‘Als u mij nu zou willen excuseren. Ik rond hier de laatste zaken af en tref u over een kwartier bij de garderobe. Dan lopen we samen naar mijn auto.’
Hij bevestigt de afspraak met een knik. Jolande loopt weg en Bodas volgt haar al pratend met wilde armbewegingen.

De eerste tien hoofdstukken van ODINS LOT zijn gratis en openbaar te volgen via deze website. Vanaf hoofdstuk 11 is het alleen te volgen voor abonnees op een afgesloten gedeelte van mijn website. Als abonnee betaal je eenmalig € 6,99 en lees je negen weken lang het hele verhaal mee. Meer informatie over het abonnement vind je hier.

Ben je lid van Facebook? In de Facebookgroep ThrillTalk kun je meepraten en speculeren over het verhaal met andere lezers en met Sietske Scholten.

.