Hoofdstuk 7: Portret

Uit de printer rolt een nieuw vel met tekst en met een punaise prikt Odin het bij de tientallen uitgeprinte blaadjes die hij aan de muur van zijn loft heeft gehangen. Vanaf het moment dat hij op het nieuws de naam hoorde van de verongelukte man, speurt hij het internet af naar alle informatie die hij over Jos Teben en zijn bedrijf kan vinden. Sinds het ongeluk drie dagen geleden zijn de uren die Odin heeft geslapen op één hand te tellen en onder zijn ogen zijn zwarte kringen verschenen van vermoeidheid. Hoe meer hij vindt over Jos Teben, hoe meer Jos voor hem begint te leven en hoe minder hij zijn gedachten los kan maken van hem. Het is zijn schuld dat Jos dood is, dat een groot bedrijf zijn oprichter en CEO is verloren, en dat zijn vrouw weduwe is geworden. Het schuldgevoel heeft zich genesteld in zijn buik en woekert uiteen. De druk achter zijn oogbol is toegenomen en af en toe begint hij de druk ook achter zijn andere oog te voelen. Hij is bijna door zijn voorraad paracetamol heen. Odin zet een stap naar links en blijft staan. Naast de uitgeprinte toren van het Teben-gebouw hangt een print van de portretfoto van Jos, die Odin in een interview met hem op de website van Quote vond. Met zijn symmetrische gezicht, zijn grijze haren keurig in model, zijn korte baardje en zijn zelfverzekerde blik lijkt Jos Odin vanaf het papier aan te kijken. Het kippenvel verspreidt zich over Odins huid. Het lijkt alsof Jos tegen hem wil zeggen dat hij ervan overtuigd is dat ze Odin zullen pakken.
De deurbel gaat en hij maakt zijn blik los van Jos. Hij slentert naar de intercom en drukt op de knop. Het gezicht van zijn moeder verschijnt in het kleine schermpje.
‘Odin, ik heb boodschappen voor je gedaan. Ik geef ze alleen af en daarna ben ik weer weg,’ zegt ze door de speaker. ‘Alsjeblieft?’
Met een zucht drukt hij op de knop. Hij zet de voordeur op een kier en loopt naar het open raam, waar hij diep de lentelucht inhaleert.

Nog geen minuut later schuiven de liftdeuren op de gang open en hoort hij haar voetenstappen zijn kant opkomen.
‘Odin, ik begrijp dat je van slag bent,’ zegt ze, terwijl ze de zware boodschappentas op de grond zet.
Zonder zich naar haar om te draaien blijft hij kijken naar de menigte in Artis, die op elkaar gepakt rondom de savanne de dieren bezichtigen.
‘Je hebt alle recht om je zo te voelen.’
‘Je zei dat je direct weer weg zou gaan,’ snauwt hij. Hij hoort haar dichterbij komen en aan haar gesnuif weet hij dat ze haar tranen probeert terug te dringen.
‘Ik ben er kapot van, weet je dat?’
‘Hou je mond.’
Ze hapt naar adem. Hij weet dat hij haar raakt.
‘Je hebt helemaal gelijk,’ zegt ze.
‘Neem de boodschappen mee en stoor me niet meer.’ Hij probeert sterk te blijven. Het lukt hem nauwelijks door het overweldigende verdriet dat hij van binnen voelt. Met zijn focus op de giraffen lukt het hem om zijn emoties in bedwang te houden.
Zijn moeder zucht en haar voetstappen verplaatsen zich naar de voordeur.
‘Als je er anders over denkt, laat je het mij dan weten?’
Hij weet dat ze wacht op zijn antwoord, maar hij kijkt niet om. Uiteindelijk hoort hij haar de deur dichttrekken en daarna draait hij zich pas om. In het midden van de woonkamer staat de gevulde boodschappentas. Hij draait zich terug en over de metalen reling kijkt hij schuin naar beneden, naar de ingang van het gebouw en ziet haar na een minuut de deur uitlopen.
‘Ma?’ roept hij.
Ze blijft staan en kijkt omhoog.
‘Wacht even.’
Hij loopt naar de tas en ziet bovenop de blauwe kaas liggen waar hij zo van houdt. De halzen van twee flessen wijn steken omhoog tussen de broccoli en de appels. Hij pakt de tas op aan de hengels, loopt naar het raam en tilt hem over de reling.
‘Je vergeet de boodschappen.’ Hij laat de tas los en met een klap landt hij meters lager op de stoep. Hij scheurt open en er stroomt vocht het trottoir op. Voor hij haar reactie kan zien, sluit hij het raam en laat zich vallen op de bank.

Na een slapeloos halfuur schiet hij overeind. Hij springt onder de douche, poetst zijn tanden, scheert zich, brengt gel aan in zijn haar, plakt een pleister over zijn wond en trekt een pak aan. Hij neemt de lift naar beneden en stapt over de natte plek op het trottoir. Zijn moeder heeft de spullen opgeruimd, bedenkt hij zich. Nu hij tot bezinning is gekomen, voelt hij spijt van zijn actie. Hij weet dat ze het goed bedoelt, maar waarom kan ze zijn wens niet respecteren? Is dat te veel gevraagd? Bij de halte aan de Wittenburgergracht blijft hij staan en wacht op de eerstvolgende bus die naar Centraal gaat.

Op metrostation Zuid stapt hij uit en loopt naar de Gustav Mahlerlaan, waar hij de toren van Teben al van een afstand herkent. Het logo van Teben staat met grote letters boven de ingang. De glazen deuren schuiven open als Odin de grote open ruimte instapt die de centrale hal moet zijn volgens de plattegrond die uitgeprint aan zijn muur hangt. Langs hem lopen enkele kantoorklerken in pakken en mantelpakjes om naar huis te gaan of elders het weekend in te luiden. Behalve dat hij de andere richting op gaat, valt hij in zijn pak niet op.
In het midden tussen de ingang en de frontdesk staat een grote ovale tafel met een groot bloemstuk, waartegen een ingelijste foto van Jos Teben staat. Odin stapt erop af. Op de tafel ligt een condoleancealbum, dat nog maar een paar lege pagina’s heeft. Hij pakt de pen die ernaast ligt, en schrijft zijn naam in het boek.
‘Erg, hè?’ zegt een vrouw die naast hem is komen staan. ‘Het laat me maar niet los.’
Odin kijkt op en ziet een vrouw met lange donkere haren.
‘Ik kende hem nauwelijks. Wel als onze CEO natuurlijk, maar ik werk hier nog maar net. Hoe vaak zie je nou iemand van de directie? Ik heet trouwens Wendy.’ Ze steekt haar hand uit.
‘Odin,’ zegt hij en hij schudt haar hand.
‘Dat zie ik.’ Ze knikt naar zijn naam in het album. Als ze haar hand terugtrekt, strijkt ze met haar andere hand een haarlok achter haar oor. ‘Dat je zo aan je einde moet komen. Zo erg. Weet je dat de dader is doorgereden?’
Odin schudt zijn hoofd en kijkt haar vragend aan.
‘Nou, die pakken ze wel. Ik had het er met mijn afdeling over. Iemand wist te vertellen dat er zelfs zonder schade al vezels van de auto zijn te vinden, waarmee ze de kleur kunnen uitzoeken.’
Odin trekt zijn wenkbrauwen omhoog.
‘Ja, echt. En aan de remsporen kunnen ze zien welk merk en type het is. Als ze dan de camerabeelden uit de directe omgeving van het ongeluk hebben, vinden ze zo zijn kenteken. Ben je klaar met je de pen?’
‘Denk je?’ vraagt Odin voorzichtig en hij reikt haar de pen.
Wendy knikt overtuigd haar hoofd, pakt de pen aan en krabbelt iets in het album.
‘Nee, die komt hier echt niet mee weg.’ Ze komt weer omhoog en hervat het oogcontact met Odin. ‘Ga jij eigenlijk naar de uitvaart?’ Ze wijst naar de kaart die naast het album ligt. ‘Wij doen met de afdeling een bloemstuk, maar eigenlijk gaat niemand er echt heen, dus dan denk ik dat ik ook niet ga.’
Odin pakt de kaart op en slaat hem open. Wendy kijkt hem afwachtend aan.
‘Ik weet het niet,’ zegt hij snel.
‘Je denkt in ieder geval aan hem toch? Dat doe ik ook. Maar ik moet gaan. Fijn weekend, Odin.’
‘Jij ook,’ zegt hij afwezig over zijn schouder, terwijl hij de tekst van de kaart leest. Hij haalt zijn telefoon uit zijn zak en fotografeert de tekst waarop de dag, tijd en locatie van de uitvaart staan. Hij kijkt nog eenmaal rond in de grote centrale ruimte van het bedrijf dat nu zonder Jos Teben verder zal moeten. Dan legt hij de kaart terug op de tafel en loopt het gebouw uit, terwijl zijn schuldgevoel zijn ingewanden lijkt weg te drukken.

De eerste tien hoofdstukken van ODINS LOT zijn gratis en openbaar te volgen via deze website. Vanaf hoofdstuk 11 is het alleen te volgen voor abonnees op een afgesloten gedeelte van mijn website. Als abonnee betaal je eenmalig € 6,99 en lees je negen weken lang het hele verhaal mee. Meer informatie over het abonnement vind je hier.

Ben je lid van Facebook? In de Facebookgroep ThrillTalk kun je meepraten en speculeren over het verhaal met andere lezers en met Sietske Scholten.

.