Hoofdstuk 6: Okergeel

In het atelier brengt Jolande met korte halen de okergele verf aan op het doek, terwijl de regen tegen de dakramen van het tuinhuis tikt. Zelfs nu ze Jos heeft gezien, kan ze het niet bevatten. Ze is alleen. Na al die jaren die ze samen hebben doorgebracht, is hij is er niet meer. Ze schuift haar afglijdende bril terug op haar neusbrug, dipt haar penseel opnieuw met de punt in de okergeel op haar palet en bestudeert kort de textuur van het gebreide mutsje op de foto voor ze haar penseel terugbrengt naar het doek. Nu ze omringd wordt door de vertrouwde olieverflucht lijkt het alsof ze meer adem binnenkrijgt. Ze had het kleed dat Jos tot aan zijn hals bedekte op advies van de mortuariummedewerkster niet aangeraakt. Het zou traumatisch zijn, had de vrouw gezegd. Alleen zijn gezicht was zichtbaar geweest en Jolande had zich erover verbaasd dat de dood hem zijn schoonheid nog niet had afgenomen. Zijn diepbruine ogen had ze niet kunnen zien, die waren gesloten geweest, maar zijn grijze baard had hij waarschijnlijk gisteren nog getrimd. De scheutige hoeveelheid haarlak die hij iedere ochtend opspoot had zijn haar tijdens de crash niet uit model gebracht en zijn parfum hing na de uren in de koeling en de autopsie nog steeds om hem heen. Het was lang geleden geweest dat ze hem slapend had gezien, bedacht ze zich. Aarzelend had ze zich over hem heen gebogen en haar hand op zijn voorhoofd gelegd. De lijnen in zijn voorhoofd leken ondieper te zijn dan gisteren. Ze pakt een nieuw penseel en ze doopt hem in de bruine verf op haar palet. Voorzichtig brengt ze de verf aan op het doek om meer schaduw te creëren in de breistructuur. Nu ze eraan terugdenkt beseft ze dat het de spanning is die van zijn gezicht is gegleden. Het toont hem jonger. Het doet haar denken aan de Jos die hij was geweest toen ze elkaar leerde kennen. Wat had ze zich uitverkoren gevoeld toen hij zijn jas over haar jas had gehangen in de dansschool. De kriebels in haar buik kan ze zich nog voor de geest halen. Hij maakte haar het hof en alle andere meiden waren jaloers geweest. Nooit had ze durven dromen dat hij op haar zou vallen. Nu kan ze overzien dat ze toen het gelukkigst was geweest. Het leven was ongecompliceerd, onbezorgd en vol verwachting. Ze had uitgekeken naar een toekomst samen met Jos en ze had gedacht dat hun geluk het begin was van oneindige voorspoed. Wat was ze naïef geweest. In haar gretigheid naar de toekomst had ze onvoldoende gewaardeerd wat ze had. Haar ogen dwalen af naar de foto tegen het schilderij, naar het gezichtje onder het okergele wollen mutsje. Sabbelend aan zijn knuistje en met zijn blauwe oogjes, glimmend van plezier, kijkt hij in de lens. Ze strijkt met haar vinger langs zijn bolle wangetje op de foto als er geklopt wordt tegen het raam. Ze kantelt haar hoofd naar beneden en over de glazen van haar bril ziet ze Bodas voor de schuifpui van het tuinhuis staan. Hoog heeft hij zijn schouders opgetrokken en hij houdt een krant boven zijn hoofd om te schuilen voor de regen. Met zijn aktetas gebaart hij of hij binnen mag komen. Liever zou ze hem de toegang weigeren. Haar atelier is haar heiligdom. Zelfs Jos liet haar hier met rust, maar ze hoort de regen vallen tegen de dakramen en beseft dat ze hem niet buiten kan laten staan.
‘Kom verder,’ wenkt ze naar hem en ze zet haar bril af. Bodas schuift de pui open.
‘Ik zocht je,’ zegt hij. Ze hoort de bedroefdheid in zijn stem en het raakt haar. Door zijn aanwezigheid realiseert ze zich opeens hoe ernstig de situatie is. Alsof ze pas in de reflectie van anderen Jos’ dood tot zich door kan laten dringen. ‘Ik heb je meerdere keren gebeld om te zeggen dat de uitvaartbegeleider zo komt. Hij is hier over een kwartier.’ Bodas zet zijn aktetas op de grond, legt de natte krant erop en loopt naar haar toe. Hij legt zijn hand tegen haar rug en ze voelt de wrijvende beweging over haar met verf bevlekte stofjas. ‘Hoe gaat het met je?
‘Moeizaam,’ zegt ze en ze zucht diep. Van dichtbij ziet ze de roodheid rond zijn ogen. Ze probeert te glimlachen naar hem, maar haar mondhoeken blokkeren de poging. Zijn hand glijdt van haar rug als ze zich omdraait en een oud doekje vol vlekken van haar werkbank pakt om haar penselen schoon te maken.
‘Ben je nog bij Jos geweest? Hoe zag hij eruit?’
‘Hij was zo koud,’ zegt ze hoofdschuddend, terwijl Bodas de schilderijen bekijkt die langs de muur tegen elkaar aan op de grond staan. Hij pakt de voorste en kantelt hem om het schilderij erachter te zien. Vanuit haar onderbuik voelt ze een weerstand opkomen. Ze zou willen dat hij wegging en haar hier alleen liet.
‘Zou je ze niet aan willen raken?’
‘Oh sorry,’ zegt hij. ‘Schilder je voornamelijk hem?’
‘Ik wil zijn gezichtje niet vergeten.’ Bodas vermijdt haar blik als hij de doeken weer tegen elkaar plaatst. Hij loopt naar zijn aktetas en klikt de sluiting los.
‘Ik kan aan niets anders meer denken dan aan Jos. Als we eerder waren vertrokken vanuit Pompano, dan was het misschien niet gebeurd. Kon ik er maar iets aan veranderen.’ Hij haalt een opgevouwen A-viertje uit zijn tas.
‘Stop jezelf met pijnigen. Het heeft geen zin.’ Ze steekt haar handen onder de kraan bij het kleine aanrecht naast de werkbank en krabt met haar duimnagel de verf van haar vingers.
‘Je hebt gelijk.’
‘Hoe reageerde ze op de zaak?’
‘We hebben iedereen bijeengeroepen in de centrale hal. Ze reageerden allemaal verslagen toen ik het nieuws vertelde. Ik ben daarna de verschillende afdelingen afgegaan en waar ik ook kwam, iedereen had het over Jos. Veel mensen vroegen naar jou en wilden weten hoe het met je gaat.’
‘Lief.’
‘Dorine heeft een condoleancealbum gehaald en een tafel klaargemaakt in de hal tegenover de ingang. Naast zijn foto brandt een kaarsje. Er waren al mensen aan het schrijven toen ik net wegging.’
‘En de pers?’
‘Ik heb Frederik gesproken en het conceptartikel heb ik hier.’ Hij loopt naar haar toe en reikt haar het papier. Ze droogt haar handen aan de handdoek en neemt het papier van hem over. ‘Als jij hem goedkeurt, gaat het artikel online en staat het morgen in alle kranten.’ Jolande zet haar bril op en opent het A-viertje. Haar ogen rollen over de tekst en met haar hand zoekt ze achter haar rug naar de bureaustoel. Bodas buigt naar voren en pakt de rugleuning vast. Hij rolt de stoel naar haar toe.
‘Dank je,’ zegt ze en zittend op de stoel leest ze het artikel verder door. ‘Frederik heeft het mooi verwoord.’
‘Ga je akkoord?’
‘Ja.’
‘Dat zal ik doorgeven,’ zegt hij en zijn houding verandert. Hij brengt zijn hand naar zijn oor en plukt met zijn vingers aan zijn oorlel. ‘Er is nog iets dat we moeten bespreken. Een zakelijke issue.’
‘Niet nu.’
‘Het heeft haast. Het gaat over de aandelen. De Amerikanen willen…’
‘Na de uitvaart, Bodas. Niet nu,’ zegt Jolande stellig.
‘Goed. Laten we ons verplaatsen naar het huis, zodat de uitvaartbegeleider niet voor een dichte deur staat.’ Hij neemt de natte krant in zijn hand, pakt zijn tas van de grond en reikt naar de deurgreep van de schuifpui.
‘Wat is er nou precies gebeurd vannacht, Bodas?’ Ze ziet hoe hij zijn schouders laat zakken en een flinke ademteug neemt voor hij zich omdraait naar haar.
‘Vlak voor de bocht op de hertenweg werd Jos verrast door een tegenligger die op zijn weghelft raakte. Dat is wat de politie aan de hand van de bandensporen kan zien. Jos heeft geprobeerd de auto te ontwijken, maar het ging te snel. Hij raakte van de weg en reed met hoge snelheid tegen de boom.’
‘En de andere auto?’
‘Die heeft hard geremd en kwam overdwars op de weg te staan. Daarna is hij doorgereden’ Even houdt hij stil voor hij verder spreekt. ‘Hoe kan iemand dat nou doen? Misschien had Jos het kunnen redden als er op tijd hulp was ingeschakeld. De andere bestuurder heeft hem aan zijn lot overgelaten.’
‘Ik dacht dat ze zeiden dat hij op slag dood was?’
‘Het is niet de klap geweest die hem doodde, maar een dikke tak die hem…’ Hij zucht.
‘Doorboorde,’ vult Jolande aan. ‘Ik weet het. Dat vertelde ze mij bij het mortuarium.’
‘De politieagent verzekerde mij dat ze de bestuurder zullen vinden. Ze gaan alles op alles zetten.’
‘Het is strafbaar toch? Doorrijden na een ongeluk? Hij verdient het niet om vrij rond te lopen.’ Ze komt naast Bodas staan en ze kijkt hem in de ogen.
‘Als ze de dader gevonden hebben en hij komt er wel mee weg, dan zal ik Jos wreken. Dat beloof ik je.’
‘Wat moet ik nou zonder Jos?’ fluistert ze. Bodas slikt. Hij legt zijn arm om haar heen en trekt haar naar zich toe. Voor even geeft ze zich over aan haar wanhoop en ze leunt met haar hoofd tegen zijn schouder.
‘Je bent niet alleen, Jolande,’ zegt hij. ‘Ik ben hier.’

De eerste tien hoofdstukken van ODINS LOT zijn gratis en openbaar te volgen via deze website. Vanaf hoofdstuk 11 is het alleen te volgen voor abonnees op een afgesloten gedeelte van mijn website. Als abonnee betaal je eenmalig € 6,99 en lees je negen weken lang het hele verhaal mee. Meer informatie over het abonnement vind je hier.

Ben je lid van Facebook? In de Facebookgroep ThrillTalk kun je meepraten en speculeren over het verhaal met andere lezers en met Sietske Scholten.

.