Hoofdstuk 5: Drietand

Marie zal de vuilniszak hebben meegenomen toen ze klaar was met het schoonmaken van zijn appartement, bedenkt Odin zich. Ze zal hem in de ondergrondse vuilstort hebben gedumpt. Binnen een mum van tijd ligt de zak met zijn kledingstukken en schoenen vol sporen van het ongeluk bedolven onder de andere vuilniszakken die er bovenop worden gegooid. Over een week wordt het vuilnis opgehaald en is de zak nooit meer te traceren. Enigszins gerustgesteld wil hij de deur dichttrekken, maar bedenkt zich dat hij straks een schroevendraaier nodig zal hebben. Uit zijn gereedschapskist in de muurkast haalt hij een setje en steekt hem in zijn broekzak, waarna hij zijn appartement afsluit en de lift neemt naar beneden. In de parkeerkelder schuiven de deuren open en direct heeft hij zicht op de Maserati. De garage is nagenoeg leeg op dit middaguur. Langzaam loopt hij op de auto af en hij voelt zijn maag omdraaien. Het logo van de drietand op de grille aan de voorzijde van de auto roept onwillig de associatie naar boven van de gespiesde man. Hij krijgt het beeld niet uit zijn hoofd. De Maserati zal hem nooit meer het gevoel geven wat hij ervoer toen hij hem kreeg en vanaf nu zal de auto verbonden blijven met de dood van de man. Iedere meter die Odin nog in deze auto rijdt, zal hem eraan herinneren wat hij heeft veroorzaakt en in plaats van het gevoel van vrijheid wat hij voorheen beleefde als hij het gaspedaal intrapte, is hij door zijn pk’s vogelvrij verklaard. Hij moet ervan af, beseft hij des te meer en hij bereikt het portier dat al is ontgrendeld door de sensor in de autosleutel. Odin stapt in en voorzichtig rijdt hij de garage uit. Hij voegt zich in de drukte van het Amsterdamse stratenplan. Met moeite lukt het hem om zijn aandacht erbij te houden. Zijn hartslag schiet omhoog als een fietser plotseling links afslaat en bijna de motorkap van de Maserati raakt. Hard trapt Odin op de rem. Nog meer op zijn hoede vervolgt hij zijn weg door Amsterdam. Bij de Carwash haalt hij de auto door de wasstraat. In de stofzuighal parkeert hij de Maserati en vult de boodschappentas uit zijn achterbak met al zijn persoonlijke spullen die in de auto liggen. Hij checkt het dashboardkastje en kijkt onder de stoelen of er iets van hem op de vloer is achtergebleven, waarna hij het interieur grondig stofzuigt. Uit een automaat trekt hij een pakket vochtige schoonmaakdoekjes en poets alle gladde oppervlaktes. Zelfs de binnenzijden van de ramen neemt hij mee.

Met de blinkende auto rijdt hij een uur later de parkeergarage van Corinth binnen. Hij rijdt zijn eigen parkeerplek voorbij en zet de Maserati verderop tussen de andere auto’s. De motor zet hij uit en hij laat zijn hoofd vallen tegen de hoofdsteun. Hij voelt hoe de druk achter zijn ogen toeneemt. Met zijn vingers strijkt hij over zijn oogleden om de opkomende tranen weg te duwen. Gisterochtend was alles nog normaal toen hij de auto hier parkeerde en naar boven ging om te werken. Vierentwintig uur geleden had hij met geen mogelijkheid kunnen vermoeden hoe zijn leven honderdtachtig graden zou draaien. Hij opent zijn ogen als er wordt getikt op het raam.
‘Hé Odin! Alles goed?’ klinkt de stem van Manon door het glas. Losse plukjes haar pieken uit haar opgestoken haar. Odin trekt zijn mondhoeken omhoog en knikt.
‘Ze wachten boven op je,’ zegt ze, terwijl ze het portier van haar eigen auto opentrekt. De boosheid overspoelt hem als een golf. Waarom wordt er op hem gewacht? Hij is toch duidelijk geweest. Odin steekt zijn duim op naar Manon. Zodra ze instapt, zakt zijn lach weg. Hij wacht tot ze is weggereden en gooit zijn portier open. Met ferme passen loopt hij naar de lege parkeerplek waar het bordje met zijn eigen naam hangt. Met de schroevendraaier haalt hij het bordje los en werpt hem in de boodschappentas.

In de lift naar de bovenste etage draait Odin de autosleutels van zijn sleutelbos. Met de boodschappentas in zijn hand stapt hij uit en ziet Polle achter de glazen wand met wijde armgebaren aan het hoofd van de vergadertafel staan. Tussen de bestuursleden ziet hij zijn eigen lege stoel.
‘Ah, daar bent u, alles in orde?’ vraagt Tessa vanachter haar bureau voor de glazen wand als Odin op haar afloopt. Ze knikt naar zijn hoofdwond, maar als ze zijn boze blik in zijn ogen ziet, kijkt ze beschaamd weg. Vlug staat ze op uit haar bureaustoel en ze reikt naar de deurklink van de vergaderruimte.
‘Hier zijn de sleutels van de Maserati terug.’ Met een klap slaat hij met de autosleutels op haar bureau en ze trekt geschrokken haar arm in voor ze de klink heeft bereikt. Het geluid van de klap dringt zich door de kieren van de deur en Polle draait zijn hoofd naar het glas.
‘Ze zijn al zonder u begonnen.’
‘Ik ga meteen weer weg,’ zegt Odin luid.
‘Maar de vergadering dan?’ Tessa fronst haar wenkbrauwen en kijkt Odin vragend aan. Hij draait zich om, de tas zwengelt mee en hij beent in de richting van de lift.
Achter het glas gebaart Polle naar de bestuursleden en loopt naar de deur.
‘Uw afspraak van vanmorgen heb ik verplaatst naar morgenochtend negen uur,’ roept Tessa hem na.
‘Ik ben er niet.’
‘Wat kan ik ze dan melden over een nieuwe afspraak? Ze hebben dringend uw juridisch advies nodig.’ De glazen deur zwaait open en Polle komt naar buiten.
‘Ik kom helemaal niet meer,’ roept Odin over zijn schouder naar Tessa.
‘Hoe bedoelt u?’
‘Odin, wacht!’ beveelt Polle. Zijn overhemd staat strak om zijn dikke buik.
‘De Maserati staat beneden. Doe ermee wat je wilt.’ Odin drukt op de knop van de lift en kijkt ongeduldig naar de opklimmende cijfers boven de deuren.
‘Hij is van jou. Ik wil er niets mee.’
‘Ik moet ‘m niet meer,’ snauwt Odin. Polle komt naast hem staan en hij legt zijn hand tegen Odins schouder.
‘Wat heb jij gedaan? Je hebt enorme bult op je hoofd.’
‘Niets.’ Odin trekt zijn schouder terug en draait zijn hoofd weg van Polle. ‘En ik ben heel duidelijk geweest. Mij zie je niet terug.’
‘Overdrijf nou niet zo, Odin. Kalmeer nou eerst eens. Geef het wat tijd.’
‘Snap je het dan niet?’ schreeuwt Odin boos. ‘Tijd lost dit niet op.’ De liftdeuren schuiven open en hij stapt naar binnen. Polle zet zijn handen tegen de deuren. ‘Het is te laat.’
‘Odin,’ zegt Polle en hij laat zijn kin tegen zijn borst vallen. Hij drukt zijn lippen op elkaar en schudt langzaam met zijn hoofd. ‘Je begrijpt het niet.’
‘Ik wil het niet eens. Laat me met rust.’ Met een felle blik kijkt hij naar Polle die zijn hoofd optilt en hem in de ogen kijkt. Polle laat zijn schouders vallen en zet een stap naar achteren.
‘Bel dan in ieder geval…,’ zegt Polle, maar de deuren schuiven dicht en de lift zakt naar beneden. Odin voelt de scherpe hoofdpijn achter zijn rechteroog die de afgelopen uren door de paracetamol werd onderdrukt, opnieuw aanzwellen en hard slaat hij met zijn vuist tegen de wand van de lift om de frustratie een uitweg te geven.

De eerste tien hoofdstukken van ODINS LOT zijn gratis en openbaar te volgen via deze website. Vanaf hoofdstuk 11 is het alleen te volgen voor abonnees op een afgesloten gedeelte van mijn website. Als abonnee betaal je eenmalig € 6,99 en lees je negen weken lang het hele verhaal mee. Meer informatie over het abonnement vind je hier.

Ben je lid van Facebook? In de Facebookgroep ThrillTalk kun je meepraten en speculeren over het verhaal met andere lezers en met Sietske Scholten.

.