Hoofdstuk 4: Nachtmerrie

In Amsterdam tekenen de contouren van de savanne van Artis zich af in het licht van de opkomende zon. Aan de overzijde van de gracht staat Odin voor het raam van zijn appartement aan de Geschutswerf. Met zijn handen steunend op het metalen hekwerk voor zijn geopende raam ziet hij de eerste giraf in het buitenverblijf de ochtendkou trotseren voor een hap vers boomblad. De koele buitenlucht heeft het adrenalinepeil in Odins bloed laten zakken, maar in plaats van het oplossen van de onrust die hij voelt, heeft het plaatsgemaakt voor schaamte en nervositeit. Hij had niet mogen vluchten. Nu heeft hij alles veel erger gemaakt. Als de auto inmiddels gevonden is, heeft de politie het sporenonderzoek al gestart. Hij heeft zijn vingerafdrukken weggehaald van de portieren, maar wat voor ander materiaal zal hij onbewust achtergelaten hebben dat hem uiteindelijk zal kunnen verraden? Hij reed te snel, te onbezonnen, al was het nooit zijn bedoeling geweest een ongeluk te veroorzaken. Het is zijn schuld dat hij op de andere weghelft terechtkwam en aangezien hij is gevlucht, zal zijn straf zwaarder zijn als hij besluit zich alsnog aan te geven.
Hij kantelt zijn hand en kijkt naar de vlek bij zijn pols op zijn mouw, waarmee hij de vingerafdrukken heeft weggepoetst. Hij tilt zijn knie op en ziet de bloedvlekken op zijn spijkerbroek. Hij heeft geen idee of het zijn eigen bloed is of van de man. Het zijn potentiële bewijzen die hem kunnen linken aan het ongeval. Hoe diep heeft hij zich in de nesten gewerkt, vraagt hij zichzelf af en hij legt zijn handen op zijn gezicht. Ruw wrijft hij over zijn oogleden om de slaap weg te masseren. De stekende hoofdpijn achter één oogbol is toegenomen sinds vannacht en hij voelt zijn lichaam schreeuwen om een paar uur slaap. Hij sluit het raam en loopt naar de grote open keuken in het midden van zijn loft. Uit de la haalt hij een doosje paracetamol en drukt vier pillen uit de doordrukstrip. Ze vallen in zijn hand en hij gooit ze achter in zijn mond. Onder de kraan vult hij een glas. Met een grote teug spoelt hij de pillen in één keer weg en hij plaatst het glas in de vaatwasser. Uit een keukenkastje haalt hij een rol vuilniszakken en scheurt er één af. Met de vuilniszak loopt hij de badkamer in en zet de douche aan. Hij plaatst zijn schoen tegen de badrand en haalt zijn veters los. Met zijn hand trekt hij de schoen los en schuift hem in de vuilniszak. De andere schoen volgt en daarna zijn sokken. Hij haalt zijn riem los en trekt hem uit de lusjes. Met zijn handen voelt hij in zijn broekzakken en haalt zijn sleutels, portemonnee en wat losse munten eruit. Hij trekt de spijkerbroek uit, vouwt hem vluchtig op en stopt hem in de vuilniszak. Hij ontknoopt zijn overhemd, propt hem in de vuilniszak. Voor hij de zak dichtknoopt, duwt hij zijn boxershort er nog bij. Naakt loopt hij de badkamer uit en zet de vuilniszak naast de voordeur.
Terug in de badkamer buigt hij zijn hoofd naar de grote spiegel boven het wandmeubel. Voorzichtig raakt hij met zijn vingers de bult aan. De huid staat strakgespannen over de kneuzing heen. Het bloed tussen zijn haren is opgedroogd en er heeft zich een vieze korst gevormd. Hij zet een paar passen naar achteren en kijkt naar de vlekken op zijn huid waar geen pigment aanwezig is. Vanaf zijn enkels op verschillende plaatsen op zijn benen, op grote gebieden op zijn romp en verspreid over zijn armen zitten witte vlekken. De vitiligo vormt de atlas van zijn uiterlijk zo lang als hij zich kan herinneren. En hoewel hij, op de bult op zijn voorhoofd na, uitwendig dezelfde persoon is ten opzichte van gisteren, is hij van binnen in niets meer de man die hij tot een paar uur geleden was. Hoe moet hij verder leven met zichzelf?
Hij wendt zich af van de spiegel en stapt onder de warme straal van de douche, waar het water zijn gedachten meevoert naar het afvoerputje. Afgedroogd en naakt stapt Odin tien minuten later in zijn bed. Hij slaat het dekbed om zich heen en nestelt zich in zijn slaaphouding. Met zijn ogen gesloten keren de beelden van vannacht terug. Hoe hij ook woelt en draait, geen houding geeft hem de rust om de slaap de vatten en het duurt een hele tijd voor hij zijn ledematen voelt verzwaren.

Door het schrapende geluid van een sleutel die in het slot van zijn voordeur wordt gestoken, schrikt Odin wakker. Voetstappen verplaatsen zich van de gang zijn loft in.
‘Marie?’ roept hij als hij beseft dat het vandaag dinsdag is.
‘Oh, neem mij niet kwalijk,’ hoort hij de stem van Marie. ‘Ik wist niet dat u thuis was.’
Razendsnel zoekt hij naar een reden om zijn aanwezigheid te verklaren.
‘Ik ben ziek,’ zegt hij gehaast. ‘Ik lig in bed.’
‘Kan ik iets voor u doen?’
‘Nee, dank je. Ik probeer te slapen.’
‘Dan zal ik de slaapkamer overslaan vandaag. Beterschap,’ zegt ze, terwijl hij haar de muurkast hoort opentrekken.
Met het zoemende geluid van de stofzuiger op de achtergrond valt Odin opnieuw in slaap, waar de afgelopen uren als een nachtmerrie zijn geest blijven bestoken.

Vermoeider dan voor hij ging slapen, wordt hij uren later wakker. Marie is al vertrokken. Hij trekt kleding aan en gaat naar de woonkamer. Hij zet de tv aan en schakelt zijn mobiele telefoon weer in. Zodra het apparaat is opgestart, stromen de berichten binnen. Gemiste oproepen, voicemailgesprekken en whatsappberichten verschijnen op het beginscherm en de boosheid die hij gisteravond voelde voor het ongeluk, komt weer omhoog. Geërgerd legt hij de telefoon op tafel. Hij wil haar niet spreken. Als de waarheid niet was verzwegen, was het ongeluk niet eens gebeurd. Nijdig loopt hij naar de keuken en zet een espressokopje onder de machine. Terwijl het straaltje koffie zijn kopje vult, dringen de woorden van de nieuwslezer op de televisie tot hem door.
‘In een scherpe bocht op de Hertenlaan is de bestuurder de macht over het stuur verloren.’
Odin draait zich abrupt om en ziet het wrak van de Mercedes bij daglicht op het scherm voorbijkomen. Linten markeren de plek waar hij vannacht heeft gelopen.
‘De auto kwam zes meter verderop tegen een boom tot stilstand. Er wordt gezocht naar een tweede voertuig dat mogelijk betrokken is bij het ongeluk.’
Een woordvoerder staat op de afgezette weg en achter hem zit een man in een wit pak bij een bandenspoor. De schrik slaat Odin om het hart. Zal de politie aan de hand van het spoor kunnen achterhalen om welk type auto het gaat? Zoveel Maserati’s rijden er niet rond. De auto moet zo snel mogelijk terug naar de zaak, bedenkt hij zich.
‘De bestuurder van de tweede auto is doorgereden. Hoe het ongeluk precies heeft kunnen gebeuren, wordt nog onderzocht. De politie vraagt getuigen om zich te melden. En dan gaan we nu naar het weerbericht.’
Hij zet de televisie uit en haalt uit de badkamer zijn sleutels en portemonnee. Als hij naar het schoenenrek loopt naast de deur, valt zijn blik op de plek waar de vuilniszak stond. De zak is weg.

De eerste tien hoofdstukken van ODINS LOT zijn gratis en openbaar te volgen via deze website. Vanaf hoofdstuk 11 is het alleen te volgen voor abonnees op een afgesloten gedeelte van mijn website. Als abonnee betaal je eenmalig € 6,99 en lees je negen weken lang het hele verhaal mee. Meer informatie over het abonnement vind je hier.

Ben je lid van Facebook? In de Facebookgroep ThrillTalk kun je meepraten en speculeren over het verhaal met andere lezers en met Sietske Scholten.

.