Hoofdstuk 3: Op slag

Haar onrust over Jos is toegenomen sinds ze drie kwartier geleden het telefoongesprek met Bodas beëindigde. En waar- om doet hij er zo lang over om hier te komen, vraagt Jolande zich af. Van Bodas’ huis naar haar is het zo’n twintig minuten rijden. Ze heeft haar ochtendjas verruild voor haar kleding, haar haar vluchtig in model gebracht en haar gezicht van een laagje make-up voorzien. De vraag waar Jos zo laat nog heen is gegaan, als hij werkelijk met Bodas bij Pompano heeft gegeten, blijft maar rondgaan in haar hoofd.
Ze neemt de laatste slok van haar tweede kopje kamillethee. Ze slikt en buigt naar voren om haar lege glas op de sa- lontafel te zetten als ze een auto de oprit op hoort rijden. Ze springt overeind uit haar fauteuil en loopt in snelle pas naar de voordeur. In de hoop dat het de Mercedes van Jos is, opent ze de deur. Ze kan haar teleurstelling niet onderdrukken als ze ziet dat het de Bentley van Bodas is. Bodas opent het portier en in het licht van de lamp naast de voordeur ziet ze zijn bedrukte gelaat als hij aan komt lopen.
‘Wat is er?’ vraagt ze. Ze ziet hem slikken voor hij begint te praten en ze voelt hoe haar maag zich verzwaart.
‘Jolande.’ Bodas drukt zijn vingers tegen zijn mond en ademt diep in.
Hij rekt tijd, beseft ze. Wat kan er zijn? Waarom zegt hij het niet gelijk? In zijn ogen ziet ze hem zoeken naar woorden.
‘Zeg het, Bodas.’
‘Er was een wegversperring op de Hertenweg. De politie hield mij tegen.’
Een weeïge misselijkheid dringt zich in haar slokdarm omhoog, al heeft ze geen idee wat hij gaat zeggen.
‘Er is een ongeluk gebeurd, Jolande. Er is niets meer over van de Mercedes.’
‘En Jos?’ vraagt ze verschrikt. ‘Ik moet naar hem toe.’ Ze draait zich om en reikt naar de kapstok om haar jas te pakken. ‘Nee.’ Bodas stapt de hal binnen en legt zijn hand op haar onderarm om haar tegen te houden. ‘Ik denk niet dat dat ver-
standig is.’
Ze verplaatst haar blik van zijn hand op haar onderarm
naar zijn ogen en ze doet een stap achteruit. ‘Je maakt me bang,’ zegt ze.
Buiten komt een politiewagen met zacht piepende remmen tot stilstand en ze verlegt haar focus naar het portier dat opengaat en de twee agenten die uit de auto stappen. Herinneringen die ze diep heeft weggestopt, komen levendig naar boven.
‘Bent u Jolande Teben?’ zegt de oudere agent, terwijl hij naar de voordeur loopt.
‘Ja,’ zegt ze met een dunne stem. ‘Lambert Johannes Teben is zojuist dood aangetroffen.’ De agent perst zijn lippen op elkaar en haalt met zijn neus een teug lucht naar binnen voor hij verder spreekt. ‘Zijn auto heeft een boom geraakt. Hij was op slag dood. Het spijt me, mevrouw.’ Hij verbreekt het oogcontact met haar en buigt zijn hoofd naar beneden.
16
17
De woorden dringen nauwelijks tot haar door. Ze vermengen zich met herinneringen aan vroeger.
‘Mevrouw, hoort u wat mijn collega zegt?’ De jongere agent buigt zich naar haar toe.
Ze ziet zijn vragende blik. Ze wil reageren, maar er komen geen woorden uit haar mond.
‘Zouden we even binnen mogen komen?’ vraagt de oudere agent.
‘Kom, Jolande,’ zegt Bodas en hij legt zijn hand onder haar elleboog. ‘Ik houd je vast.’ Hij wendt zich naar de agenten: ‘Volgt u maar.’
Ze laat zich door Bodas meevoeren naar de woonkamer, waar hij haar naar haar fauteuil leidt. Hij wijst de agenten de bank en neemt zelf plaats in de fauteuil van Jos. Ze kijkt naar Bodas en ziet de pantoffels staan onder de stoel. Ze voelt zich plotseling zo vreemd. Alsof alles om haar ruimer lijkt te zijn geworden. Alsof de lucht die ze inademt lichter is en de zwaartekracht minder hard aan haar trekt. Ze kijkt naar haar handen die open op haar schoot liggen. Langzaam vouwt ze haar handen dicht. Handen die niet van haar lijken. Alsof ze alleen nog maar haar gedachten is, losgekoppeld van de wereld om haar heen. Ze draait haar hoofd naar de agenten en ze ziet ze praten tegen Bodas, maar de woorden bereiken haar niet. Ze heeft geen idee waar ze het over hebben. Achter de agenten, door de grote raampartijen, ziet ze de gekleurde wolken als strepen boven de toppen van de bomen in de zachtblauwe lucht hangen. Waarom voelt ze niets, vraagt ze zich af. Waar blijft de paniek? Waar is het verdriet? Ze zou moeten huilen. Ze zou zich op de grond moeten storten, net als toen. Maar er gebeurt niets, beseft ze, terwijl ze de zon ziet opkomen.
Ze schrikt op van de agent die plotseling voor haar staat en haar zijn hand reikt. Afwezig schudt ze hem de hand en ze kijkt vanuit haar fauteuil toe hoe Bodas de agenten voorgaat naar de hal. De jongere agent overhandigt Bodas een kaartje. Daarna verdwijnen ze in de hal en even later komt Bodas alleen terug.
Voor haar stoel buigt hij door zijn knieën en legt zijn onderarmen gevouwen over de armleuning. Ze voelt de warmte van zijn huid door hun beider kleding heen tegen haar arm. Hij legt zijn voorhoofd tegen zijn pols en ze hoort hoe zijn ademhaling versnelt. Ze ziet zijn schouders schokken. Voorzichtig legt ze haar linkerhand op zijn arm en ze strijkt met haar duim over de stof van zijn overhemd. Nooit eerder heeft ze hem zien huilen, beseft ze en ze voelt de druk om overeind te komen. Ze zou haar armen moeten spreiden om hem te troosten. Maar ze kan het niet. Ze stopt de beweging van haar duim en haalt haar hand terug. Ze schraapt haar keel.
‘De zaak,’ zegt ze.
Bodas snuift met zijn neus, komt overeind en veegt met zijn handen in één beweging ruw over zijn wangen. ‘Ga ik regelen.’
‘En de pers?’
‘Ook. De verzekeringspapieren liggen op de zaak. Ik bel de uitvaartonderneming en laat je weten wanneer ze komen. Wil je dat ik erbij ben?’
De vermoeidheid overspoelt haar plotseling. Ze wil in bed kruipen en slapen. Niet meer nadenken. Niets regelen. Ze wil haar hoofd schudden en zeggen dat hij het met de uitvaartverzorger mag doorspreken. Bodas kent Jos langer dan zij. Hij werkt op de zaak. Ze zien elkaar vaker dan dat zij Jos ziet. Zag, corrigeert ze zichzelf. Ze kan zich niet terugtrekken. Jos was haar man. Ze kan zijn uitvaart niet aan Bodas overlaten. Het is haar taak, al zou het fijn zijn als Bodas haar daarin kan ondersteunen.
‘Graag, Bodas.’
‘Dan zal ik er zijn. Is er nog iets wat ik voor je kan doen?’ ‘Nu niet.’
‘Probeer wat te slapen, Jolande. En bel mij als je me nodig
hebt. Ik ben er voor jou.’
Jolande knikt naar hem. Even houdt ze zijn blik vast. ‘Dank je.’ Hij glimlacht naar haar voor hij zich omdraait. Niet veel later hoort ze hem door de voordeur vertrekken.

Verder lezen? Bestel ODINS LOT als paperback (€18,95) of e-book (€8,95). Sietske Scholtens boeken staan bekend om de meeslepende situaties en de ijzersterke plots. Sinds 2017 staat haar roman Beet in de top 10 van Bol.com best beoordeelde Nederlandstalige literaire romans. Kijk hier voor aanbiedingen met flinke korting.

“Wat een huiveringwekkende literaire thriller! Sietske Scholten heeft een zeer prettige schrijfstijl en laat de lezer op het puntje van zijn stoel zitten.’Kijk hier voor aanbiedingen met flinke korting.

HOOFDSTUKKEN

"Odins lot"