Hoofdstuk 2: Achterdocht

Hoort ze een auto de oprit op rijden? Jolande spitst haar oren. Ze luistert ingespannen, maar hoort niets anders dan de stilte van de nacht. Er kiert geen licht langs de gordijnen en ze ziet nauwelijks een hand voor ogen. Het enige licht in de kamer komt van de digitale rode cijfers, die de halve nacht al heb- ben weggetikt. Waar blijft hij toch? Ze gaapt en draait zich op haar zij. Met haar hand frommelt ze de punt van haar kussen tot een prop. Ze verlegt haar hoofd en trekt haar dekbed tot haar kin. Zou het kunnen zijn dat ze toch even is weggedommeld en ze zijn thuiskomst niet heeft gehoord, vraagt ze zich af. Misschien ligt hij gewoon in zijn bed en ligt ze zich voor niets op te winden.
Ze slaat het dekbed van zich af en komt overeind. Haar voeten schuift ze in de pantoffels die onder haar bed staan. Ze pakt haar ochtendjas van de stoel, trekt hem aan en stilletjes opent ze haar slaapkamerdeur. Op de overloop blijft ze staan voor zijn slaapkamerdeur. Ze tilt haar vuist in de lucht om te kloppen, maar op een centimeter afstand van de deur houdt ze bedenkelijk haar hand stil. Hij zal het niet op prijs stellen om midden in de nacht te worden gewekt. Aan de andere kant weet ze bijna zeker dat ze niet in slaap is gevallen. De drang om te weten of hij in zijn bed ligt, is te groot. Ze heeft de laatste jaren geen enkele reden gehad om achterdochtig te zijn. Waarom speelt deze onzekerheid dan toch weer op? Heeft hij het recht op haar vertrouwen niet inmiddels teruggewonnen? Ze haalt diep adem en tikt zachtjes drie keer tegen zijn slaapkamerdeur.
‘Jos?’ fluistert ze. Ze schraapt haar keel om meer stemgeluid te kunnen geven. ‘Ben je daar?’ zegt ze iets harder.
Met haar oor tegen het hout luistert ze aandachtig naar de geluiden achter de deur. Het blijft stil. Ze klopt nogmaals met meer kracht.
‘Jos?’
Er gebeurt niets. Ze pakt de klink en opent de deur een stukje. Het schemerlicht kruipt vanuit de deuropening Jolan- des kant op. In een verduisterde kamer zou geen schemerlicht te zien moeten zijn. De gordijnen zijn niet gesloten. Ze duwt de deur verder open tot ze het bed kan zien. Ondanks het weinige licht is duidelijk zichtbaar dat het bed keurig opgemaakt en onbeslapen is. Hij is er echt niet. Waarom doet hij dit? Na al die jaren waarin hij heeft geprobeerd het vertrouwen te herstellen. Opnieuw bedondert hij haar. Dacht hij werkelijk dat ze het niet zou merken als hij de hele nacht weg zou blijven? Hij heeft weer tegen haar gelogen. Zou hij al geweten hebben dat hij niet thuis zou komen toen hij zei dat ze niet voor hem hoefde op te blijven? De onzekerheid vlamt weer op, alsof die al die jaren smeulend aanwezig is geweest en met een stevige por vurig is aangewakkerd. Hoe kan hij dit doen? Er zit een grens aan haar acceptatievermogen, dat zal hij toch zelf ook wel begrijpen? Waar hij ook is, hij is haar een verklaring schul- dig. Ze hoort liever de waarheid dan dat ze door hem voor de gek wordt gehouden.
Met snelle passen loopt ze de trap af. In de woonkamer trekt ze de stekker van de lader uit haar smartphone op het dressoir en selecteert het nummer van Jos. Met een hoge ademhaling zet ze de telefoon aan haar oor. Ze wil hem spreken en wel nu. Door de gaatjes van de speaker hoort ze de wektonen en ingespannen wacht ze tot hij opneemt. De klank van de toon verandert en Jos’ ingesproken stem zegt dat hij niet in staat is om op te nemen. Ze hangt op en belt opnieuw. Als hij ergens ligt te slapen, zal hij op den duur wakker worden van zijn ringtone. Ze belt nog een keer. En nogmaals.
Na de tiende keer geeft ze het op. Misschien ligt zijn telefoon in zijn auto of op een andere plek waar hij hem niet hoort. Hoe kan hij zo met haar omgaan? Hij kan zich toch bedenken dat ze zich afvraagt waar hij blijft als hij niet thuiskomt. Als hij werkelijk met iemand de koffer in wil duiken, dan kan hij er toch op zijn minst voor zorgen dat zijn afwezigheid bij haar bekend is. Hij had een congres kunnen bedenken. Of een afspraak met een buitenlandse klant. Ze zoekt in haar contacten naar het nummer van Bodas. Ze tikt zijn naam aan en belt.
‘Jolande?’ klinkt Bodas’ stem slaperig door de telefoon als hij opneemt.
‘Sorry, dat ik je wakker bel,’ zegt ze gehaast en ze probeert de boosheid in haar stem te maskeren.
‘Geeft niet. Wat is er?’
‘Volgens Jos gingen jullie vanavond samen iets eten?’ ‘Ja, hoezo?’
‘En is dat ook zo?’
‘Natuurlijk. Waarom vraag je dat?’
‘Hij is niet hier.’
‘Onmogelijk. Weet je dat zeker?’
‘Ja. Hij ligt niet in zijn bed.’
‘Heb je gecheckt of zijn auto er is?’
‘Waarom zou zijn auto er zijn als hij er zelf niet is?’ Maar terwijl ze de vraag stelt passeren andere mogelijkheden haar gedachten. ‘Ik loop nu naar de garage.’
Met de telefoon aan haar oor verwisselt ze in de hal haar pantoffels voor haar instappers. Uit haar handtas haalt ze haar sleutelbos met afstandsbediening en ze ontgrendelt de voordeur. Een nachtelijke lentebries waait het zijpand van haar ochtendjas omhoog als ze naar buiten stapt. Ze richt de afstandsbediening op de garagedeur, terwijl ze over de klinkers van de lege oprit naar de garage loopt. Haar eigen BMW wordt zichtbaar als de deur langzaam omhooggaat, maar daarnaast is het leeg.
‘De Mercedes staat er niet.’ Ze voelt hoe de wanhoop haar overmant. ‘Alsjeblieft Bodas, je hebt niet met hem gegeten vanavond, vertel gewoon de waarheid.’
‘Als het zo was, zou ik het je zeggen. Ik lieg niet tegen je. Rond half twaalf vertrokken we tegelijkertijd vanaf de par- keerplaats van Pompano. We reden zelfs nog een tijd met elkaar op tot hij, zoals altijd, na de golfclub rechts afsloeg.’
‘Maar dan was hij al bijna thuis.’
‘Precies. Heb je hem al gebeld?’
‘Al tien keer.’ Ze draait zich om en loopt terug naar de voor-
deur. ‘Hij neemt niet op. Ik ben zo boos op hem. En ook op mezelf. Dat ik erop vertrouwde dat het niet weer zou gebeu- ren.’ Ze trekt de deur met een klap dicht.
‘Ik kan mij niet voorstellen dat er nu zoiets speelt. Mis- schien is er iets gebeurd onderweg. Zal ik anders naar je toekomen?’
Jolande aarzelt. Is het niet wat overdreven als Bodas in het holst van de nacht naar haar toe komt? Jos zal deze heisa wel
overdreven vinden als hij straks thuiskomt. Aan de andere kant voelt ze haar zenuwen toenemen. Wat als Bodas gelijk heeft en er een andere reden is voor zijn afwezigheid? Het zou prettig zijn om nu niet alleen te zijn.
‘Graag, Bodas. Dank je,’ zegt ze, terwijl ze de keuken in loopt.
‘Ik ben over twintig minuten bij je.’
Jolande stopt haar telefoon in de zak van haar ochtendjas en vult de theepot onder de Quooker-kraan met kokend water. Ze hangt er een zakje kamillethee in en pakt een glas uit het kastje boven de gootsteen. Misschien heeft ze te snel haar conclusies getrokken en is er echt iets met Jos aan de hand. In haar hoofd ontspinnen zich gedachten die ze niet wil hebben. Er kan van alles zijn en ze heeft geen idee wat ze nu het beste kan doen. Afwachten? Jos blijven bellen? Of ziekenhuizen bellen? Misschien toch de politie inschakelen? Als Bodas er straks is, kan ze met hem overleggen wat ze kunnen doen.
Met de theepot en het glas loopt ze naar de salontafel en zet ze neer. In haar ooghoek ziet ze Jos zijn fauteuil en ze kijkt naar zijn pantoffels die onder de stoel op hem staan te wachten. Misschien heeft hij wel een beroerte gehad? Of een hartaanval? Ze pakt haar telefoon uit de zak van haar ochtendjas en belt Jos nogmaals. Opnieuw krijgt ze zijn voicemail, maar ditmaal wacht ze tot de pieptoon klinkt.
‘Jos, bel je mij zodra je dit hoort? Ik maak me zorgen,’ spreekt ze in met trillende stem en ze verbreekt de verbinding. Met de telefoon in haar hand laat ze zich zakken in haar fauteuil. Waar kan hij toch zijn?

Lees verder: hoofdstuk 3

ODINS LOT is de vierde literaire thriller van Sietske Scholten en is overal verkrijgbaar als paperback (€18,95) en e-book (€8,95). Sietske Scholtens boeken staan bekend om de meeslepende situaties en de ijzersterke plots. Sinds 2017 staat haar roman Beet in de top 10 van Bol.com best beoordeelde Nederlandstalige literaire romans. Kijk hier voor aanbiedingen met flinke korting.

“Wat een huiveringwekkende literaire thriller! Sietske Scholten heeft een zeer prettige schrijfstijl en laat de lezer op het puntje van zijn stoel zitten.’

HOOFDSTUKKEN

"Odins lot"