Hoofdstuk 1: Lafaard

Op de bijrijdersstoel zoemt zijn smartphone zacht. Zuchtend werpt Odin een blik op het scherm. Wanneer houdt ze op met bellen? Er is genoeg gezegd. Meer woorden maken de bood- schap alleen maar pijnlijker. Hij bijt zijn kiezen op elkaar en knijpt hard in het stuurwiel van zijn Maserati om zijn boos- heid in toom te houden. Maar de ingehouden spanning breekt door zijn zelfbeheersing heen en hij grist zijn telefoon van de stoel.
Aan weerszijden van de auto schieten de bomen voorbij. De geasfalteerde weg strekt zich uit in het licht van de kop- lampen. De telefoon stopt met zoemen en de melding van het gemiste gesprek voegt zich bij de voorgaande zeven. Odin schakelt het toestel uit en werpt het terug op de stoel. Hoe dachten ze hier mee weg te komen? Ze hadden de waarheid voor hem verzwegen. Alles is veranderd.
Hij drukt het gaspedaal dieper in. De naald van de snel- heidsmeter in het dashboard klimt omhoog en het ritme van de witte strepen op de weg versnelt. De uitgestippelde lijn buigt af naar rechts. Odin draait aan zijn stuur om de Maserati de afbuigende weg te laten volgen, terwijl zijn keel dik wordt van emotie. Achter zijn rechteroog zwelt een scherpe hoofdpijn aan. Hij haalt zijn hand van het stuur en plaatst die tegen zijn voorhoofd, terwijl de hellende kracht zijn lichaam naar links trekt in de bocht. Met zijn duim en wijsvinger veegt hij vanaf zijn slapen over zijn oogleden naar zijn neusbrug. De naald van de snelheidsmeter nadert de 150 kilometer per uur wanneer Odin een kort moment zijn ogen sluit om de opkomende tranen te verdrijven.
Het plotselinge geluid van een claxon laat hem verschrikt zijn ogen openen. Het felle licht van de koplampen van de tegenligger verblindt hem en hij gooit zijn stuur naar rechts. Met volle kracht trapt Odin op de rem. Schurend zoeken de banden van de Maserati grip op het asfalt. De veiligheidsgordel drukt tegen Odins borstkas en snijdt in zijn heupen. Het rempedaal houdt hij stevig tegen de bodem aan. Zijn vingers klemmen zich om het stuur om de macht erover terug te vinden. De wielen glijden over het wegdek. Zijn hoofd raakt de ruit van het portier. Er klinkt botsend metaal, brekend glas, knappend kunststof. De druk tegen Odins borst verzwaart tot het maximum. Plots wordt hij teruggeworpen in zijn stoel. Zijn hoofd veert terug tegen zijn hoofdsteun en de Maserati komt tot stilstand.
Bewegingsloos blijft Odin zitten. Hij ademt diep in en laat de lucht vervolgens langzaam los in een poging zijn hartslag te laten zakken. Zijn hoofd doet pijn. Met zijn vingers tast hij net onder zijn haargrens. Er ontwikkelt zich een bult en aan de nattigheid te voelen bloedt hij. Hij veegt zijn hand af aan zijn broek. Langzaam beweegt hij zijn hoofd naar links en naar rechts, naar boven en naar beneden. Een scherpe steek schiet vanaf zijn achterhoofd naar zijn ruggengraat. Hij trekt een grimas en legt zijn hand in zijn nek. Ongelooflijk dat hij de
Maserati op de weg heeft weten te houden. Met deze snelheid was een andere afloop mogelijk geweest, beseft Odin. Hij duwt zijn vingers tegen de huid van zijn nek om de spanning weg te masseren die de adrenalinestoot heeft veroorzaakt.
Hoewel er op dit moment geen auto’s aan komen rijden van beide kanten, is het mogelijk dat ander wegverkeer zijn stilstaande auto te laat opmerkt en hij alsnog wordt aangereden. Zijn auto staat dwars op de weg en zijn koplampen schijnen tegen de nevel, die als een deken tussen de boomstammen hangt en het licht opbreekt naarmate het meer afstand heeft afgelegd.
Hij drukt de alarmlichten aan en opent het portier. Zodra hij zijn voeten op het asfalt zet, voelt hij zijn benen trillen. Hij loopt naar de voorzijde van de auto om te zien hoe groot de schade is. Zijn hand laat hij over de motorkap glijden. Het metaal is glad. Volledig intact. Hij controleert de behuizing van de koplampen. Ze zijn heel. De bumper is ook onbescha- digd. Toch herinnert hij zich het geluid van brekend glas, het indeuken van metaal, het knappen van kunststof, maar zijn auto heeft de andere auto niet geraakt. Waar is de tegenligger gebleven?
Hij richt zich op en kijkt over het dak van zijn Maserati naar de weg waar hij een paar minuten geleden overheen is geschoven. Zijn ogen knijpt hij tot spleetjes. In de knipperende oranje gloed van zijn eigen alarmlampen ziet hij de lege weg en de remsporen. Er staat geen andere auto op de weg. Opgelucht dat de tegenligger ook met de schrik is vrijgekomen, wil Odin terug in zijn auto stappen. Maar vlak voor hij zijn hoofd buigt om in te stappen, ziet hij een vreemde reflectie van zijn eigen alarmlicht verderop tussen de bomen. Hij loopt om de Maserati heen en stapt een paar meter naar voren. De boomstammen lijken plaats te maken voor Odin en geven hem bij elke stap beter zicht op het object dat ze hebben omsloten. Het ontneemt hem de adem als hij beseft dat het de andere auto is. Hij versnelt zijn stappen en begint te rennen. Over de zwarte strepen die de banden hebben achtergelaten, nadert hij de plek waar de andere auto van de weg af is geraakt. Tussen de stammen van de bomen door ziet hij het voertuig. De auto van de tegenligger, een Mercedes, heeft zich om een boom gevouwen. Er steekt een dikke tak dwars door de voorruit, alsof de boom met één van zijn tentakels de auto heeft gepoogd tegen te houden. Behalve de zachte tik- en sisgeluiden van de motor heerst er een vreemde, doodse stilte.

Odin stapt van het asfalt op de humusbodem van het bos. Dode takken knappen onder zijn zolen. De alarmlampen van zijn eigen auto werpen met intervallen een oranje gloed tussen de bomen. Odin nadert de auto. Hij pakt de greep van het bestuurdersportier vast en trekt er hard aan, maar het verwrongen metaal geeft niet mee. Hij rent naar de bijrijderskant. Het uiteinde van de tak rolt naar buiten zodra hij het portier opentrekt. Hij bukt, klimt de auto in en hapt naar adem als hij in het knipperende oranje schemerlicht de bestuurder ziet zitten. Het hoofd van de man hangt naar voren. Zijn ogen zijn wijd- geopend, net als zijn mond waar een streep donker vocht uit loopt. Het druppelt op de tak die zijn buik heeft doorboord. Odin strekt aarzelend zijn arm uit en drukt zijn vingers tegen de hals van de man. Vol afschuw wendt hij zijn blik af, terwijl hij prikt in het zachte vlees op zoek naar de pulserende slag- ader van de man. Maar waar Odin zijn vingers ook zet, hij voelt de bloedcirculatie niet. De man is dood.
Verslagen laat Odin zich op de bijrijdersstoel zakken. Als een film verschijnt op zijn netvlies het moment dat hij de
bocht nam en op de andere weghelft terechtkwam. Het is zijn schuld. Als hij niet zo roekeloos had gereden, had deze man nog geleefd. Wat moet hij doen? Dit is dood door schuld. De politie zal hem oppakken. Hij moet de gevangenis in. Hij kan zich er geen voorstelling van maken hoe erg dat zal zijn. En als hij na een tijd vrijkomt, zal dit voorval hem de rest van zijn leven achtervolgen. Iedereen zal weten dat hij de dood van deze man op zijn geweten heeft. Wat moet hij doen? Het leven van de man is verwoest. Wat Odin ook zal doen, de man blijft dood, daar kan hij niets meer aan veranderen. Het enige wat hij nog kan redden, is zijn eigen leven. Er zijn geen getuigen. Er zijn geen camera’s. Zijn eigen auto is onbeschadigd. Als hij snel is, heeft hij nog een kans om hier ongezien weg te komen. De gedachte aan vluchten maakt hem misselijk, maar hij voelt de onrust in zijn lichaam toenemen. Er is geen tijd om er lan- ger over na te denken. Hij moet hier weg. Vlug duwt hij het portier open en rent over de bosgrond naar de weg.
Zijn vingerafdrukken! Abrupt staat hij stil. Hij heeft met zijn hand de grepen aangeraakt om de portieren te openen. Hij zet een stap naar voren en kijkt om zich heen. Het is nog even donker als eerder. De enige lichten zijn de alarmlampen van de Maserati. Er is niemand die hem ziet. Hij rent terug naar de verwrongen Mercedes, terwijl zijn hart wild bonst in zijn borstkas.
‘Het spijt me,’ fluistert hij tegen de bewegingsloze schim achter het glas als hij de manchet losmaakt van zijn overhemd. Hij trekt de mouw over zijn hand en met vlugge halen haalt hij het katoen langs het metaal. Hij poetst de plekken waar hij de auto heeft aangeraakt en rent terug naar de weg. De zolen van zijn schoenen tikken op het asfalt bij elke stap die hij neemt. Hij nadert zijn Maserati. De laatste stappen. De laatste mogelijkheid om zich te bedenken. Hij kan nog steeds een hulplijn bellen. Niemand zal er ooit achterkomen dat hij heeft geprobeerd te vluchten als hij nu 112 belt. Het kan nog. Het voelt alsof hij op een kruispunt staat. Alsof dit de belangrijkste beslissing van zijn leven is. Wat moet hij doen?
Hij bereikt zijn geopende portier en stapt in de Maserati. Hij legt zijn handen op het stuur. Hij voelt de zachtheid van het leer onder zijn vingertoppen. Hij balt zijn vuisten en knijpt steviger in het stuurwiel. Hij schudt zijn hoofd. Hij kan het niet. Gevangenschap wordt zijn dood.
‘Lafaard,’ fluistert hij en start de motor. Hij rijdt de Mase- rati naar achteren om zijn auto recht op de weg te zetten. Hij kijkt naar de plek waar de Mercedes staat. Vanaf hier is niets te zien. Hij trapt het gaspedaal in. In zijn achteruitkijkspiegel ziet hij de remsporen verdwijnen in het donker van de nacht.

Lees verder: hoofdstuk 2

ODINS LOT is de vierde literaire thriller van Sietske Scholten en is overal verkrijgbaar als paperback (€18,95) en e-book (€8,95). Sietske Scholtens boeken staan bekend om de meeslepende situaties en de ijzersterke plots. Sinds 2017 staat haar roman Beet in de top 10 van Bol.com best beoordeelde Nederlandstalige literaire romans. Kijk hier voor aanbiedingen met flinke korting.

“Wat een huiveringwekkende literaire thriller! Sietske Scholten heeft een zeer prettige schrijfstijl en laat de lezer op het puntje van zijn stoel zitten.’ – Petra

HOOFDSTUKKEN

"Odins lot"