DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 2

Lars rent op me af, roept ‘Pappa, pappa!’ en omhelst mijn benen. Ik til hem op en kus hem op zijn voorhoofd.
‘Hallo manneke. Hoe was het bij oma en opa? Leuk?’ Zodra zijn voetjes weer grond voelen, rent hij meteen terug de woonkamer in en roept iets dat op ‘Ja’ moet lijken.
Ik bedank mijn schoonouders voor het oppassen en vertrek met Lars, die als een ervaren toerist zijn blauwe mini-rolkoffertje achter zich aan trekt.

Aan tafel kletst hij enthousiast over Artis, waar hij met opa en oma naar toe is geweest. Joyce prikt met haar vork zwijgend patatjes van haar bord die ik bij de snackbar heb gehaald. Af en toe kijkt ze op. Ik glimlach naar haar, probeer haar zo vriendelijk mogelijk aan te kijken. Ze ontwijkt mijn blik niet, maar kijkt me ook niet echt aan.
Lars vult de stilte op. Zou hij de spanning voelen? Het is onmogelijk aan een vijfjarig jongetje uit te leggen wat er tussen zijn ouders speelt.
Het moet slijten. Ik moet het vergeten. Ook Joyce zal begrijpen dat de druk in de atmosfeer van onze relatie weer tot het gemiddelde moet afnemen, wil ons kind er niet onder lijden.

Nadat ik hem naar bed heb gebracht, selecteert Joyce foto’s van Barcelona aan de eettafel en ik kijk tv. Ik zie kleuren en bewegende beelden; ik kan er mijn gedachten niet bij houden. Tegen elven gaan we naar bed. Ik sla mijn arm om haar heen en trek haar dicht tegen mij aan. Bang afgewezen te worden begin ik, gespitst op haar reactie, voorzichtig haar hals te kussen en haar rug te strelen. Ze accepteert me.
‘Ik hou van je,’ zegt ze, als ik na afloop van het minnekozen een knoop in de condoom leg en het volle rubbertje naast het bed laat vallen.
Ik kus haar op haar voorhoofd. ‘En ik ben stapelgek op jou.’
Natuurlijk geniet ik van haar liefde. Maar het voelt anders, minder exclusief, minder intiem.

De eerste dagen wringt haar uitglijder met Lisette als een koude slang hoog in mijn maagstreek. Niettemin herneemt de normale gang van zaken zich en slijten de venijnige uitsteeksels van mijn jaloezie. We lachen weer samen, we vieren met vrienden haar verjaardag, ik plaag haar als het haar niet lukt een Spotify playlist naar de playbar te sturen, we genieten samen van onze Lars wanneer hij hardop pratend met zijn Playmobil speelt, ik strijk door haar haren als ik langs haar loop en ze kijkt met haar rug tegen mij aan liggend naar films. Na een week zijn er al momenten dat ik mijn eigen Joyce kan zien zonder meteen Lisette erbij te denken die met haar mond de meest intieme delen van het naakte lichaam van mijn vrouw kust. De slaap- en vrijrituelen die Joyce en ik over de jaren hebben ontwikkeld, herstellen zich. Seks is de drager van de liefde, een fundament, het bewijs dat je van elkaar houdt. We spreken er zelden over, maar ben ik ervan overtuigd dat ook Joyce geen klachten had. Als ik mijn huidige verhoogde seksuele activiteit rationaliseer, dan vermoed ik dat dat te wijten is aan mijn behoefte mijzelf tegenover haar te bewijzen. Misschien wil ik mijzelf zelfs bewijzen dat zij van mij is. We moeten haar akkefietje in Barcelona vergeten en elkaar weer de exclusiviteit van onze liefde geven. Lang geleden was het andersom en was ik het die zo stom was zich te laten verleiden. Wie ben ik om haar te veroordelen?
Ik hou van de lachrimpeltjes rond haar blauwe ogen. Ik hou van haar lach of ze nou schatert of grinnikt. Samen kunnen we plezier hebben van kleine dingen, zoals een wandeling of ons beider afkeuring van het interieur van kennissen, en van de grote dingen zoals onze Lars of de herkenning die we samen voelen als we merken dat een muziekstuk ons allebei ontroert. Ik ben trots op haar vermogen hoe ze met onze bescheiden middelen haar stralende voorkomen naar een hemels niveau tilt.
Na twee weken vind ik dat haar vergissing vergeven en vergeten moet zijn, wat natuurlijk onzin is. Ik zal het nooit vergeten, ondanks mijn gevoel dat het weer goed zit tussen ons.

Drie weken na het Barcelona weekend kom ik vrijdags vroeger thuis dan anders. Thuis staan Joyce en Lisette bij de eettafel.
‘Daar komt een echte vent binnen!’ lacht Lisette, maar haar stem mist de gebruikelijke cynische scherpte. Ze klinkt minder zeker dan anders en ze kijkt me niet aan.
Ik begroet beiden, maar heb het onaangename gevoel een spelbreker te zijn. Ze zijn uitgelaten, giechelig. Bij de omkleden zie ik dat het dekbed slordig half op bed, half op de grond ligt. Zo laat Joyce nooit het bed achter. Er is maar een conclusie mogelijk.

‘Joyce?’ Ze komt de kamer in vanaf de hal waar ze zojuist Lisette heeft uitgelaten. ‘Het zou toch bij die ene keer in Barcelona blijven? Het was toch een misstap?’
Ze kijkt me fel aan. ‘Dat heb ik nooit gezegd. Het was geen vergissing en het bleef ook niet bij één keer. We hebben in Barcelona alle dagen van elkaar genoten.’ Ze draait zich om en loopt de keuken in.
‘Verdomme Joyce,’ roep ik vanuit de kamer, ‘meen je nou in alle ernst dat je gewoon doorgaat met dat stiekeme gedoe?’
‘Stil. Niet nu. Denk om Lars.’
‘Dat kan me even helemaal niet schelen! Geef verdomme antwoord!’
‘Wat zei je zonet? O ja. Stiekem. Het is niet stiekem. Je weet ervan.’
‘Nee, dat weet ik niet!” Ik krijg een steek in mijn borst. ‘Je hebt je lolletje gehad in Barcelona. Dat vind ik niet leuk, maar daar blijft het bij.’
‘Daar heb jij niks over te zeggen. Het is iets tussen Lisette en mij.’
Iets tussen Lisette en haar? Iets waar ik buiten sta? Het is een klap in mijn gezicht. ‘Je begrijpt toch wel dat je mij pijn doet? Helemaal op de manier zoals je het zegt.’
‘Het spijt me, dat is niet mijn bedoeling. Ik heb juist gekozen om hier vanmiddag bij elkaar te komen zodat je er niet mee geconfronteerd wordt.’
‘Dus toch stiekem! Op een dag dat je niet werkt en ik veilig ver weg ben.’
‘Ik begrijp dat het zo op je overkomt, maar zo bedoel ik het niet.’
‘Misschien bedoel je het niet zo, maar vannacht moet ik wel slapen op het laken waarop jij …’
‘Ik verschoon de lakens wel.’
‘Snap je niet dat het dieper ligt? Dat jij seks hebt met een ander in óns bed?’
Ik ga naar buiten en gooi de deur met een harde klap dicht. Ik voel me bedrogen. Ze kan er een mooi verhaaltje van maken, dat maakt het niet minder pijnlijk. Ik moet lopen om mijn kop leeg te maken, maar hoe ver ik ook loop, leegmaken lukt niet.
Wanneer ik een uur later thuiskom, zit Joyce met Lars aan tafel en ik schuif aan. Voor Lars probeer ik vrolijk te zijn. Ik doe hem in bad en breng hem naar bed met een extra lang verhaal.
Joyce kijkt tv. Ik pak de afstandsbediening van de salontafel en schakel het apparaat uit. ‘Nooit heb ik je gehoord over vrouwenliefde. Nooit heb je geklaagd dat je in bed iets tekort komt. Hoe kan je van het ene op het andere moment zó … eh … volslagen veranderd zijn?’
‘Ik ben ook nooit iets tekort gekomen. Een vogel die altijd in een kooitje heeft gezeten, komt niks tekort, maar weet niet wat vliegen is.’
‘O. Is dat het? Heb ik je opgesloten?’
‘Nee, ik bedoel dat je niet kan missen wat je niet kent.’
‘Wil je me vertellen dat een simpele aanraking van Lisette je een wereld toont die je niet kent?’
‘Nou … ik zou niet weten niet hoe ik het moet uitleggen.’
‘Probeer het. Of ben ík nu de vogel die niet weet wat vliegen is?’
Ze aarzelt. Haar ogen dwalen over de vloer. ‘Lisette vertelde me dat ze al lang verliefd op me is. Dat ze al lang van plan was om er met mij over te praten. Ze probeerde het vaak, maar durfde telkens niet. Dat raakte me. Dat raakte me heel diep.’
‘O. Raakte je dat? Ik denk dat tientallen mensen rondlopen die op jou verliefd zouden kunnen worden. Het gaat Lisette uiteindelijk toch om seks? Nou ik kan je verzekeren dat heel veel mannen met jou in bed zouden willen duiken.’
‘Maar ik voel ook wat. Ik kan het niet voor niets zo goed met Lisette vinden. Het is niet alleen de seks. Niet met Lisette, en ook niet met jou. Ik heb met jou wat ik met Lisette niet heb en andersom. Ik hou van jou en ik weet nu dat ik ook van Lisette hou. Zo weet ik dat jij van me houdt. Je zei net dat het Lisette alleen om seks gaat. Dat is het niet. Lisette houdt ook van mij.’
‘Wat vindt Mark er van?’
‘Ze heeft het hem niet verteld.’
‘Was je dat ook met mij van plan? Gewoon verzwijgen?’
‘Guus, ik vind het zo jammer dat je het er zo moeilijk mee hebt.’
‘Ja! Vind je dat gek? Je hebt seks met een ander. Denk je dat ik het daar niet moeilijk mee zou hebben?’
‘Als ik je nou vertel dat ik het heel erg fijn vind met jou? Ik hou van je. Ik hou ook van Lisette, maar met Lisette is het gewoon anders. Maakt dat geen verschil voor je? Zij is een vrouw, Guus, geen man. Zij is als mayonaise op patat. De patat is lekker, de mayonaise maakt de patat nog lekkerder. Ik ben het trouwens wel met je eens wat het bed betreft. Dat zal niet meer gebeuren.’
Alsof dat het belangrijkste is. ‘Je zet me voor het blok. Het kan toch niet zo zijn dat jij alleen beslist?’
‘Dat is zo. We zullen samen naar de beste oplossing moeten zoeken, maar één ding staat vast. Het is mijn lichaam en alleen ík beslis over mijn lichaam.’
‘Bedoel je daarmee dat er voor mij niets anders op zit dan het te accepteren? Wat als ik het niet accepteer? Wat doe je dan?’
‘Geef me wat tijd, Guus. Alsjeblieft, geef me wat tijd.’
‘Wat nou als ik dat niet kan? Wat gebeurt er als ik dat niet doe?’
Starend naar haar voeten wrijft ze met haar handen over haar gezicht. Ze pakt haar lege glas op en zet het in de keuken op het aanrecht. ‘Sorry, maar ik ga naar bed. Ik ben moe.’ Ze loopt door de deur naar de trap en laat mij alleen.

Lees hier hoofdstuk 3.

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.