DE DRIEHOEK

Volg elf dagen lang de spannende blogroman DE DRIEHOEK van gastauteur Dick Scholten.
In DE DRIEHOEK waant Guus zichzelf in een gelukkig huwelijk tot zijn vrouw Joyce bekent dat ze een affaire heeft met haar beste vriendin Lisette. Bang om haar kwijt te raken en in de hoop dat het slechts een bevlieging is, stemt Guus in met een proefperiode van drie maanden. Maar als Lisette bij hen intrekt en steeds meer bezit neemt van zijn leven, raakt hij alle grip op zijn huwelijk kwijt. Lukt het Guus om zijn geliefde Joyce opnieuw te veroveren of voert hij een kansloze strijd?

Hoofdstuk 1

Mistflarden hangen boven Schiphol. Het oud-Nederlands woord Schiphol betekent volgens taalexperts Scheepsgraf. Schepen liepen bij zuidwesterstormen van het Haarlemmermeer vast aan de grond en vergingen. Naast het verorberen van schepen, veroverde het vele dorpen. Boesingheliede, Haarlemmerwoude en Nieuwerkerk verdwenen in het gulzige meer, dat De Waterwolf als bijnaam kreeg. Nu is hier het lawaaiige en alsmaar uitdijende vliegveld. Ik bevind me op een lugubere, vervloekte plaats die levens verwoest en waar hoop verloren gaat. Een Nederlands equivalent van de Bermuda Driehoek.
Ik heb mijn Picanto even voor zessen geparkeerd in Kort Parkeren.
In de mist meen ik te midden van een kluit reizigers de twee vrouwen te zien. Ze wandelen met hun rolkoffers over de zebrapaden naar de parkeergarage. Tussen de flarden damp ontwaar ik mijn blonde, knappe Joyce. De bijna een kop kleinere, donkere Lisette is molliger en loopt met haar rug ietsje gebogen. Ze is bijna het tegengestelde van mijn Joyce.
De twee hebben elkaar een paar jaar geleden herontdekt. Lang geleden waren ze hartsvriendinnen op school die elkaar na verhuizingen uit het oog verloren. Drie jaar geleden kwam Lisette in het boetiekje van Joyce en sindsdien zijn ze de beste maatjes.
Joyce geeft me een zoen en Lisette kust me plichtmatig op de wangen. ‘Hebben jullie het leuk gehad in Barcelona?’
‘Ja, hoor,’ antwoordt Joyce zonder een spoor van enthousiasme. Lisette knikt instemmend terwijl we naar de auto lopen.
‘Wat zijn jullie stil? Dat ben ik niet gewend.’
‘We zijn moe, Guus ,’ zegt Joyce lusteloos.
‘Geeft niet, ik hoor de verhalen straks wel.’ Natuurlijk zijn ze moe, maar is dat niet altijd zo? Alle voorgaande keren bleven ze vrolijk en enthousiast kwekken. Nee, er is iets wat niet klopt. Zouden ze ruzie hebben gehad?
Een vreemde waas van spanning hangt in de auto, alsof de naargeestige mist naar binnen is getrokken.
Ruim drie kwartier later parkeer ik de auto voor het hek van het huis waar Lisette woont. ‘Dank je Guus,’ zegt ze. Joyce stapt uit de auto om afscheid te nemen. Ik kijk naar de twee vrouwen. Altijd lachen ze en is het met een omhelzing gedaan. Nu, vreemd, pakken ze elkaars handen en kijken elkaar langdurig aan. Wanneer Joyce even later in de auto stapt, zie ik vocht in haar ogen.
‘Hebben jullie ruzie gehad?’ vraag ik Joyce.
‘Nee. Laat me maar even.’

Pas tijdens het eten, probeer ik het weer. ‘Er is iets aan de hand en ik wil weten wat het is. Ik denk dat dat andersom ook zo zou zijn.’
‘En wat als ik het niet wil vertellen?’
Even val ik stil. Wat kan er zijn dat ze niet wil vertellen? ‘Sinds wanneer hebben wij geheimen voor elkaar?’
‘Iedereen heeft geheimen, zeker jij zou dat moeten weten.’
Een sneer. ‘Oké, dat is waar. Maar ik vertelde het je toen meteen de volgende dag, weet je nog? Waarom zou jij het niet …’
‘Hou op!’ schreeuwt ze.
‘Sorry. Maar nu weet ik er helemaal geen eind meer aan.’

We eten zwijgend onze borden leeg. Uit de keuken haal ik het dessert en zet het op tafel. Ik kijk haar aan. Ze ontwijkt mijn ogen. ‘Joyce, alsjeblieft.’ Ik schrik als ze de kaarsen uitblaast. ‘Waarom doe je dat nou?’
‘Ik kan het je alleen vertellen als ik je ogen niet zie.’
Het is me duidelijk. Ze is met een Spanjaard de hort op geweest. In gedachten zie ik haar liggen op het aanrecht van een Barcelonees restaurant. De kok ligt bovenop haar. Een avontuurtje? Best, zolang ik haar maar niet kwijtraak.
‘De kamer had één tweepersoonsbed.’
‘Ja, dat is meestal zo.’
‘Op de tweede nacht werd ik wakker van een streling over mijn benen. Ik lag diep te slapen en wist eerst niet waar ik was. Wel voelde ik gelijk dat het niet jouw grote, eeltige hand was.’
Ik wil vragen wiens hand dat dan wel was, maar ze geeft me geen kans.
‘Stil, laat me uitpraten.’ Ze zucht diep en aarzelt even. ‘Het was de hand van Lisette.’
Lisette? Wil ze nou beweren dat die twee met elkaar zijn gaan flikflooien? Dat geloof ik niet, dat kan niet. ‘Nou? Wat is het probleem?’
‘Van het een kwam het ander.’
Dus toch! Het is een fractie van een seconde dat ik bijna met mijn vuisten op tafel sla, wil gaan schreeuwen en vloeken. In plaats daarvan laat ik me achterover hangen in mijn stoel. Het is mijn verbazing en ongeloof dat ik eerst niet weet wat te zeggen tot ik ‘Eh … Maar je valt toch niet op vrouwen? Ik bedoel jij en ik … Ik snap het echt niet, Joyce. Wil je zeggen dat je lesbische seks met Lisette hebt gehad?’
Ze heeft de kamer verduisterd, maar inmiddels zijn onze ogen aan de duisternis gewend. Ik zie dat ze knikt.
‘Maar je bent toch niet lesbisch? We hebben toch al die jaren … Of verlangde je altijd al naar vrouwen?’
‘Ik heb seks gehad met Lisette en ik vond het fijn.’
‘Fijner dan met mij?’
‘Ik vind het fijn met jou en het was fijn met haar.’
‘Maar dan nog, wat hebben jullie dan gedaan?’
‘We hebben de dingen gedaan die mensen doen als ze seks hebben.’
‘Verdorie Joyce, hoe kan dat nou? Een vrouw raakt je aan en je gaat meteen … hoe noem je dat? Ik bedoel … hoe kom je erbij om met een vrouw te gaan vrijen?’
‘Soms, Guus, gebeuren dingen die je niet hebt gepland, die je simpelweg overkomen.’
‘Ik kan me er niks bij voorstellen. Kan je iets duidelijker zijn?’
‘Nee, dat kan ik niet, dat wil ik niet.’ Ze staat op en gaat naar bed.

Onsamenhangende wirwar van vragen en vermoedens komen bij me op wanneer ik de tafel afruim. Op de bank kijk ik op een pornosite naar een lesbisch stel. Ik kan niet geloven dat mijn Joyce zoiets zou doen. Een misstap, dat is het. Een misstap zoals de verkeerde weg inslaan terwijl je navigatiesysteem een andere afslag adviseert. Je krijg een waarschuwing: Omkeren over vijfhonderd meter en als je dat niet doet, dan legt het navigatiesysteem zich erbij neer en berekent een nieuwe route zodat je uiteindelijk toch op je plaats van bestemming komt. Het zal moeilijk zijn, maar ik zal haar die misstap vergeven.
Even later in bed, leg ik mijn hand op haar rug. Ze weert me met haar elleboog af.

Lees hoofdstuk 2

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.