Hoofdstuk 5: 9.18 uur

Aan de overzijde van haar huis rijdt Danielle het parkeervak uit. Rijdend door de straten van Deventer groeit het beklemmende gevoel dat Willem haar affaire doorheeft. Waarom zou hij het anders zo expliciet vragen in het telefoongesprek? Het had haar totaal overvallen. De ontkenning was eruit geflapt voor ze er erg in had. Als ze op die éne middag, maanden geleden, een andere keuze had gemaakt, dan was haar ontkennende antwoord op Willems vraag de waarheid geweest. Maar zo was het niet gegaan. Door haar neerslachtige gemoed omdat ieder spoor naar James was doodgelopen, had ze op die ene dinsdagochtend gedachteloos de zojuist gepaste kleding op de toonbank bij de kassa gelegd toen ze opeens James voor de openstaande glazen deuren van de kledingzaak had zien staan. Ze schrok en besefte direct dat ze geen make-up op had. Ze zag er niet uit.
‘Mevrouw?’ zei de caissière nadrukkelijk, nadat ze het al meerdere keren had gevraagd. Danielle draaide haar hoofd terug en keek haar verstoord aan.
‘Wilt u pinnen?’
‘Ja,’ zei ze en draaide snel haar hoofd terug naar de glazen deuren. Op de plek waar James zonet nog stond, was hij niet meer.
‘Laat maar. Ik heb me bedacht,’ zei Danielle tegen de caissière. Onbetaald liet ze de kleding achter op de toonbank en ze rende de winkel uit. Buiten keek ze vluchtig links en rechts de Korte Bisschopstraat in tot ze hem eindelijk tussen het winkelend publiek zag lopen. Met grote passen liep ze zijn richting op om de afstand tussen hen te verkleinen. Wat moest ze doen, vroeg ze zichzelf af, zou ze hem aanspreken? Wat kon ze zeggen? Ze bleef hem volgen, door de pittoreske Walstraat, over het Waltorenpad en langs het moderne winkelgebied Boreel. Zou hij zijn auto in de parkeergarage hebben staan, vroeg ze zich angstig af. Als hij in een auto zou stappen, zou hij misschien voorgoed uit haar leven wegrijden. Hij passeerde de ingang van de garage en liep over de brug. Om niet op te vallen, hield ze een redelijke afstand. Startklaar om zichzelf te verstoppen bij de eerste tekenen dat hij zich zou omdraaien. Bij het stoplicht stak hij over naar het terrein van de Hogeschool en het Middelbaar Beroeps Onderwijs. Werkte hij nu hier? Ze had zich tijdens haar zoektocht op het internet alleen gefocust op middelbare scholen, vandaar dat ze hem niet kon vinden. Maar in plaats van het betreden van één van de scholen, liep hij verder en stak de Veenweg over. Ze dook achter de bosjes tot ze James de Rivierenwijk in zag gaan. Waar ging hij naartoe? Ze passeerden rijen oude huizen. De meeste bewoond, andere dichtgetimmerd. De sloophamer ging in deze wijk om ruimte te maken voor nieuwbouw, had ze vernomen uit de krant. De grimmige sfeer van de leegstand maakte deze buurt in de nachtelijke uren onveilig. Gelukkig stond de zon nog hoog aan de hemel.

Voor een groot grijs nieuwbouwcomplex veranderde James onverwachts zijn koers en liep naar de ingang. Uit zijn zak haalde hij een sleutelbos en stak één van de sleutels in een klein metalen kastje met een sleutelgat, waarna de deur automatisch openging. James stapte naar binnen en de deur viel achter hem dicht. Teleurgesteld bleef ze staan. Ze had te lang gewacht. Ze had naar hem toe moeten rennen. Waarom had ze het niet gedaan? Als vanzelf liep ze richting het voorportaal. Haar ogen gleden over de namen bij de brievenbussen op zoek naar ‘Van der Wiel’. Vurig hoopte ze dat het zijn eigen huissleutel was, waarmee hij de deur had geopend. Terwijl ze de meest uiteenlopende mogelijkheden bedacht waarom James hier naar binnen was gegaan, zag ze eindelijk zijn naam staan. Haar blijdschap over het lokaliseren van zijn woning verdween als sneeuw voor de zon. ‘J. van der Wiel & S. Versteeg’ las ze en een boosheid kwam naar boven. Op haarzelf. Waar was ze mee bezig? Wie hield ze voor de gek? De teleurstelling over James’ relatie was absurd. Ze was zelf getrouwd. Deze hele verliefdheid lang had ze nooit de intentie gehad werkelijk een affaire aan te gaan met James. Het was een droom. Een vlucht. Weg uit de realiteit van haar eigen leven. De sleur van haar huwelijk. Het was nooit bedoeld om alles op het spel te zetten. De fantasieën over intimiteit met deze onbekende James zorgden ervoor dat ze zich weer bewust werd van het leven dat ongemerkt aan haar voorbij ging. De tijd die genadeloos haar rimpels verdiepten en haar huid van zijn elasticiteit aan het beroven was. Ze kon niet langer in deze slaaptoestand verkeren. Dit was haar wake up call. Vanavond nog moest ze Willem wakker schudden uit hun huwelijkse coma. Ze zou alles uit de kast halen om haar liefde aan hem te bewijzen. Of eigenlijk aan zichzelf. Ze zou zichzelf ervan overtuigen dat Willem de leegte in haar kon verdrijven. Dat ze niets anders nodig had. Dat Willem de spanning kon bieden die ze zocht, net als hij vroeger deed. Ze zou hem verleiden, tot hij gulzig haar lichaam tot zich zou nemen. Ze zou niet denken aan James. Niet aan zijn kristalblauwe ogen. Niet aan zijn goedgevormde lijf. Ze zou niet wegdromen en in de aanraking van Willem James verbeelden. Vanaf dit moment zou ze James buitensluiten uit haar gedachten. Dat James een partner had, maakte geen moer uit. Misschien was het juist wel beter, probeerde ze zichzelf wijs te maken, maar de brandende tranen achter haar ogen trokken zich niets aan van haar ontkennende gedachtes. Ze slikte ze weg. Ze had geen recht om verdrietig te zijn. Ze had Willem.
Danielle keek weg van de brievenbussen door het glas de hal in. Recht in het gezicht van James. Er ging een schok door haar heen. Ze voelde zich betrapt. Zijn mondhoeken krulden omhoog en hij opende de glazen voordeur. Wat moest ze doen?
‘Zeg het mij als ik het mis heb, maar volgens mij ken ik jou. Kan ik je ergens mee helpen? Naar wie ben je op zoek?’ Met haar mond vol tanden bleef ze bewegingloos staan. Slechts een kleine twee meter was ze verwijderd van de man waar ze al bijna anderhalf jaar naar smachtte. Iedere nacht droomde ze over hem. Geen moment was hij uit haar gedachten. Rationeel wist ze wat haar te doen stond. Ze moest hem vriendelijke bedanken voor zijn hulp en weglopen. Met snelle tred. Niet meer omkijken. Zo snel mogelijk naar haar auto en terug naar huis. Naar haar gezin. Zeg het, schreeuwde ze inwendig. Maar ze kon geen woord uitbrengen. Haar lichaam weigerde te luisteren. Er volgde een ongemakkelijke stilte, waarin haar wangen rood kleurden. Ze voelde het. James zette een paar stappen in haar richting. Haar hart zat in haar keel. Ze durfde hem niet meer aan te kijken.
‘Sorry, ik moet gaan,’ en ze wilde weglopen. Bij het voorbijgaan greep hij haar hand.
‘Ik heb vaak aan je gedacht na het oudergesprek. Ik hoopte je nog eens tegen te komen. Blijf nog even.’
Iets in James zorgde ervoor dat haar verstand werd ondermijnd en een dierlijke honger naar hem groeide. Hij had haar hand nog steeds vast. Met zachte dwang trok hij haar mee de hal van het complex in en drukte zonder te kijken op het knopje van de lift. Hij liet haar hand los, maar bleef haar aankijken met een uitnodigende blik. Ze kon niet geloven dat dit gebeurde. Wegrennen kwam niet meer in haar op. Ze wilde niets liever dan bij James blijven. De liftdeuren openden zich. En terwijl ze de lift instapten en de deuren hen verborgen voor de rest van de wereld, vonden hun lippen elkaar. Als ze eraan terugdenkt voelt ze de rauwheid van hun eerste kus opnieuw. Alsof ze elkaar verslonden. Willem zal razend zijn als ze de waarheid zou zeggen. Hij zal de kinderen vertellen dat hun breuk volledig te wijten is aan haar vreemdgaan. Ze zal alles kwijtraken. Misschien is zijn vraag op niets gebaseerd en kan ze haar affaire blijven ontkennen om niet alles te ontwrichten. Wat moet ze doen? Haar getwijfel beheerst haar aandacht en op de automatische piloot rijdt ze in de richting van de bouwmarkt. Langs het Nieuwe Plantsoen, de bomen nog vol in blad. Binnenkort zullen ze hun groene kleur verliezen, bedenkt ze zich. Ze neemt de rotonde voor de helft en beseft dat ze het in haar eentje niet meer kan overzien. Ze heeft advies nodig. Haar keuzes hebben effect op haar toekomst en op de relatie met haar kinderen. Ze slaat af naar rechts en rijdt de bouwmarkt voorbij.

Wil je iedere werkdag gratis een e-mailnotificatie ontvangen als het nieuwe hoofdstuk online komt? Meld je aan:

HALF EEN is de vijfde thriller die Sietske Scholten al bloggend schrijft. Haar boeken staan bekend om de meeslepende situaties en de ijzersterke plots. In november 2020 zal de thriller HALF EEN worden gepubliceerd als paperback, e-book en luisterboek.
De komende tijd zijn de eerste tien hoofdstukken van HALF EEN gratis te lezen. Vanaf hoofdstuk 11 kun je alleen meelezen als abonnee na een eenmalige betaling van €8,99. Meer informatie over het abonnement vind je hier.