DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 6 klik hier
Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 7

Mark haalt zijn Lisette niet terug. Misschien neemt hij tijd om tot een keuze te komen. In het gesprek dat ik met hem had, zei hij dat hij het er van nam als Lisette van huis is. Wellicht heeft hij genoeg van haar en is dit zijn kans om zijn relatie te beëindigen.
Met z’n drieën in één bed went. De eerste nachten sliep ik nauwelijks, tot ik zo moe was dat ik me zelfs versliep. Op sommige van die nachten werd ik naast Lisette wakker. In het door de gordijnen verduisterde, schemerige ochtendlicht, bekeek ik Lisettes ontspannen gezicht. De lijntjes die in haar ooghoeken ontspringen en langs haar slaap uitwaaieren, haar rechte neus, het kuiltje naast haar mondhoek. Pas op dat moment drong het tot me door hoe mooi, zacht en lief gelaat ze heeft. Eén keer maakte ze me wakker, drukte zich tegen me aan, maar ik fluisterde dat ik niet de kans wilde lopen dat Joyce mij opnieuw van achterbaksheid zou betichten.

Na twee weken, op een zondagochtend belt Mark en vraagt of Lisette en Joyce naar hem toekomen. Mij wordt niks gevraagd en dat bevalt me niks. ‘Maar dit gaat ons toch allemaal aan?’
‘Nee,’ zegt Joyce. ‘Dit is primair een zaak tussen Mark en Lisette.’
‘Waarom moet jij dan mee?’
‘Dat weet ik ook niet. Misschien wil Mark zien hoe serieus het is tussen ons.’
‘Guus,’ zegt Lisette. ‘Laat mij samen met Joyce gaan. Ik bespreek het eerst met Mark. Ik bel je wanneer het wat bedaart tussen hem en mij en jij erbij kan komen.’
Zelfs een kind begrijpt dat dit niet klopt en ik verberg mijn opvlammende boosheid niet. ‘Nee. Dit moet tussen Mark en Lisette worden uitgesproken. Ik wil niet dat Joyce met je meegaat.’
‘Guus toch,’ zegt Lisette. Ze pakt mijn hand vast. ‘Waar ben je bang voor? Je wordt niet buitengesloten, zeker niet nu ik je wat beter leer kennen.’ Ze drukt zich tegen mij aan. Joyce volgt haar voorbeeld en voel ik me als beleg tussen een sandwich.
‘Toe Guus,’ zegt Joyce op de rustige, dwingende toon die ze vaak gebruikt om Lars tegelijkertijd te troosten en een afleiding te bieden.
Mijn boosheid zakt niet, evenmin een onaangenaam voorgevoel, maar ik weet dat mijn verzet nutteloos is. Wanneer ze weg zijn ga ik met Lars fietsen.
Tegen vijven belt Joyce dat ze uit eten gaan en ze nog niet weet hoe laat ze thuis zal zijn. Nee, ze vindt dat ik beter niet kan komen. Het nare, gloeiende voorgevoel wakkert aan als vuur. Ik bestel pizza voor Lars en mij en doe hem uitgebreid in bad. Hij mag van mij nog een uur tv kijken of met de iPad spelen. Ik wil niet alleen zijn. Pas tegen negenen breng ik hem naar bed.
Om half twaalf wordt Joyce door een taxi thuisgebracht. Ze is aangeschoten en vrolijk. ‘Ik ga meteen door naar bed, Guus.’
‘Kom op. Je hoeft morgen pas om twaalf uur te beginnen. Je kan me toch vertellen hoe het is afgelopen?’
‘Ik ben een beetje tipsy. We hebben gezellig gegeten bij een super chique tent in Amsterdam. Tussen Mark en Lisette is alles weer goed.’ Ze trekt haar schoenen uit, geeft me een zoen en verdwijnt naar boven.

Twee dagen later belt mijn baas me ‘s ochtends voor ik de deur uit ga. Een spoedklus. Het adres waar ik heen moet verbaast me niet.
Als ik een half uur later door Mark wordt binnengelaten, zit Lisette met haar kinderen en een roodharige vrouw van hooguit dertig die ik niet ken aan haar ontbijt. Ze geeft me een vluchtige kus op mijn wang, schenkt koffie voor mij in en de vrouw stelt zich voor als Emily.
Niet veel later staat Lisette op, geeft mij een vriendelijk duwtje tegen mijn schouder. Wanneer ze haar jas aantrekt, roept Mark me.
In zijn huis leidt hij me via de trap naar de tweede etage met aan de voorgevelzijde twee forse kamers. ‘Kijk Guus,’ zegt hij, ‘de muur tussen deze kamers moet er uit. Dan ontstaat er een royale kamer. Aan een kant wil ik een ligbad, wc, douche en bidet. Daar een zitje, daar een bed. Wat denk je?’
Ik weet waarvoor deze ruimte, straks groter dan onze woonkamer, gaat dienen. Dit is veel erger dan met z’n drieën in bed slapen. ‘Ik doe het liever niet, Mark. Misschien begrijp je dat ik het niet zo leuk vind.’
‘Ik weet dat je geklaagd heb dat je slecht slaapt in een te klein bed en nog wel met mijn Lisette. In jouw bed, Guus. Dat vind ík niet leuk. Hier kunnen die twee meiden lol hebben voor zo lang het duurt, want geloof me, ze krijgen genoeg van dat hitsige lesbische gelebber. Dan hou ik een ruimte over waar ik zelfs een Chinese CEO kan laten logeren. Jij bent de beste vakman die ik ken en ik wil dat jij het plan maakt. Een extra groot bed, hè, minstens twee meter breed. Twee kleine fauteuils, een tweezitter en een salontafel.’
‘Je kan iedere aannemer om een offerte vragen. Ik doe het liever niet.’
‘Maak in ieder geval een gedetailleerd ontwerp, een begroting en denk er even over na of je de verbouwing aanneemt. Het zal je spijten als je nee zegt. Ik betaal royaal, dat weet je.’
Met het stuur in de hand op de snelweg, vraag ik me af wat de rol is van rode Emily. Een jonge meid bij het ontbijt?

Een liefdesnest ontwerpen en bouwen voor Lisette en Joyce is een volgende vernedering. Ik weet dat Joyce niet mijn bezit is, maar als zij hier achter staat, is dat niets minder dan een messteek in mijn rug. Op de snelweg overleg ik telefonisch met mijn baas. ‘Guus, maak het ontwerp en bel me dan terug.’
Later die ochtend appt Joyce: ‘Ik ben zo benieuwd wat jij gaat maken!’ Wil ze mij nog meer pijn doen of begrijpt ze niet dat ik tot op het bot gekleineerd word?

‘s Middags maak ik een globaal ontwerp en toon het mijn baas.
‘Ziet er pico bello uit,’ zegt hij.
‘Veel succes er mee, want ik ga het niet doen.’
‘Waarom niet?’
‘Ik kan het niet uitleggen, maar ik doe het niet.’
‘Heb je een idee van de totale order? Meubels, badkamer, tv ga maar door. Alles.’
‘Mooi, zo’n order. Maar ik doe het niet.’
‘Kom op, doe nou niet zo moeilijk. Tien procent van de omzet?’
‘Dan hou jij geen winst over.’
‘Nee, maar wel een kans op een mega bouwproject in dat prachtige Gooise landhuis waarin het bedrijf van zijn vader is gevestigd.’
Het is te pijnlijk. ‘Nee. Ik doe het niet.’
‘Zeg me dan waarom, dan kan ik het misschien begrijpen.’
‘Dat is persoonlijk.’
‘Zo laat je mij geen keus. Als je bij je weigering blijft, dan vertrek je maar. Begrijp me goed, ik wil je niet kwijt, maar ik moet aan mijn zaak denken. Slaap er een nachtje over.’

Mijn haren lijken overeind te staan, alsof mijn lijf statisch is, alsof iedere cel in mijn lichaam onder hoogspanning staat. Spant iedereen tegen mij samen? Wat als ik mijn baan kwijtraak, wat dan? Is mijn weerzin tegen de klus groter dan mijn angst terug te vallen op het minimumloon, zonder collega’s, zonder vast werk?
Ik rij niet naar huis als ik Lars heb opgehaald van school. In plaats daarvan ga ik naar het huis van mijn ouders. Het verbaasde gezicht van mijn moeder verandert in de zachtheid van een lieve oma als ze haar kleinzoon ziet, bergt onmiddellijk haar tuinhandschoenen op, knuffelt hem en richt haar vragende ogen naar mij. ‘Wat is er aan de hand jongen?’
Even ben ik weer de peuter die thuiskomt nadat hij van de glijbaan is gevallen en met zijn bloedende kniewond de troostende armen van zijn moeder zoekt. Ik verman mezelf. ‘Ik wil even met pa praten.’
Voor mijn vader, die in een stoel de krant van vanochtend nog maar eens leest, is het een goed excuus om de verveling te ontvluchten. In de Post haalt hij twee vaasjes bier. Aan een tafeltje bij het raam dat uitzicht geeft op het kruispunt, luistert hij, af en toe een slok nemend, zwijgend naar mij.
‘ZZP’er? Als dat je alternatief is … Ik ben er alweer een paar jaartjes uit, maar je loopt de kans dat je als een stuiterbal van een keukentje inbouwen naar een schuttinkie plaatsen jojoot. Nu heb je een prachtjob bij een prachtbedrijf. Als zelfstandige is het sappelen. Geen vangnet als je ziek wordt. Geen pensioen. Maar misschien is het nog wel belangrijker dat mannen zoals jij en ik niet werken om te leven. Nee, ons werk is ons leven, de rest is bijzaak. En als je je werk verliest, valt de bodem onder je bestaan weg. Kijk nou naar mij. Ik zit te wachten bij de gate tot het boarden van het vliegtuig naar het hiernamaals begint.’
‘Je zegt het weer mooi. Je bedoelt dat ik moet kiezen voor mijn baan?’
‘Je zei dat je baas je flink beloont als je het doet. Nou, dan gebruik je dat geld toch om er een paar dagen met Joyce tussenuit te knijpen? Haal je schouders op, recht je rug, en lok Joyce terug in huis. Hou haar een vette worst voor die haar weghoudt bij die opgeblazen kwallen die zwelgen in hun centen en overal mee wegkomen.’

Het is over zessen, Joyce zal zo thuiskomen en om haar een plezier te doen, haal ik nasi bij de Chinees. Het duurt lang voor ik aan de beurt ben. Joyce kijkt me meer verwijtend dan verbaasd aan als ik thuis aankom met de in wit papier verpakte plastic bakjes. ‘Ik ben even naar mijn ouders gegaan,’ is mijn antwoord op die priemende ogen. Wanneer ik even later aan tafel de nasi op de borden schep, zie ik dat ze haar neus ophaalt. Zo begint de avond meteen in mineur.
‘Vertel mij nu eens wat Mark gezegd heeft tijdens dat etentje. Waar hebben jullie het over gehad? Jullie gaan uit eten en meteen geeft Mark mijn bedrijf de opdracht voor een verbouwing van zijn huis. Of mag ik niet weten wat er besproken is?’ vraag ik haar nadat ik Lars naar bed heb gebracht.
Ze haalt haar schouders op. ‘Het is geen geheim, dat maak jij er van. Mark was boos op Lisette, dat weet je, want je hebt met hem gesproken. Daar heb jíj mij niets over gezegd, over geheimen gesproken.’
‘Mark zei niet al te vriendelijke dingen over jullie. Ik wilde het Lisette niet moeilijker maken dan het al was.’
‘Nu wil ik het jou niet moeilijker maken.’
‘Veel moeilijker kan het niet worden. Misschien kan je begrijpen dat ik geen zin heb om betrokken te zijn bij de bouw van jullie… eh … liefdesnest. Maar als ik het niet doe, raak ik mijn baan kwijt.’
‘Waarom zou je dat niet willen?’
Begrijpt ze dat niet? Is het haar niet duidelijk dat Mark hiermee laat zien dat hij meer macht en invloed heeft dan ik? Dat hij kan doen en laten wat hij wil? Als ze dat niet begrijpt, kan ik het haar onmogelijk zeggen. Toegeven dat ik minder ben dan Mark? Nee, dat kan ik niet over mijn tong krijgen. ‘Die kamer in die gigantische villa wordt groter dan onze huiskamer. Een plek voor jou en Lisette. Hoe vaak zal je daar wel niet zijn? Laten we er nu een punt achter zetten. Hier en nu. Laten we samen op vakantie gaan en deze onzin achter ons laten.’
‘Je maakt er onnodig een drama van. Je zal zien dat ik daar niet vaak zal zijn. Lars gaat hier naar school, mijn werk is hier vlakbij. Dit is mijn thuis.’
‘Ik vind het fijn dat je dat zegt, maar ik zou toch liever willen dat je met je affaire met Lisette stopt.’
‘Nog niet. We hadden toch een proefperiode van drie maanden afgesproken? Laten we dat afmaken.’
‘De situatie verandert toch? Dit is toch niet meer af en toe vrijen met Lisette?’
‘Het was al veranderd sinds jij met Lisette neukt.’
‘Dat wilde jij, niet ik.’
‘Doe maar niet net alsof je het niet leuk vindt.’
Wat moet ik daar nou op zeggen? ‘Ik wil jou, alleen jou.’
‘Drie maanden Guus. Probeer je tenminste aan één afspraak te houden.’ Ze grijpt naar de afstandsbediening en schakelt de tv aan.
In bed kom ik op ons gesprek terug. ‘Oké. Als ik het doe, zullen we dan als die verbouwing klaar is samen met Lars op vakantie gaan?’
Ze draait haar rug naar me toe. ‘Ja, dat is goed,’ zegt ze met een diepe zucht.

Voor hoofdstuk 8 klik hier

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.