DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 3 klik hier
Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 4

Ze heeft warempel gelijk. Het gaat beter tussen ons. Haar ogen lachen weer wanneer ze mij ziet. We praten over haar werk, we hebben lol om haar belachelijk precieze cheffin. We vrijen weer in onze vertrouwde frequentie en met veel plezier. Lars wordt grieperig en samen verzorgen we hem. De tandwieltjes van onze relatie grijpen na een hapering weer in elkaar en draaien naar hartenlust. Ik krijg langzaamaan het gevoel dat het allemaal wel meevalt. Misschien is het waar en kan zelfs ik aan deze rare relatievorm wennen. De scherpste pijn verdwijnt en de rafelranden van de wond, nog lang niet geheeld, groeien naar elkaar toe.
Aanvankelijk is Joyce vanavond spraakzaam en vrolijk aan tafel, omdat ik het eten heb bereid. Een zeldzaamheid. “Goede poging, maar te zout. Een mix is altijd te zout.’
Ik haal mijn schouders op. De keuken is niet mijn domein, koken niet mijn ding. Maar na het inruimen van de vaatwasser wordt ze zwijgzamer.
‘Wat is er Joyce? Je zit met iets in je maag, ik voel het.’
Ze aarzelt, geeft niet meteen antwoord en blijft tv kijken. De klap valt tussen het RTL Nieuws en het weerpraatje als ze voldoende moed heeft verzameld. ‘Lars gaat morgen bij mijn moeder logeren.’
‘Waarom?’
‘Lisette heeft een paar dagen het huis voor haar alleen. Mark gaat morgen voor zijn werk naar het buitenland. Ik slaap woensdag en donderdag bij Lisette.’
‘En dan dump je Lars maar even?’
‘Nou … Hij heeft het altijd reuze naar zijn zin bij mijn ouders.’
‘Maar dit is toch onzin? Je schopt ons kind de deur uit voor twee nachten seks.’
‘Maak er niet zo’n drama van.’
‘Je overlegt het ook niet met me. Ik heb je toch al ruimte gegeven?’
‘Lisette en ik willen graag wat meer van elkaar genieten, net zoals ik geniet van jou.’
Mijn jaloezie vlamt op. Het lijkt op landverovertje en Lisette weet haar mes beter te werpen dan ik. Haar lemmet is scherp, vlijmscherp. Joyce zegt Lisette en ik willen, ze bedoelt Lisette en ik gaan. Het is geen discussie, het is geen voorstel. Het is een mededeling. ‘Ik geef je een vinger. Pak je nu mijn hele hand?’
‘Dat lijkt maar zo. Ik wilde het al eerder met je bespreken.’
‘Je bedoelt te zeggen dat je het me eerder wilde laten weten. Ik heb het maar te slikken.’
Ze haalt haar schouders op. ‘Ik wil graag dat we samen achter beslissingen staan.’
‘Zouden we niet drie maanden wachten?’
‘Nou eigenlijk willen …’ Ze maakt haar zin niet af. Ik wil niet weten wat ze wil. Het zal toch neerkomen dat ze meer wil ten koste van mij. Het is alsof ze met haar woorden haar scherpe nagels diep in het vlees van mijn open wond steekt, met haar vingers wroet in het onderliggende spierweefsel, bacteriën wil achterlaten zodat het gaat ontsteken.

In de twee nachten dat ik alleen ben, dringt het tot me door dat ik beter mijn best moet doen. De vrijdag dat ze na haar nachten met Lisette weer thuiskomt hebben we alle tijd voor onszelf. Bij het bloemenwinkeltje heb ik een groot boeket rozen voor haar gekocht. Een klant voor wie ik ooit het restaurant verbouwde, heeft een prachtige maaltijd van vier gangen gebracht. De climax is het rode doosje op haar bord. Een gouden ring bezet met kleurstenen en een blauwe saffier die bij haar ogen past.
‘Ah, liefste! Dat had je niet moeten doen! Jee, dat zal een geld hebben gekost.’
Ze zei ‘liefste’. De overtreffende trap geeft extra betekenis, het heeft nu een extra dimensie die het eerder niet had. ‘Jij bent het waard.’
Gedurende het voorgerecht en de tweede gang van licht gevogelte kan ik Lisette vergeten. Ik begin over een vakantiebestemming voor deze zomer. Frankrijk? Spanje? Griekenland? Tijdens het hoofdgerecht, te midden van herinneringen aan onze vakantie in Toscane, is de indringster plotseling weer levensgroot aanwezig. ‘Lisette en ik willen graag vaker een hele nacht bij elkaar zijn.’
Ik schrik ervan, maar ik had het kunnen zien aankomen. ‘Wat is vaker?’
‘Eén, misschien twee keer per maand.’
Inmiddels weet ik dat protesteren geen zin heeft. ‘Hoe wil je dat doen?’
‘Toch een hotel. Ik kan moeilijk aan jou vragen of je op de bank slaapt. Of … misschien wil je voor mij overwerken?’
‘Ja, nou nog mooier! Ben je nou helemaal van je pad af? Ik extra werken om de bevrediging van jouw lesbische geilheid te betalen? Nee Joyce, dat gaat te ver. Dat ga ik niet doen. Hoe haal je het in je hoofd!’
Ze ontploft. ‘Hoe ik het in mijn hoofd haal? Jij werkt vijf dagen in de week. Ik sta vier dagen in de winkel en op de dagen dat ik thuis ben, moet ik zorgen dat het huis netjes blijft. Alle dagen van de week moet ik de was doen. Alle dagen moet ik koken, want meneer hier zegt dat hij dat niet kan. Ik ben je hoer en je huishoudster. Het enige wat jij bijdraagt is dat je Lars van school haalt.’
‘En mijn salaris!’
‘Goh, vergat ik even je belangrijkste troef om het mannetje te spelen. Ja, je salaris. En dan word je boos als ik je vraag om iets extra’s te doen.’
‘Nou, vergeet het maar! Je kan zelf overwerken. Dan neem je verdomme toch de koopavond er bij.’ Ze is gaan staan, haar vuisten gebald, haar ogen flikkeren van ingehouden woede. Ik wil niet dat ze op mij neerkijkt, loop naar de wc waar ik mijn woede probeer weg te drukken en mijn kalmte wil herwinnen. Ik moet haar ruimte gunnen, want de lijn kan breken als ik er te hard aan trek. Terug in de kamer zet ik de tv aan. ‘Oké dan, één nacht per maand, maar niet in mijn bed. Dan maar een hotel. Eén keer in de maand kunnen we wel betalen. Veertig euro, dat kan er wel van af.’
Haar humeur verandert onmiddellijk. Ze omhelst me. ‘O, lieverd, ik ben zo gelukkig met jou.’
We zijn het dessert vergeten.

Een enkele hotelovernachting kan ons inkomen wel hebben. Maar wat die twee hebben uitgegeven in het Rotterdamse New York hotel is weinig minder dan het netto maandsalaris dat Joyce verdient. Het zuigt al onze maandreserves weg. Nee, dit kan niet. Ik spreek Joyce erop aan. Ze begrijpt het en zal het op haar beurt met Lisette bespreken. Op onze slaapkamer voert ze een langdurig gesprek tot ze opgewekt beneden komt.
‘Het probleem is dat jij geen deelgenoot bent van de rijkdom die ik voel. Als je meedoet, beleven we het samen. We willen jou erbij betrekken. Dan is het bed ook geen probleem meer.’
‘Waarbij betrekken? Wat bedoel je?’
‘Ik wil jou de kans geven om zelf te ervaren hoe intens, lief en zacht Lisette is.’
‘Wat? Begrijp ik nou goed dat jij voorstelt dat ik met Lisette naar bed ga? In ons bed, met jou ernaast?’
‘Nee, natuurlijk niet, nog niet. Ik slaap op de bank. Jij slaapt met Lisette.’
‘Vraag jij je niet af of ik dat wel zou willen?’
‘Waarom zou je dat niet willen? Lisette is toch een mooie, lieve, sexy meid?’
‘Echt Joyce, bij lange na niet zo mooi als jij. Maar eigenlijk doet dat niet ter zake. Wat win ik ermee om met Lisette te slapen?’
‘Nou, we sparen geld uit en ik ben het met Lisette eens dat het beter is om elkaar te delen.’
Het voelt als een klap met een fluwelen handschoen. Boven in de badkamer dep ik mijn gezicht in het water en laat haar woorden tot me doordringen. Het water verfrist me niet. Zonder iets te zeggen ga ik de deur uit en wandel door de weilanden. Ik wil dit kunnen begrijpen. Zij is baas over haar eigen lichaam, ik blijkbaar niet. Maar zoals het mij pijn doet dat zij Lisette bemint, zou het haar geen pijn doen als ik mijn ultieme intimiteit aan een ander geef? Misschien wordt Joyce jaloers en is zo’n nacht meteen het einde van haar affaire. Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik overtuigd raak dat dit kan werken.
‘Laat je eens door haar meevoeren,’ dringt Joyce aan, zodra ik terug ben.
‘Goed. Jij je zin.’

In de tussenliggende dagen krijg ik spijt. Ik ben nerveus als voor een examen en ik zoek vergeefs naar een excuus om deze onzin af te blazen. Wanneer Lisette komt, heb ik net Lars naar bed gebracht. ‘Zo, hier is dus het varken dat gewassen moet worden,’ zegt Lisette als ijsbreker.
Het is mij niet duidelijk of ze mij of zichzelf bedoelt. Joyce dient laat een diner op. In de kamer heeft ze een dozijn kaarsen neergezet om een ontspannen, misschien wel romantische of zelfs erotische sfeer te creëren. We drinken wijn en ik let op dat ik niet al te veel naar binnen giet. Gedrieën lachen we veel om niets. Joyce stoot haar glas om, wat tot hilariteit leidt. Soms fluisteren Lisette en Joyce elkaar iets in het oor en grinniken dan als pubers. Dat voelt niet goed, maar los daarvan is het een vrolijke avond in een bizarre sfeer.
‘Kom, het is tijd,’ zeg ik, om niet passief aan de hand meegenomen te worden.
‘Ja,’ zegt Lisette. ‘Laat mij eens zien wat dit mannetje in zijn mars heeft.’
Joyce springt op en gaat meteen de bank opmaken met een onderlaken en een eenpersoonsdekbed. Het lukt haar niet meteen. Alsof ze haar coördinatie kwijt is; zoveel moeite heeft ze met het uitvouwen en goed leggen van het beddengoed.
De twee staan zeker tien minuten in de badkamer voor Joyce naar beneden gaat en Lisette naar onze slaapkamer. Ik poets mijn tanden. Ik zie mijn spiegelbeeld en het is alsof die ogen zeggen: ‘waar ben je in vredesnaam mee bezig?’ Mijn handen trillen. Om mijn lichaam onder controle te krijgen, ga ik een minuut of wat op de gesloten klep van de wc zitten.
In de slaapkamer ligt de ontklede Lisette provocerend en uitdagend op mijn zijde van het bed te wachten. Terwijl ze me lachend aankijkt, zoekt ze een prikkelende houding. Haar handen die ze langzaam vanaf haar borsten over haar buik naar haar met keurig getrimd zwart schaamhaar bedekte venusheuvel laat strelen, laten niets aan de verbeelding over. Het is zonneklaar wat ze wil en waar ze het wil. Ze past dan wel niet binnen mijn definitie van een fantastisch mooie vrouw, sexy is ze zeker. Toch reageert mijn lichaam niet. Wanneer ik mijn T-shirt over mijn hoofd trek, staat zij van bed op en neemt zij het van mij over. Traag, mij voortdurend aankijkend, laat ze mijn kledingstukken een voor een op de grond vallen.
‘Grijp me vast. Laat me eens je kracht voelen,’ klinkt ze hees. ‘Til me op en leg me op bed.’
Ik doe wat ze vraagt en zijdelings in bed liggend, laat ik mijn hand vanaf haar nek over haar schouder en arm glijden. Ik had niet verwacht dat zij het initiatief aan mij zou overlaten. Zo ken ik haar niet. Zou ze dat doen om mij niet te overdonderen? Ze draait zich op haar rug. Ik sluit mijn ogen en ontdek met mijn handen tastend haar lichaam; mijn opwinding kan niet uitblijven. Ze schiet in de lach als ik een greep doe in de lade van mijn nachtkastje en een condoom pak. Zo is er even ontspanning die ruimte geeft aan passie, maar de seks is geen succes. Haar huid is grover dan die van Joyce. Haar wild ronddraaiende, zuigende tong in mijn mond schept geen band. Haar onstuimige genot klinkt gespeeld. Haar dit heb ik altijd al met jou gewild voelt vals aan.
Na een uur steekt Joyce haar hoofd door een spleet van de geopende deur en ze ziet Lisette tegen mij aan liggen, met haar hoofd op mijn schouder. Joyce kruipt tussen mij en Lisette in bed. ‘Wat fijn dat we een oplossing hebben gevonden,’ zegt ze. Ze kust eerst mij, dan Lisette. Voor ze in elkaars armen gaan slapen, zoenen ze hartstochtelijk, alsof ze maanden gescheiden zijn geweest. Ik wend mijn hoofd van hen af en vlammen van afgunst laaien op in mijn middenrif. Ik doe de rest van de nacht geen oog dicht, terwijl mijn bedpartners ineengestrengeld langzaam en diep ademhalend naast me slapen. Ik ben een vreemde in mijn eigen bed.

’s Ochtends bij het ontbijt is dat nare gevoel niet verdwenen en Lars versterkt het door bij Lisette op schoot te gaan zitten nadat Joyce naar haar werk is vertrokken.
‘Heb jij daar geslapen?’ vraagt hij haar, doelen op het beddengoed dat nog op de bank ligt.
Lisette glimlacht naar hem en zonder op zijn vraag antwoord te geven tilt ze hem op de grond. Wanneer Lars weer bij de tv zit, kijkt ze me enkele tellen aan alsof ze me iets wil vragen. Met ‘Ik moet er vandoor,’ staat ze op om haar jas aan te rekken en ik blijf achter met de indruk dat ze iets anders in gedachten had.

Nu ik Lisettes lichaam van zo nabij heb leren kennen, haar zweet heb geroken en geproefd, haar lichaam betast en onze lichamen ineen zijn geweest, kan ik haar geur herkennen. Het zal verbeelding zijn, maar ik ruik haar wanneer ik thuiskom en wanneer ik in bed ga liggen. Twee weken na die eerste nacht met Lisette, volgt een tweede, maar nu gaat Joyce niet meer op de bank. Ze ligt er passief naast als ik met Lisette probeer te vrijen, wat me niet lukt. Mijn penis hangt slap tegen haar buik. Ik kan het gewoon niet. Het is de volgende dieper liggende trede als ik na het bewijs van mijn incompetentie naast twee vrijende vrouwen lig. De twee proberen mij erbij te betrekken, maar mijn lichaam weigert. Ik zeg er niets over. Ik hou me stil in het vertrouwen dat dit nooit lang kan duren.

De avond na de deplorabele nacht, gaan ze samen naar de lezing ‘Vrouw in de 21e eeuw’. Om één uur komen ze naar drank ruikend enthousiast thuis. Ik schenk cognac en Grand Marnier in de keuken, zij raken niet uitgepraat over de kennis die zij hebben opgedaan.
‘Dat zie je verkeerd. Dat bedoelde ze niet,’ zegt Lisette. ‘Het gaat om fysieke en geestelijke onafhankelijkheid, terwijl je mens bent. Mensen kunnen alleen gedijen in groepen, binnen een sociale context.’
‘Is dat niet krom? Tegelijk wel en niet afhankelijk zijn?’
‘Denk niet zo moeilijk. Hou het bij het uitgangspunt, het basale principe. Je houdt van je vader en moeder. Je houdt van je broers en zusters, vrienden en vriendinnen. Toch komt het niet bij je op om met ze te gaan vrijen. Dat is de kern, want wat weerhoudt je?’
‘Incest,’ probeer ik me in het gesprek te mengen.
Lisette knikt, maar kijkt mij niet aan en houdt haar aandacht gericht op Joyce. ‘Je hebt vrienden en vriendinnen waar je van houdt. Wat weerhoudt je om met hen te knuffelen? Waarom je vent wel en die fijne collega niet?’ Ze geeft zelf het antwoord. ‘Omdat dat niet mag van je vader, je leraar op school, de dominee, de paus, de imam en de pater. De maatschappij accepteert het niet. En die maatschappij wordt gerund door mannen. Toch zijn wij vrouwen van oorsprong promiscue.’ Ze ziet de frons in het voorhoofd van Joyce. ‘Niet monogaam. Je ziet het terug in de dierenwereld. Mannetjesdieren accepteren binnen hun roedel geen nakomelingen van concurrenten en doden ze. Om hun kroost te beschermen laten vrouwen zich door meerdere mannen bevruchten.’ Ze lacht. ‘Die mannen hebben geen idee van wie die kinderen zijn.’
Joyce schudt het hoofd. ‘Dat is toch niet waar? Ik weet zeker dat mijn moeder nooit …’
‘Natuurlijk niet. Dat gebeurde lang geleden, eeuwen, misschien wel meer dan duizend jaar. Mannen hebben onze bewegingsvrijheid ingekapseld en gedwongen onze vagina’s alleen aan één man ter beschikking te stellen. Voor zichzelf hielden ze er een andere moraal op na, ook jouw leraar, die nette dominee en die onkreukbare paus.’
‘Wat wil jij Joyce aanpraten? Dat ze met Jan en Alleman naar bed moet gaan?’
Ze schenkt me een vriendelijke, bemoedigende glimlach zoals een lerares die aan een trage leerling geeft. ‘Nee, ze moet niets. Wat ik haar probeer uit te leggen, is dat ze haar eigen wil mag volgen. Dat ze niet afhankelijk van je is. Dat jij niet haar baas bent.’ Ze schiet in de lach. ‘Dat er meer is dan jouw piemeltje.’
Lisette ziet nu pas dat de ogen van Joyce zijn dichtgevallen. Ze staat op en kust me. ‘Ik bedoel het niet zo kwaad hoor, jochie.’

Zondags, vroeg in de middag, belt mijn vader met de vraag of ik hem wil komen helpen. Mijn moeder zal hem hebben aangespoord, want mijn vader en hulp vragen, dat past niet bij elkaar. Natuurlijk vraagt hij me hoe het met mij en Joyce gaat. Ik vertel hem dat nu ik zijn raad heb opgevolgd, ik dieper in de problemen zit.
‘Je zal het niet geloven,’ zegt hij staand achter de tapkast in café De Post. ‘Ik ben daar ook geweest.’
Mijn mond valt open van verbazing. ‘Wat? Jij en mamma? Had jij er nog een vrouw bij?’
‘Je moeder zou niet willen dat ik je iets over die geschiedenis vertel. Ik heb er wel veel van geleerd. De belangrijkste les is dat boos worden niet helpt en geweld niets oplost.’
‘Ik was ook niet van plan om iemand te slaan.’
‘Nu nog niet, nee. Ik waarschuw je maar, want als er geweld aan te pas komt, verliest iedereen.’ Hij neem een grote slok van zijn bier en wenkt de barman voor een tweede ronde. ‘Jij bent ook goed in meetkunde. Een simpele relatie tussen twee mensen, kan je zien als twee lijnen die elkaar raken. Hoe kleiner de hoek, hoe dichter de lijnen op elkaar staan. In dat geval delen de twee mensen veel met elkaar. De relatie zal goed zijn. Andersom, als de hoek groter is, delen ze minder en is de relatie minder hecht. Kan je je het plaatje voorstellen?’
‘Ja, bij nul graden lopen de lijnen parallel of zelfs over elkaar heen. De perfecte relatie. Bij negentig graden staan ze haaks op elkaar. Je bedoelt dat ze dan altijd ruzie hebben.’
‘Precies. Maar het is niet alleen de hoek die telt, want de lengte van zo’n lijn staat voor de invloed op de relatie. Stel nou dat bij een kleine hoek een derde lijn de twee verbindt. Je zou kunnen zeggen dat het complementair is. Het vult het lege gat, maar de lijn is kort en heeft dan ook weinig invloed, bovendien zijn de hoeken, of in ieder geval één van de twee groot. In het andere geval als de hoek tussen de twee al groot was, dan heeft de derde lijn kleinere hoeken, is de lijn langer en zal de invloed ook groot zijn.’
Ik haal mijn schouders op. ‘Leuk gevonden hoor. Ik snap wat je bedoelt, maar wat kan ik er mee?’
Hij legt zijn hand op mijn arm en kijkt me aan. ‘Zorg dat je dicht bij Joyce blijft.’

Voor hoofdstuk 5 klik hier

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.