DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 2 klik hier
Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 3

Ze slaapt wanneer ik naast haar ga liggen. Slapen kan ik niet, daarvoor raast mijn furie te wild rond in mijn borst. Met ogen die steeds meer kunnen onderscheiden omdat ze wennen aan het donker besef ik dat het niets uitmaakt wat ik doe. Verbieden? Een volwassen vrouw iets verbieden? Zelfs als ik zeg dat ik het niet accepteer, wat weerhoudt haar om door te gaan met deze onzin zonder mij daarover iets te zeggen? Nee, ik accepteer het niet, maar dat wil niet zeggen dat het voorbij is.
Gedurende de nacht blijven mijn gedachten nutteloos in cirkeltjes ronddraaien. Er is geen ontkomen aan; de slaap komt mij niet troosten, ik zink niet weg in een droom die mij mijn machteloosheid, al is het maar voor een enkel uurtje, doet vergeten. Om half vijf geef ik het op. Na een ontbijt van twee sterke bakken koffie ben ik drie kwartier te vroeg op het bouwterrein. In bed lukt het niet, dus moet het werk maar verlichting brengen.

Twee weken lang is haar bedrog een blokkade die ons scheidt. Vrijen doen we niet en onze tafelgesprekken beperken zich tot alledaagse onderwerpen. Lisette, het weekend Barcelona en het misbruikte echtelijk bed, het komt niet ter sprake. Ik moet er maar op vertrouwen dat ze niet heimelijk met hun lijven langs elkaar schuiven in mijn bed. Het is eenvoudig om een vrijpartij te verbloemen door het bed na afloop goed op te maken. Meermaals steek ik ’s middags na mijn werk mijn hand als een thermometer onder het dekbed. Het beddengoed is koud. Misschien heeft het gezond verstand gewonnen, misschien bedoelde Joyce met Geef me tijd dat zij, net als ik, het wil vergeten en dat ze terugkeert in het nest waar ze thuishoort.
Maar als ik de bankafschriften nakijk, zie ik pinbetalingen aan hotels. Dat kan maar één ding betekenen. Deze maand hebben we meer uitgegeven dan er is binnengekomen. Geld is nu niet mijn grootste zorg, maar dit kan niet lang goed gaan. Vier afschrijvingen van opeenvolgende donder- en vrijdagen. Twee dagen per week, de dagen dat Joyce niet werkt. Naast de pinbetalingen zie ik dat ze boeken heeft gekocht bij Bol.com. Waar ik me beperk tot het voorlezen van kinderboeken, leest Joyce veel. Dit keer geen romans of thrillers, maar serieuze boeken over de seksuele beleving van vrouwen en het losmaken van liefde en seks van oude sjablonen. Seks losmaken van liefde? Lust behoort toch tot het mannelijke territorium?
Op een bankje bij de speeltuin, waar Lars geen genoeg kan krijgen van de glijbaan, kom ik tot de conclusie dat ik Joyce beter kan aanspreken op geld dan op mijn angst het slachtoffer te worden van haar biseksuele grillen. Geld gaat zéker ons beiden aan.
‘Goed dat je daarover begint,’ zegt ze monter. ‘Lisette betaalt de helft, niet per bank natuurlijk. Mark zou meteen argwaan krijgen. Maar het is zonde van het geld, zeker als je bedenkt dat we maar een paar uur van zo’n kamer gebruikmaken.’
Een paar uur? Afgezien van een romantische aanloop, een etentje, wijn, een film waar we samen op de bank liggend naar kijken, is een uur voor het spel wel het maximum. Ben ik een egoïst die zijn eigen vrouw niet voldoende bevredigt? Ik probeer kalm te blijven, de pijn weg te drukken die deze degradatie van mijn amoureuze capaciteiten veroorzaakt. ‘Je vroeg me tijd om tot bezinning te komen. Intussen ga je verdorie gewoon door met die ongein.’
‘Ik kan Lisette niet opgeven. Ik ben zó verliefd en het voelt zo goed.’
‘Komt het door die boeken die je gelezen hebt?’
‘Nee. Of misschien ook wel. Die boeken leren me dat seksuele exclusiviteit je afhankelijk maakt. Maar dat doet allemaal niet zo ter zake. Ik ben verliefd, Guus.’
‘Je weet net zo goed als ik dat verliefdheid op den duur verdwijnt.’
‘Dat ben ik met je eens.’
‘Dan vraag je dus om nóg meer tijd.’ Hier ligt mijn kans. Ze zal begrijpen dat we het ons financieel niet kunnen veroorloven. “Dan zal je het aantal keren drastisch moeten verminderen willen we niet failliet gaan.’
‘Hoe dan ook, nu wil ik jou én Lisette.’
‘Ben je het vogeltje dat nu weet wat vliegen is?’
Ze begint te lachen! Ziet ze verdomme niet dat mijn ziel in brand staat? Begrijpt ze niet dat de jaloezie mij kapot maakt? Zou ze geen idee hebben dat ik dag en nacht hieraan denk, dat ik haar niet kan aanraken zonder het besef dat Lisette haar op dezelfde plaats aanraakt, dat ik mij afvraag wat haar tong heeft gelikt als die langs de mijne rolt, dat ik ’s nachts haar met Lisette de dingen zie doen die ik in dat weerzinwekkende filmpje zag? En zij? Vergelijkt zij mijn liefkozingen met die van Lisette? Is het één fijner dan het andere? Nee! Verdomme, ik wil dit niet.
‘Joyce, Ik hou van je. Je bent alles voor mij. Ik kan jou niet met een ander delen. Het doet me zo zeer. Ik ga hieraan kapot.’
‘Ik weet dat het je zwaar valt. Je ziet Lisette als concurrent, dat is ze niet, beslist niet. Leer haar kennen. Het begin is moeilijk, dat is verandering altijd. Je zal aan deze situatie wennen, dat weet ik zeker. Ontspan je toch, lieverd. Zie het niet als een aanval en neem de tijd om in deze situatie te groeien.’
‘Je was het zojuist met me eens dat verliefdheid overgaat als je de ander beter leert kennen.’
‘Maar snap je dan niet dat het met Lisette andersom gaat dan wat ik destijds met jou had? Ik werd verliefd op je en daarna leerde ik je beter kennen. Lisette ken ik al heel lang en nu komt verliefdheid er bovenop. Snap je dat? Dus die periode van leren kennen moet van jou komen, niet van mij.’
‘Hoe lang duurt dat? Zeg mij eens wanneer ik het aankan om jou te delen en mijn jaloezie verdwenen zal zijn? Dat kan je niet, hè? Dat kan je niet, want je weet het niet.’
‘Nee, inderdaad. Ik heb geen idee.’ Ze aarzelt en kijkt naar het plafond. ‘Zullen we drie maanden afspreken?’
‘Moet ik het maar accepteren? Wat als ik zeg dat ik dat niet doe?’ Ik verlies de controle over mijn emoties, want dit is toch te gek voor woorden? ‘Godverdomme, Joyce. Je moet nu Lisette bellen en zeggen dat het over en uit is met deze ongein. Ik pik het niet langer.’
‘Dwing je me te kiezen?’
‘Ja. Ik kan dit niet.’
‘Lieve, lieve Guus, laat me alsjeblieft niet kiezen!’ smeekt ze.
‘Ik wil jou niet delen. Je bent niet mijn bezit, dat begrijp ik wel, maar ik hou veel te veel van je om je te kunnen delen. Ik kan de gedachte niet verdragen dat je bij een ander bent.’
‘Dwing me niet tot een keuze! Misschien kies ik dan wel voor Lisette!’
Als ik had gestaan, was ik gevallen. Mijn lichaam trilt en ik kan het snikken niet tegenhouden. Ze sluit haar beide handen om mijn hoofd en kust me. ‘Ik hou van je. Ik wil bij je blijven. Doe het niet. Dwing me niet tot iets wat ik niet wil.’
Mijn ogen zullen rood omrand zijn. In de hoop dat het niet opvalt ga ik naar buiten. Ik ga wandelen, de polder in, het verstand op nul.

Op de smalle boerenpaadjes tussen de koeien, in het weidse landschap, lukt het me niet om het op hoge toeren draaiende motortje in mijn brein te stoppen. Er is geen uitweg. Misschien is het waar en zal ik wennen aan de situatie, maar ik kan het me niet voorstellen.
Inmiddels ben ik tot bij de woning van mijn ouders afgedwaald. Ik loop even naar binnen.
‘Goed dat je er bent! Help je vader even. Straks lazert hij nog van de trap af. We hebben weer lekkage.’
‘Waarom belt die man mij niet even?’
‘Ach, je kent hem toch? Hij wil niet toegeven dat het hem niet zo makkelijk meer af gaat.’
Ik loop naar buiten. ‘Kom pa, laat mij maar even.’
Ik zie zijn veel te vroeg versleten lijf moeizaam de ladder afklimmen. Wanneer hij beneden is, pakt hij geïrriteerd de ladder vast als ik op mijn beurt naar het dak klim en scheve dakpannen recht leg.
‘Wat is er met jou?’ vraagt mijn vader, als hij de ladder in de schuur opruimt. ‘Ik zie dat er iets mis is.’
‘Ach, ik heb wat problemen met Joyce.‘
‘Laten we bij De Post even een pilsie pakken, dan kletsen we even.’
Achter een glas bier, nadat hij mij heeft overtuigd dat hij het aan niemand zal vertellen, doe ik hem het hele verhaal. Het voelt goed om er over te praten, ondanks dat de woorden die nu mijn mond verlaten aanvoelen als het toegeven aan een vernedering. Nu een ander het weet krijgt de ontrouw van Joyce iets definitiefs, een groter en zwaarder waarheidsgehalte. Het is mijn vader die naar me luistert, de man die mij heeft leren lopen, die mij opving als ik viel. Ik ben weer het kind dat troost vraagt.
‘Ik begrijp dat het lijkt alsof je klem zit,’ zeg hij met zijn rustige, raspende stem. ‘Toch kan je altijd kiezen. Stel dat je op een smal landweggetje een vrachtauto met aanhanger tegenkomt die je de weg verspert. Wat doe je? Ga je op je rechten staan? Dwing je hem die combinatie in zijn achteruit te zetten of ben je de wijste en zet je je auto tussen twee bomen zodat die kolos verder kan?’
‘Dan kan ik haar toch verliezen?’ Ik drink mijn glas leeg. ‘Om bij jouw vergelijking te blijven, pa, stel dat die berm modderig is, dan heb ik kans dat ik wegzak en in de sloot beland?’
‘Heb ik je niet altijd geleerd dat als je anderen op de eerste plaats zet, je het verst komt in het leven? Geloof me. Als je haar tot een keuze dwingt, kiest ze misschien voor een gril en maak je jezelf en haar ongelukkig. Het nieuwe, onbekende is altijd aantrekkelijker en spannender dan het vertrouwde. Er zit niets anders op dan haar ruimte te geven. Het leven is nou eenmaal niet zonder risico’s.’

‘Goed. Ik leg me erbij neer,’ zeg ik tegen Joyce, nog met de deurknop in mijn hand. ‘Je krijgt de tijd, omdat ik je niet kwijt wil. Een proefperiode. Maximaal drie maanden, geen dag langer. En als blijkt dat het niet kan, dan moet het over zijn.’
Felle scheuten van emotie die naar mijn keel, voorholte en ogen schieten beletten mij het spreken. De tranen die achter mijn ogen staan, kan ik achterhouden door mijn ogen dicht te knijpen. Met grote moeite lukt het mij om mijn verdriet weg te slikken. Ik wil als man mijn verlies aanvaarden.
‘Daar ben ik echt heel blij om!’ Haar ogen dwalen af en ze aarzelt. ‘Maar je hebt gelijk wat het geld betreft. We zullen een oplossing voor die hotelrekeningen moeten vinden. Lieverd, kan je accepteren dat wij ons bed gebruiken? Ik zweer je dat je er niets van zult merken.’
Ons bed. Mijn plek. Mijn handen trillen. Ik heb geen kracht meer. Wat kan ik anders dan toegeven?

Meteen na ons gesprek is het libido van Joyce fors verhoogd. Het lijkt op onze eerste weken samen, toen we net verkering hadden. Zou zij dat doen om mij te laten vergeten dat Lisettes handen in haar kruis wroeten? Dat Lisettes lichaamssappen in mijn deel van de matras sijpelen en zich vermengen met die van mij?
‘Zie je dat het ook goed is voor onze relatie? Voel je ook meer plezier?’, vraagt ze me op een ochtend na zo’n nacht. ‘Guus, voel je de invloed van Lisette?’ Ik knik maar. De ochtendspits is geen goede tijd voor een gesprek.

Voor hoofdstuk 4 klik hier

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.