Leesfragment in zes delen uit de autobiografische roman BEET

Voor deel 5 klik hier
Voor deel 1 klik hier

Deel 6

De zon verdwijnt en kleurt de hemel avondrood. Zachtjes puf ik mee met de krampen, terwijl ik de secondewijzer in de gaten houd. Er zit een ritme in de weeën. Misschien wordt het tijd om pijnstilling te gaan vragen, bedenk ik mij, als ik op hetzelfde moment een prikkeling voel gaan door het geboortekanaal. Instinctief weet ik het.
‘De baby komt,’ roep ik in paniek tegen Elise. ‘Nu, Elise!’
Ze springt van het bed en rent naar de bel. Direct vliegt de deur open en komt er een verpleegkundige binnen.
‘Ze komt eraan,’ roep ik naar haar.
‘Pers maar mee,’ zegt ze en ze schuift een celstofmatje onder mijn billen. Ik wil niet persen. Ik wil het niet. Ik ben bang. Uit alle macht probeer ik mijn kind in mij te houden.
‘Laat het maar gebeuren,’ zegt de verpleegkundige.
Ik durf het niet. Ik durf haar niet te zien. En dan laat ik los. In stilte glijdt ze uit mij. Iets warms valt tegen mijn billen. Ik ril. Ik tril van angst. Ik durf niet. Ik durf niet te kijken. Ik durf het niet.
Ik ben zo bang. De krampen puf ik weg, terwijl ik kijk naar het plafond. De nattigheid van mijn kind tegen mijn billen dringt dieper in mijn poriën. Ik zou willen vluchten. Maar ik doe niets. Bewegingsloos blijf ik liggen. Verstilde paniek.
‘Hoe ziet ze eruit?’ vraag ik Elise als ik mijn stem terugvind.
Ze kijkt vragend naar de verloskundige.
‘Ze zit nog in de vliezen,’ zegt de verloskundige.
Dat antwoord geeft mij moed. Een uitgestelde ontmoeting. Langzaam richt ik mij op en kijk tussen mijn benen door. De bloederige aanblik van de placenta maakt mij vreemd genoeg rustig. Ik ga nog rechter op zitten, zodat ik beter zicht heb. Elise legt haar arm op mijn rug en buigt zich eveneens over het pakketje. Door het vlies zie ik een oortje. En een handje. Steeds duidelijker wordt het beeld van het kindje omringd door het ogenschijnlijk veilige vruchtwater. De drang om haar volledig te bekijken wordt groter.
‘Ik wil haar zien,’ zeg ik tegen de verloskundige.
De verloskundige pakt twee tangetjes en breekt heel voorzichtig het vlies. Het vocht sijpelt door het gaatje. Langzaam scheurt ze het vlies open. Het ruggetje wordt zichtbaar, het nekje, haar gezichtje, haar oogjes, alsof ze mij aankijkt. Mijn angst is verdwenen. Daar ligt mijn kind. Levenloos, maar prachtig.

Op dat moment dachten we dat het verlies van Lila het zwaarste was wat we samen zouden doormaken. We hadden geen idee dat de moeilijkste tijd nog voor ons lag, want slechts anderhalf jaar later zouden Elise en ik afscheid moeten nemen van elkaar. De ziekte van Lyme maakte het leven van Elise ondraaglijk. Ons hele verhaal heb ik beschreven in de autobiografische roman BEET. Sinds 2017 staat BEET in de top 10 van ‘Bestbeoordeelde Nederlandstalige literaire romans’ van Bol.com.

‘Beet is bij uitstek het beste boek
dat ik sinds lange tijd heb gelezen.’

Lezersreview op Bol.com

Als de baby sterft in Marjoleins buik, sleept Elise haar door de inktzwarte rouw. Het verdiept hun intense liefde. De ziekte van Lyme waar Elise al jaren tegen vecht, verdwijnt naar de achtergrond. Met het aandienen van een nieuwe zwangerschap lijkt het geluk eindelijk aan hun kant te staan. Maar terwijl Marjoleins buik groeit, slaat bij Elise de Lyme opnieuw toe en blijkt de zwaarste strijd nog niet te zijn gestreden.

***De leesfragmenten komen uit de autobiografische roman BEET van Sietske Scholten. Meer informatie over het boek vind je hier.***

.