DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 8 klik hier
Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 9

In de weken dat de villa van Mark wordt verbouwd schuift de zon elke dag een stukje hoger naar het hoogste punt. In gedachten noem ik de vier dagen en nachten die Joyce bij mij is ‘plus’ en de tijd bij miezert Mark ‘min’. Op de min-dagen, woensdag en donderdag, zie ik Lars niet. Waar ik vrolijk ben om op vrijdag mijn zoon te zien als ik van mijn werk kom, mist hij zijn vriendinnetje Jasmijn. Het is niet de enige verandering. Ook het spanningsveld tussen Lisette, Joyce en mij evolueert. De nachten dat Lisette bij ons slaapt, vrijt ze met mij. Ze probeert met aanhalingen en lieve woordjes Joyce erbij te betrekken, maar variërend van een begripvol ‘Laat mij maar’ tot aan een chagrijnige ‘Ik moet morgen vroeg op’ draait ze zich van ons af. Op een van die nachten staat ze vloekend op en verruilt het bed met de bank in de woonkamer beneden.
Alleen met mij in de slaapkamer, gaat Lisette los. Haar ogen worden wazig en lijken zich terug te trekken achter een vitrage van geile wellust. Het spel duurt veel langer dan ooit met Joyce en wanneer op de zaterdagochtend na het gezamenlijk ontbijt Joyce naar haar werk vertrokken is, dirigeert Lisette mij weer naar de slaapkamer. Na het vrijen douchen we samen.

Ik begrijp niet waarom Joyce mij zo ondubbelzinnig in de armen van Lisette drijft, maar het is een verontrustend teken. De keuze voor de bank blijkt een definitieve en ze keert niet meer in bed terug als Lisette er is. Natuurlijk is slapen op de bank minder comfortabel dan in een bed en zeker zo’n bed als in hun appartement. Om zo’n vluchtexcuus naar Marks villa te voorkomen, timmer ik een ledikant in elkaar, koop een degelijke matras en promoveer het kleine kamertje naast de slaapkamer tot logeerkamer en hoeft ze niet meer op de bank.

Lisette had me al toevertrouwd dat de vader van Mark zijn geld koestert als een klokhen. Zo nonchalant als de verbouwingscontracten werden getekend, zo nauwgezet en gemotiveerd wordt de betaling van de factuur uitgesteld. Desondanks geeft mijn baas mij een voorschot op de tien procent die hij mij beloofd heeft. Op een maandagmiddag krijg ik een stapel bankbiljetten in een stevige bruine envelop. Het bedrag is ruim voldoende voor een luxueuze vakantie en diezelfde avond herinner ik Joyce aan onze afspraak.
‘We kunnen zelfs naar Afrika. Je wilde toch altijd zo graag eens de big five in het wild zien?’
‘Ik weet wat we afgesproken hebben, maar mijn hoofd staat helemaal niet naar vakantie. Laten we het uitstellen en goed nadenken over een bestemming.’
‘Ik wil wel met je meedenken, maar ik hou je toch aan onze afspraak. Om jou tegemoet te komen stel ik voor om een weekend naar Rome of Venetië te gaan.’
Ze zucht diep, wrijft met haar handen over haar gezicht. ‘Nou, oké dan.’

De bladeren aan de bomen zijn donkergroen en de nachten hebben al een flinke hap van de dag teruggepakt, wanneer Joyce, Lars en ik in het vliegtuig stappen op weg naar Venetië. Joyce heeft kringen onder haar ogen. Tijdens de korte vlucht, de eerste voor Lars, valt ze naast me in slaap ondanks de enthousiaste kreten van onze zoon, die zijn ogen niet van de diep onder hem liggende grond kan houden.
‘Kijk, een trein pap!’, ‘Wat is dat witte, pap?’, ‘Pappa, pappa! Kijk, auto’s!’ Als het vliegtuig landt wordt hij bang van de bewegingen en hou ik zijn handen vast. Joyce wordt niet eens wakker van de schok als de wielen de landingsbaan raken.

‘Zullen we de stad gaan verkennen?’ De koffers staan in de kamer van Hotel Belle Epoque. Joyce zit op het tweepersoonsbed.
‘Gaan jullie maar. Ik ben zó moe. Dan zie ik jullie weer voor het avondeten.’
Ik verberg mijn teleurstelling en wandel met Lars door de smalle straatjes, het imposante San Marcoplein en over de Rialtobrug. We eten samen een ijsje en ik beloof hem dat we morgen gaan varen met een gondel.

Joyce houdt haar belofte. Ze heeft gedoucht en is bijna klaar met optutten. In haar zwarte lange jurk drinken we op een terras een glaasje voor we naar een restaurant gaan. Ze luistert naar Lars die over de gondel vertelt en ze reageert enthousiast op ons voornemen morgen een gondeltocht te maken. In het gezellige schemerlicht zie ik haar gezicht witter worden en plotseling doet ze haar hand voor haar mond en rent naar de wc. Ze blijft wel een kwartier weg. Lars wil niet op haar wachten en ik bestel een dessert voor hem.
‘Sorry, ik voel me ziek. Ik heb overgegeven. Ik hoop dat je het me kan vergeven, ik ga naar bed.’
‘Ja natuurlijk lieverd, ga maar vast, wij komen zo meteen achter je aan.’
Wanneer ik op onze kamer kom, ligt ze in bed, aan mijn kant, zodat ze niet om het bed heen hoeft te lopen als ze naar de wc moet.
Ik wacht tot Lars slaapt voor ik in de lobby van het hotel nog wat ga drinken.
‘Is deze plaats nog vrij?’ vraagt een man in zakenkostuum wijzend op de lege fauteuil naast me. Ik knik en raak verzeilt in een ‘waar woon jij’ gesprek.
Na het deel ‘wat doe jij voor werk, zegt hij: ‘Zou deze stad er nog zijn over twintig jaar?’
“Hoezo?’
‘Je weet toch dat de zeespiegel stijgt, maar dat niet alleen. Ik hoorde gisteren dat het hier ook nog eens twaalf centimeter gezakt is. Ze hebben wel geprobeerd een dam te bouwen, maar dat kunnen die Italianen niet. Nee, dit boeltje gaat naar de sodemieter.”
Ik haal mijn schouders op.
’‘Mijn huwelijk was als deze stad. Het zonk weg in ruzies. Ik ben kort geleden gescheiden.’
Het woord gescheiden zet in mij een sluis wijd open en pas na een flinke hoeveelheid woorden besef ik dat ik hier de hele geschiedenis met Joyce, Lisette en Mark oplepel aan een wildvreemde.
‘Wil jij met droge ogen beweren dat jij met jouw lengte en breedte, je lijf als een Adonis en die dikke haardos niet vaker een stoot te pakken hebt genomen? Man! Je ziet er uit als Superman! Zelfs ik, met mijn kantoorlijf, buik en kale kop heb geen moeite mee de diamantjes tussen het glas te vinden.’
‘Nee, dat doe ik niet. Ik heb er geen belangstelling voor.’
‘Joh, steek je middelvinger op naar die kerel, je vrouw en die vriendin. Mooie, gewillige vrouwen zijn er bij de vleet en geloof me, dat doet je hele ellendige verhaal vergeten.’
‘Je zei zojuist dat je pas gescheiden was.’
‘Ja, van nummer twee en blij toe! Relaties zijn niet eeuwigdurend, daar zijn ze niet voor bedoeld. Zo’n meid van dertig is mooi, maar kom eens terug na twintig jaar. Je schrikt je kapot.’
‘Ook wij mannen worden zichtbaar ouder.’
‘O, dan vergis je je. Jonge vrouwen azen op oudere mannen.’
‘Dan is het geld wat hen aantrekkelijk maakt. Ik heb geen geld.’
‘Dan doe je gewoon alsof je geld hebt.’
Ik drink mijn bier op en geef hem een hand.
‘En dat lesbische wijvengedoe. Dat LBHT-gedoe waar steeds een letter bij komt. Straks eisen ze meer letters dan het alfabet bevat en willen ze allemaal een eigen toilet waarop ze hun gore spelletjes kunnen doen.’
Ik glimlach, knik nog een keer en neem de lift naar onze kamer.

De volgende dag, na een nacht vol hol klinkende kotsgeluiden uit de badkamer, heeft haar gezicht een asgrauwe kleur gekregen. Natuurlijk gaat ze niet mee in de gondel en ook ’s avonds gaan Lars en ik zonder haar in een pizzeria eten. Joyce eet droog brood en drinkt water, veel water. Na nog een slapeloze nacht is ze gelukkig tijdens de vlucht naar huis iets minder ziek. Ze blijft thuis. Die woensdag voelt ze zich blijkbaar beter, want ze gaat weer werken en aansluitend naar Mark en Lisette.

Na die twee min-nachten komt ze op vrijdag niet met Lisette mee. ‘Joyce is ziek, maar ik wil de nacht met jou niet missen.’
‘Waarom komt Joyce niet hier als ze ziek is?’
‘Laat haar even. Ze heeft flink koorts en heeft haar rust nodig.’
‘Onzin. Ze moet thuiskomen als ze ziek is.’
‘Ze is daar prima af, geloof me.’
Ik schud mijn hoofd en bel Joyce. Ze neemt niet op. ‘Joyce, kom naar huis. Thuis in je vertrouwde omgeving voel je je beter,’ spreek ik na de piep haar voicemail in.
‘Ze heeft haar telefoon niet aanstaan,’ zegt Lisette.
‘Ik ga haar halen.’
‘Niet doen. Ze wil daar blijven. Echt. Bespaar je die teleurstelling als ze niet meekomt, want dat doet ze heus niet.’
‘Vertel me dan waarom ze daar wil blijven.’
‘Omdat er de hele dag iemand thuis is. Emily zorgt voor haar. Ze is echt flink ziek en dat heeft ze nodig. Bovendien, ze heeft hoge koorts, dan ga je haar toch niet in een auto meeslepen?’
Ik geef het op. Het zijn telkens kleine stapjes die de ruimte tussen Joyce en mij vergroten. Het enige dat ik kan doen is mij uit deze komedie terug te trekken. Ik weet zeker dat ik Joyce dan helemaal kwijt ben. Er zit er niets anders op dan het te accepteren.
Lisette maakt een seksfeest van de nacht alleen met mij. Ze voedt mijn lust en tot mijn verbazing, geniet ik met volle teugen. Het is geen liefde, het is louter seksueel genot, waar ik gedurende de seksloze nachten met Joyce onmiskenbaar naar verlang. Was het vrijen met Joyce een intieme, tedere aanloop naar een liefdevol hoogtepunt, met Lisette is het een wild gevecht van nemen en genomen worden, van bespeeld worden en bespelen, waarbij tanden, scherpe nagels en bloed een cruciaal onderdeel zijn en pijn een extra dimensie.

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.