DE DRIEHOEK van Dick Scholten

Voor hoofdstuk 7 klik hier
Voor hoofdstuk 1 klik hier

Hoofdstuk 8

Mijn weerzin is niet minder, maar met de toezegging van Joyce, haar duidelijke hier hoor ik thuis en daarbovenop de dreiging dat ik mijn baan verlies, ga ik overstag. Mijn baas en ik bespreken met Mark de uitgewerkte plannen. Mijn platte tekening heeft mijn baas omgezet in een driedimensionaal computermodel. ‘Prachtig, prachtig! Ik bel direct mijn vader,’ roept Mark enthousiast.
Zijn vader bellen? ‘Is dit huis niet van jou?’ vraag ik hem.
‘Nee, eerst moet mijn vader de pijp uit,’ lacht hij. Zonder ook maar iets te weten van de verandering die zijn huis zal ondergaan, krijgt Mark toestemming. ‘Mijn vader doet niet zo moeilijk.’
‘Behalve dat hij nog leeft,’ grapt mijn baas.

Anderhalve week gaat voorbij zonder dat ik Lisette zie, een week waarin de bedrijfsplanning wordt omgegooid en materialen worden ingekocht voor de verbouwing. Het lijkt een adempauze, de concentratie van een tennisser voorafgaand aan zijn service. Tijd waarin Joyce tot rust komt. Ze maakt het huis aan kant, verandert de opstelling van de meubels in de kamer, wat ik als een hernieuwde start interpreteer.
Op zondagavond sluit Joyce bij het eerste teken van de vallende schemering de gordijnen, gaat wijdbeens op mijn schoot zitten, sjort mijn T-shirt uit en zoent mij onstuimig. Ik ontdoe haar bovenlijf van kleding, til haar op en leg haar op de bank. De rest van haar kledij gooi ik op een stoel. Met mijn knieën op de vloer, streel ik met mijn vlakke hand over haar lichaam, sabbel aan haar oorlel, kus haar hals en lik haar dijen. Dan til ik haar bovenlichaam op, masseer haar rug, nek en schouders, voor ik haar weer neerleg. Ik ken mijn Joyce als een buschauffeur zijn route. Na afloop ligt ze meer op dan naast me, mijn getatoeëerde armen om haar heen, met het sierlijke Joyce op mijn onderarm kruislings over haar borst.
‘Ik hou van je,’ zeg ik tegen haar.
Ze knikt en kust me. Een minuut of tien genieten we samen na. Dan staat ze op, graait haar kleren bij elkaar en gaat naar de douche. Het is heel uitzonderlijk dat zij zo duidelijk liet blijken wat ze wilde, want ik kan me geen keer herinneren dat zij het initiatief nam. Misschien deed ze dat om mij in een de juiste stemming te brengen, want als ze in kamerjas op de bank terugkeert, stelt ze voor om nog een glaasje wijn te drinken. Ik schenk voor haar een rode wijn in en neem zelf een biertje. Zij zit op de bank, ik tegenover haar op de fauteuil. Ik hou mijn armen over elkaar gesloten voor mijn lichaam als afweer voor wat komen gaat, want ik ken haar. Ik ken haar beter dan wie ook. ‘Lisette en ik willen de woensdag en dondernacht in het huis van Mark en de vrijdag en zaterdagnacht hier slapen.’
‘Waarom dat?’
‘We waren hier omdat Mark het niet mocht weten. Nu is het anders.’
‘Slapen jullie dan samen met Mark?’
‘Natuurlijk niet. Er daar zijn logeerkamers met tweepersoonsbedden.’
‘En Lars dan? Wie brengt hem naar school? Ze wonen een half uur rijden hier vandaan! Je weet dat ik vroeg weg moet.’
‘Daar zorg ik wel voor. Bovendien kan hij als het zo uitkomt ook bij Lisette slapen.’
‘Wat betekent dit? Hou je niet meer van mij? Je zei toch dat je hier thuishoort?’
‘Overdrijf toch niet zo. Ik ben twee nachten daar. Ik ben maar twee nachten van huis.’
‘En Mark, moet ik er maar op vertrouwen dat niet hetzelfde gebeurt als hier?’
Ze glimlacht alleen maar. Ik weet genoeg.

Al direct nadat het nieuwe rooster is ingegaan, is een verandering merkbaar. Lisette krijgt meer belangstelling voor mij dan voor Joyce. Ze neemt de middenpositie en kruipt dicht tegen mij aan. Ze streelt me en neemt initiatief. ‘Toe maar hoor,’ zegt Joyce wanneer ze merkt dat ik aarzel. Het lijkt haar niet te deren dat Lisette en ik naast haar gemeenschap hebben. Ze draait haar rug naar ons toe en valt in slaap of houdt zich slapend.
Nu ik vaak met Lisette vrij en ondanks dat ik Joyce vreselijk mis, neemt mijn plezier in seks met Lisette toe. Vaak doen we er op zaterdagochtend nog een schepje bovenop als Joyce naar haar werk is en Lars in de woonkamer tv kijkt.
‘Ik heb met niemand zo’n fijne seks als met jou,’ zegt Lisette bij de koffie na zo’n vrijpartij.
‘Ook niet met Joyce?’
‘Onvergelijkbaar. Het is jouw huid, de hardheid van jouw spierbundels, je uithoudingsvermogen en de aandacht die je mij geeft. Je bent onweerstaanbaar. Ik zou wel elke dag met jou in de koffer willen duiken.’
‘Ook niet met Mark?’
‘Och, je moest eens weten.’
Natuurlijk voel ik me groots met haar complimenten. Maar zoals zij mij begeert, wil ik Joyce. Eigenlijk wil ik het er niet over hebben, maar mijn nieuwsgierigheid is te groot. ‘Hoe is het nu tussen jou en Joyce?’
‘Als vriendin, prima. Als lesbische partner wat minder. Joyce is iemand die niet zoveel om seks geeft als ik.’
Ik wil het niet weten, toch vraag ik het. ‘En hoe zit het tussen Mark en Joyce?’
‘Niet doen, Guus. Doe jezelf geen pijn.’
Mijn hart geeft er de brui aan, het klopt niet meer. Mijn oren beginnen te suizen en het zweet breekt me uit. Mark. Toch Mark. Ik moet bewegen, mijn lichaam moet mijn hart weer op gang brengen. Ik spring van bed op, ren naar de badkamer en plens water in mijn gezicht. Het werkt. Mijn pols pulseert als een op hol geslagen uurwerk. Terug in de slaapkamer zegt Lisette iets, maar het dringt niet tot me door. Ik kleed me aan en ga naar buiten.
Een paar straten verder denk ik aan Lars, draai me om en spoed me naar huis. Lisette zit bij hem tussen zijn Playmobil op de grond en vraagt ‘Koffie?’ zoals het de gewoonte is geworden de zaterdagochtend af te sluiten. Alsof ik zojuist niet in paniek uit huis ben gevlucht.
Met de koffie die Lisette me brengt, dwing ik mijn lichaam tot rust. ‘Mag ik je wat vragen?’ Ze staat nog, met haar kopje in de hand. ‘Ik was zo verbaasd toen ik hoorde dat het huis niet van Mark maar van zijn vader is.’
Ze gaat zitten. ‘Ja, hij huurt het. De familie van Mark is een vreemde familie. Vervelende mensen. Ze vinden mij te min. Ik ben maar een mondhygiëniste en mijn ouders wonen in een rijtjeshuis. Voor we trouwden is het familiebezit ook goed afgeschermd zodat niets naar mij of mijn familie kan weglekken.’
‘Je bedoelt dat je niks erft, denk ik.’
‘Als er iets gebeurt met Mark, zal ik het huis moeten huren, maar dat kan ik niet betalen. Ze hebben laten vastleggen dat de kinderen dan tot hun achttiende een vastgestelde toelage krijgen, waarvan ik met bonnetjes zal moeten bewijzen dat het geld ook aan de kinderen is besteed. Nee, het is verschrikkelijk krenterig, alleen centen en aanzien telt. Ik ben de moeder van hun kleinkinderen, maar mij gunnen ze niks.’
‘Wil je weg bij Mark? Weg van die familie?’
‘Natuurlijk niet. Mark betaalt alles. Mijn salaris is zakgeld waarmee ik kan doen wat ik wil. We wonen in een prachtig huis. Emily zorgt voor de kinderen. Een werkster maakt het huis schoon. Nee, ik zou wel gek zijn om dat op te geven.’
‘Denk je dat dit normaliseert? Denk je dat ik mijn Joyce weer terugkrijg?’
‘Dat weet ik wel zeker. Je zal zien dat dit maar tijdelijk is. Joyce houdt van jou. Ze zal je nooit laten vallen.’
Haar woorden geven me rust. Als het tijdelijk is, dan is het een kwestie van volhouden en krijgt mijn vader toch gelijk.

Op de zaterdagnachten dat Lisette er niet is, doe ik verschrikkelijk mijn best om het Joyce naar de zin te maken. Ik koop bloemen voor haar, probeer voor haar te koken en dien het eten op een romantisch gedekte tafel. Ze draagt gelukkig altijd de ring die ik haar begin dit jaar gaf. Ze voert ‘Ik heb denk wat te veel seks’ als verontschuldiging aan als ze in bed haar rug naar mij toekeert. Ik durf het niet te vragen, bang voor haar antwoord. Toch valt ‘Ga je nu ook met Mark naar bed?’ op een ochtend uit mijn mond.
‘Ach joh. Het is alleen maar seks. Trek het je niet aan.’
Nou, dat doe ik wel. Ik ga kapot bij de gedachte aan mijn mooie Joyce samen met die miezerige Mark. Alsof dat beeld niet erg genoeg is, realiseer ik me dat ze me geen lieverd meer noemt, zoals al die jaren gewoon was.
Wanneer zijn we voor het laatst samen vrolijk geweest? Alles draait nu om Lisette en waar ik voorheen het ankerpunt was, is het nu Mark.

In een van de weken van de verbouwing, viert de moeder van Joyce haar verjaardag. In de kleine woonkamer van het rijtjeshuis zitten vijftien mensen in een kring. Ik zit naast mijn schoonvader en we keuvelen over zijn naderende pensioen. Joyce zit schuin tegenover mij en ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Ze is een prachtig bloeiende roos op een kale, verweerde muur waartegen aan de onderkant onkruid groeit. God, Joyce, wat mis ik jou. Ik voel je van mij wegglippen. Kom terug, Joyce, kom alsjeblieft bij me terug.

Tijdens de verbouwing loopt voortdurend de vaste ploeg van ons eigen bedrijf in het huis rond, soms aangevuld met zzp’ers die specialistische opdrachten uitvoeren. Op een donderdag strooit de vroege Zomerkoning kwistig met zonnestralen en verhit de atmosfeer tot duizelingwekkende hoogte. Joyce en Lisette liggen bij het zwembad. Ondanks, of dankzij het rondlopend werkvolk zont Lisette topless. Zodra de mannen even de kans krijgen loeren ze naar de twee vrouwen. Lisette beantwoordt uitdagend de gulzige, bijna kwijlende mannenblikken. Provocerend als zij is, schudt ze haar schouders heen en weer en laat haar borsten meedeinen. Een van mijn collega’s kan op die dag nauwelijks zijn ogen van Joyce en Lisette afhouden en zegt ‘Tjonge, wat een lekker wijf heb jij’. Hij weet niet beter. Was ze maar van mij, van mij alleen.

Op de donder- en vrijdagmiddag haal ik Lars van school en neem hem mee naar het werk in Marks huis. Hij speelt dan onder pedagogische begeleiding van Emily met de kinderen van Mark en Lisette. Jasmijn is een jaar ouder dan Lars en al meteen na de eerste keer dat ze elkaar zagen, is er een klik tussen die twee. Ze zijn onafscheidelijk, spelen in de tuin, zwemmen als het mooi weer is en kijken samen naar tv.
De oudste, Lucas, is een dromerige jongen die voortdurend met zijn iPad in de weer is. Op zo’n donderdag, als Joyce en Lisette aan het shoppen zijn, rent Lucas al spelend met zijn iPad in zijn hand de trap op. Ik zie hem op een trede struikelen en van boven naar beneden rollen. Gemeen komt hij met zijn hoofd terecht op de plavuizen in de hal. Ik ren op hem af. Gealarmeerd door zijn oorverdovende gekrijs komt Emily, nauwelijks aangekleed, gehaast uit de kamer van Mark. Als Mark ook uit zijn kamer komt en zich over het jongetje buigen, laat ik het aan hen over. Even later vertrekken zij naar het ziekenhuis, waar hij een nachtje moet blijven. Uiteindelijk blijft de schade beperkt tot een fikse buil.

Misschien ligt het aan mij. Misschien verbeeld ik me de geile atmosfeer die in deze villa hangt. De mannen die hier werken fluiten naar de gouvernante, gooien ongegeneerd ‘Lekkere kont!’ naar Lisette wanneer ze langsloopt. Ik hoor ze ‘die zou ik graag tussen mijn lakens willen vinden’ als ze Joyce zien. Het huis geurt naar broeierige, zinderende seks en vuile lakens. Een besmettelijke en kwetsbare geur, want ook ik word aangestoken.
Als ik op kantoor ben om met Janine nieuwe bestellingen door te nemen, kijk ik naar haar schouders, waarvan alleen de dunne bandjes van haar topje en bh de huid bedekken, voor mijn ogen naar beneden dwalen over haar decolleté. Ik zie haar niet, ik zie haar lichaam. De beelden van die nacht lang geleden komen bovendrijven.
‘Hé Guus, hoe is het nou? Ik heb gehoord dat je problemen met Joyce hebt, klopt dat?’ Ik knik. ‘Daar zal je het moeilijk mee hebben. Volgens mij ben je gek op haar.’
De lust die zij in mij opwekt verdwijnt onder een golf van zelfmedelijden. Ik vecht tegen het vocht, maar kennelijk ziet zij de tranen achter mijn ogen. ‘God, god, jongen toch. Kom, het is bijna vier uur. Laten we samen even een terrasje pikken en dan ga jij mij eens alles rustig vertellen.’
Op het terras van een eetcafé drinken we een paar glazen. Ik vertel haar wat er gebeurd is. Waarom zou ik het stilhouden? De jongens hebben ook hun ogen niet in hun kontzak. Ongetwijfeld leiden de verhalen van mijn collega’s tot ongekende hilariteit en likkebaardend leedvermaak. Ze schuift haar stoel dicht tegen mij aan en legt haar hand op mijn arm. Haar medeleven en begrip voelt als een drie gangen diner voor een uitgemergeld kind. Ik wil zo lang mogelijk wentelen in het warme water van de troost die zij mij biedt. Met ieder glas bier lijkt Janine dichterbij. Ze maakt flauwe grapjes als ‘Weet je dat een brandweerman pas komt als hij uitgerukt is?’ waar ik om moet lachen. Zo breekt ze de muur van treurnis kei voor kei af. ‘Hier eten is te duur,’ zegt ze. Ik ben aangeschoten door de drank wanneer we op weg gaan naar haar appartement. Tijdens de wandeling vertelt ze terloops dat haar man in Engeland is. Ze bestelt pizza’s waarvan we lachend de stukjes aan elkaar voeren. Het is een vrolijke glijbaan die eindigt in haar bed. Na afloop van onze vrijpartij barst ik naakt in haar armen in huilen uit. Ik zie mijn tranen over haar borsten rollen. Ze streelt me troostend door mijn haren en kust mijn voorhoofd. ‘O, lieve jongen, toch. Wat een pijn. Blijf vannacht toch hier bij me.’
‘Het zal een hele toer worden die Joyce-tattoos van je lijf te krijgen,’ zegt ze de volgende ochtend bij het ontbijt. ‘Gooi er een nog veel groter Feyenoord logo overheen.’ Het is niet grappig, toch proest ik het uit.

‘We verwaarlozen onze kennissen en vrienden,’ zeg ik op de zondagmorgen na de troost van Janine tegen Joyce. ‘Zullen we vanmiddag weer eens naar Harold en Suzanne gaan?’
‘Ach nee, daar heb ik helemaal geen zin in.’
‘Je had altijd veel lol met Suus. Kom op, joh.’
Een flauw met hoorbare tegenzin uitgesproken ‘Oké dan’ is voor mij het sein om Harold te bellen. Suzanne is een ex-collega van Joyce en zodra we daar rond een uur of vier binnenkomen, pakken de twee meteen de draad op waar ze maanden geleden gebleven zijn. Lars speelt met hun kinderen. Met Harold bespreek ik het afgelopen seizoen van Feyenoord, de Tour de France en de wereldpolitiek. We hebben met z’n allen lol als we herinneringen ophalen aan onze gezamenlijke vakantie in Griekenland. Tegen zessen bestelt Harold pizza’s en we discussiëren tijdens het eten over de kwaliteit van Italiaans voedsel. Het is heerlijk Joyce weer te horen lachen. De opmerking van Harold over mijn tattoos, dat Joyce lang moet zoeken om een plekje te vinden waar ze geen inkt aan haar tong krijgt bij het likken, leidt tot hilariteit. Ik zie tranen van het lachen over Joyces wangen druipen. Op de terugweg heeft ze zoals altijd aanmerkingen op hun spuuglelijke bankstel waarop je nauwelijks fatsoenlijk kunt zitten. Even, heel even, zijn we weer samen. Heel even is de overheersende lading van seks en de spanning van moeilijke verhoudingen verdwenen. Heel even lijkt ze terug te zijn, vrij van de demonen die ze zelf heeft opgeroepen. Ik zou haar moeten vragen waarom deze avond zo uitzonderlijk fijn is. Ik zou haar moeten vragen waarom ze me in de schoot van Lisette drijft. Ik doe het niet, omdat ik ervan geniet hoe ze nu is. Zelfs om een grap over Mark, dat hij met een pleister op z’n neus zijn neurotische tik om doorlopend zijn bril omhoog te schuiven achterwege kan laten, giert ze het uit.

Voor hoofdstuk 9 klik hier

Mis geen enkel hoofdstuk.

Meld je hier aan en ontvang een e-mail zodra het nieuwe hoofdstuk online komt.

.