leesfragment in zes delen uit de autobiografische roman BEET

Voor deel 1 klik hier

Deel 2

‘Elise komt eraan,’ zeg ik tegen de verloskundige als ik de telefoon van mijn oor haal.
Anne parkeert de auto naast de ingang van het ziekenhuis op een parkeerplaats voor verloskundigen. De weg door het ziekenhuis naar de verlosafdeling is lang. Veel langer dan normaal. Mijn voeten voelen zwaar. Ik wil niet nadenken. Was ik maar thuis. Was alles maar goed.

‘Mevrouw Kramer?’ zegt iemand in ziekenhuiskleding tegen mij als Anne en ik de verlosafdeling oplopen.
‘Ik ben Ingrid, klinisch verloskundige. U mag meekomen naar deze kamer, dan neem ik een echo af.’
We betreden een kleine steriele kamer met grote ramen. Het licht valt naar binnen en doet de kamer groter lijken dan hij is. Er staat een opgemaakt ziekenhuisbed en een echo­apparaat.
‘Ga maar liggen,’ zegt Ingrid, terwijl ze een tube gel pakt.
Ik stap behendig uit mijn leren laarzen en neem plaats op het bed. De koude gel wordt op mijn buik gespoten en Ingrid plaatst het apparaat ertegenaan. Met mijn ogen gericht op het scherm zie ik de beelden van de binnenkant van mijn buik. Ik probeer te begrijpen wat ik zie. Ik trek mijn wenkbrauwen naar elkaar toe en probeer te focussen op het scherm, als mijn blik wordt getrokken door Ingrid. Ze draait haar gezicht weg van het scherm en kijkt me aan met een strak gezicht en spreekt de woorden die nog maandenlang in mijn hoofd zullen nagalmen.
‘Het is niet goed. De baby leeft niet meer.’
Nee. Dit kan niet waar zijn. Er is niet goed gekeken. Ik wil praten, maar de woorden blijven steken in mijn keel. Ik wil huilen, maar mijn wangen blijven droog. Ingrid blijft mij aankijken met die blik. Aan de andere kant van het bed staat Anne. Ze kijkt naar me met dezelfde gezichtsuitdrukking als Ingrid. Dit kan niet waar zijn. Dit is niet mogelijk.
Van heel ver hoor ik het klakkende geluid van hakken door de ziekenhuisgang die in een rap tempo dichterbij komen. Elise stormt de kamer binnen, maar blijft stokstijf stilstaan als ze ons ziet. Drie gezichten verraden waar ze in de auto zo bang voor was geweest.
‘Néé, het is niet waar!’ zegt ze angstig.
Bijna onmerkbaar knik ik naar haar.
‘Ze is dood,’ antwoord ik gelaten.
‘Nee, nee.’
Elise stort zich huilend op mij en houdt me vast. Eindelijk vinden mijn tranen een weg naar buiten. In Elises armen kan ik mij laten gaan.

Lees hier deel 3.

***De leesfragmenten komen uit de autobiografische roman BEET van Sietske Scholten. Meer informatie over het boek vind je hier.***

.