Leesfragment in zes delen uit de autobiografische roman BEET

Voor deel 2 klik hier
Voor deel 1 klik hier

Deel 3

Het liefst zou ik eeuwig in onwetendheid willen verkeren. Dat ik zou bevriezen in dit moment zonder de confrontatie met haar dood ooit aan te hoeven gaan. Ik weet dat het onmogelijk is. Ik moet. Gelaten laat ik mijn loodzware benen zakken naast het ziekenhuisbed. Elise ondersteunt mij aan mijn ene zijde. Anne pakt mijn andere arm vast. Inwendig schreeuw ik, krijs ik. Uitwendig zweef ik lijdzaam mee de lange gangen door naar de afdeling Gynaecologie. Hangend tussen Elise en Anne in laten mijn benen zich begeleiden. Niemand spreekt. Een stille tocht.

Door de spreekkamer van de gynaecoloog stappen we in een kleine, donkere ruimte.
‘Ga maar liggen,’ zegt dokter Dijkstra.
Geholpen door Elise kruip ik op de behandeltafel.
‘Zou je je buik vrij kunnen maken van kleding?’ vraagt ze.
Mijn zwangerschapsbroek duw ik naar beneden. Mijn shirt haal ik omhoog. Vederlicht raak ik mijn buik aan. Ik schrik ervan, van de huid waaronder mijn dode baby zit.
Ik wend mijn hoofd af als het beeldscherm van het echoapparaat aangaat. Ik wil het niet zien. De herinnering aan de laatste levende echobeelden van Lila wil ik onthouden, vier weken geleden met de geslachtsbepalingsecho. Een druk bewegend kindje, helemaal compleet met een kloppend hartje.‘Zover ik kan zien, was ze een gezond meisje met een zwangerschapsduur van twintig weken,’ zegt de gynaecoloog. ‘De doodsoorzaak is niet zichtbaar op de echo.’
Ik probeer de woorden te negeren. Ze klinken te hard en te rauw. Ik wil dat ze leeft.
‘Je mag je buik schoonmaken en aan mijn bureau plaatsnemen.’
De gynaecoloog overhandigt mij een doos tissues, maar mijn handen weigeren dienst. Elise pakt de doos van haar aan en wrijft met enkele tissues mijn buik droog. Ik kan hem niet meer aanraken.

‘Over twee dagen mag je je melden op de afdeling Verloskunde,’ zegt dokter Dijkstra.
Ik staar naar het tafelblad van haar bureau.
‘Twee dagen?’ zegt mijn stem.
‘Dat is onze procedure. Voor de verwerking is het beter als je nog enkele dagen zwanger bent, zodat je kunt toewerken naar de bevalling. De overgang vanuit een voorspoedige zwangerschap zou anders te abrupt zijn.’
Ze praat verder, maar de woorden dringen niet meer tot mij door. Ik wil niet bevallen. Nog niet. Over twintig weken. Van een gezond meisje. Niet over een paar dagen.
Dokter Dijkstra geeft mij een hand en ze begeleidt ons naar de lege wachtkamer, waarna ze zich omdraait en wegloopt. Ze moet verder met haar werk. Een bevalling, een keizersnede, baby’s ter wereld brengen die met een schreeuw hun longen ontplooien. Elise trekt mij naar zich toe. Haar handen strijken troostend over mijn rug.
‘En nu?’ vraag ik Elise.
‘Zullen we naar huis gaan?’ stelt Elise voor.
Met een trage pas lopen we hand in hand het ziekenhuis door, naar de parkeerplaats. Voor de eerste keer stap ik in Elises zilveren Beetle.
Ze start de auto en rijdt ons naar huis.
Thuis kruip ik meteen in bed. Elise trekt de gordijnen dicht en we sluiten de wereld buiten.
‘Ik kan het niet geloven, Elise,’ zeg ik haar. ‘Hoe kan dit gebeurd zijn?’
Ze komt tegen mij aan liggen.
‘Ik weet het niet, lieve Marjolein. Ik zou willen dat het niet waar was. Ik vind het zo erg.’
Ze haalt haar hand door mijn haar en mijn tranen wellen op. In haar ogen zie ik hetzelfde gebeuren en we huilen, tot er geen traan meer over is.

Lees hier deel 4.

***De leesfragmenten komen uit de autobiografische roman BEET van Sietske Scholten. Meer informatie over het boek vind je hier.***

.